Deze 15e augustus is een goede gelegenheid om stil te staan bij het feit dat op 13 mei dit jaar de toenmalig demissionair minister van Defensie eindelijk deed waarvoor al haar voorgangers waren teruggedeinsd. Zij nam het grensverleggend besluit om drie Nederlandse militairen te rehabiliteren. Zij kregen eerherstel nadat zij tijdens de Indonesië-oorlog zwaar waren gestraft voor het weigeren van een bevel een desa (dorp) in brand te steken.
Wat Defensie nog niet bekend heeft gemaakt: enige dagen voordat het kabinet Rutte IV ophield te bestaan, op 28 juni, bood dezelfde demissionair minister van Defensie aan Eelco van der Waals excuses aan voor de „hardvochtige behandeling” van zijn vader Koos van der Waals. Die weigerde in 1946 om principiële redenen te vechten in Indonesië en werd drie jaar opgesloten. Het kabinet vond nu het proces destijds oneerlijk en de straffen „buitenproportioneel hoog”, ook naar de normen van toen.
Dat is ook het onderwerp van mijn verhaal: een korte waarderingsgeschiedenis van de brisante slotakte van de historie die Indonesië en Nederland delen. Dit stuk gaat ook over hoe de functie van het herdenken van 15 augustus 1945, het einde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, in bijna tachtig jaar is veranderd – en verder zal veranderen.
De Tweede Wereldoorlog had voor miljoenen Nederlanders grote gevolgen, of zij zich nu in Nederland bevonden of overzee. Pas sinds relatief korte tijd is er aandacht voor al die zestig miljoen onderdanen van de Nederlandse Koning in de kolonie Nederlands-Indië die niet behoorden tot de juridische kaste van de zogeheten ‘Europeanen’. Vooral op Java hebben tijdens de Japanse bezetting dwangarbeid, hongersnood en ziekten enorme aantallen dodelijke slachtoffers gemaakt.
Niet zo lang geleden was de herdenking van de oorlog in de Pacific meestal gericht op de koloniale bovenklasse, dat waren volgens het CBS naar schatting 300.000 zogeheten ‘Europeanen’. Wie volgens de Japanse rassenwetten te wit was, werd in kampen onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten. Naar schatting zestienduizend mensen, vaak kwetsbare ouderen en kleine kinderen, kwamen daarbij om het leven. Mannelijke krijgsgevangen werden gedwongen tot dwangarbeid aan spoorwegen op Sumatra, in Thailand en Myanmar, aan andere projecten in Indonesië, of in Japan zelf. Twintig procent van hen, ofwel 7.552 mannen, kwamen daarbij om het leven.
Te weinig aandacht kregen ook heel lang de zogeheten ‘buitenkampers’, Indische Nederlanders die niet werden geïnterneerd, maar die zich onder buitengewoon benarde omstandigheden moesten handhaven.
De Japanse bezetting vanaf maart 1942 betekende de facto het einde van de kolonie Nederlands-Indië. Die bezetting eindigde met de atoombommen op Japan; tevens het eind van de oorlog in de Pacific. Maar daarmee hield de geschiedenis niet op. Het proces van dekolonisatie dat na de proclamatie op 17 augustus 1945 van de Indonesische Republiek op gang kwam, bleek oneindig gecompliceerd voor twee landen die op menselijk niveau met miljoenen draden aan elkaar vastzaten.
De onderzoeksinstituten NIOD, KITLV en NIMH brachten in kaart met hoeveel geweld Nederland probeerde om Indonesië weer onder zijn gezag te brengen. Dit onderzoek heeft het denken over de Indonesië-oorlog en het herdenken van 15 augustus een nieuwe impuls gegeven.
Zo erkende het kabinet bij de presentatie van de resultaten van het onderzoek in februari 2022 dat de verantwoordelijkheid voor het geweld ligt bij de politieke en militaire Nederlandse top. Toenmalig premier Rutte (VVD) maakte excuses aan Indonesië en iedereen in Nederland die last heeft gehad van dat extreme geweld.
Herdenken van bijzondere data in de geschiedenis, zoals 15 augustus, gaat in fasen die ook gekoppeld zijn aan het aantreden van nieuwe generaties. Mensen die niet zelf onderdeel zijn geweest van de geschiedenis waardoor het collectief proces van verwerking nieuwe vormen kan aannemen, zo lijkt het.
Herdenken gaat richting rethinking, iets in de zin van heroverwegen. Eerst komt het verdriet om verloren mensenlevens. Rouw. Met het verstrijken van de tijd wordt uitgezoomd, van gesneuvelde militairen, krijgsgevangenen die bezweken en Nederlanders die omkwamen in burgerkampen, naar degenen die buiten de kampen bleven. Bijvoorbeeld de 2,5 miljoen Indonesiërs op Java, die omkwamen van de honger. En uiteindelijk draait de lens om en zien we ook de zeker honderdduizend Indonesiërs die door dat extreem geweld van Nederlandse zijde omkwamen.
De excuses van de regering zijn onderdeel van de verwerking, zijn een actieve vorm van her-denken. Daarin past ook het debat op 14 juni vorig jaar in de Tweede Kamer over de onderzoeksresultaten in het rapport Over de grens. De volksvertegenwoordiging bleek zich in grote lijnen te kunnen vinden in de conclusies van het onderzoek.
Relevant voor de relaties tussen Nederland en Indonesië was dat tijdens het Kamerdebat bleek dat het kabinet na tachtig jaar nog steeds vasthoudt aan de gedachte dat de oorlog tegen de Republiek Indonesië een binnenlandse kwestie was. Maar wie terugkijkt naar de stappen die al zijn gezet, ziet ook dat die erkenning een kwestie van tijd is.
Ook de kwestie van dienst- en bevelweigeraars dook op tijdens het debat in de Tweede Kamer en dat gaat over dienstplichtigen die weigerden naar Indonesië te gaan of die wel gingen maar daar besloten niet mee te doen aan oorlogsmisdrijven. In een tweede kabinetsreactie op 14 december 2022 bleek dat het kabinet ook hier een stap had gezet met een ‘rehabilitatie-regeling’. Die maakt het onder voorwaarden mogelijk om betreffende militairen eerherstel te verlenen. En dat is dus gebeurd in het geval van de drie militairen die het bevel weigerden om een desa in brand te steken.
Nederland heeft na onderzoek erkend structureel extreem geweld te hebben gebruikt. De regering heeft excuses gemaakt. Nu is er ook eerherstel voor drie bevelweigeraars en zelfs excuus aan een dienstweigeraar. Dat maakt volgende stappen dan ook logisch. Bijvoorbeeld het postuum intrekken door de Koning van verleende onderscheidingen aan militairen die zich in Indonesië schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdrijven. Vervolgens: belangrijk voor het herstel van de relaties tussen Nederland en Indonesië zal zijn de juridische erkenning door Nederland van de Indonesische onafhankelijkheid op 17 augustus 1945.
Tenslotte: het herdenken van 15 augustus 1945 krijgt pas betekenis door het blijven vertellen aan volgende generaties van de verhalen van de mensen die erbij waren. Zo wordt de historische afstand verkleind en kan herdenken ook herbeleven worden. Dat kan pijnlijk zijn, maar het is noodzakelijk om de herinnering levend te houden. Al was het maar uit respect voor al diegenen die slachtoffer werden van de geschiedenis.
Frank Vermeulen is redacteur van NRC en auteur van Over Indië, herinneringen aan Indonesië in de koloniale tijd.
Source: NRC