Haat, rel, protest, demonstratie of pogrom? Doet het ertoe hoe je een eruptie van etnisch geweld noemt? Jazeker, schreef Leo Lucassen in deze krant, de rellen in Engeland zijn geen ‘protesten’ maar „racistische straatterreur gericht op onschuldige burgers”.
Hij vergeleek ze met de anti-Joodse pogroms in de negentiende en twintigste eeuw en met lynchings in het Amerikaanse Zuiden. Telkens bedoeld om een gehate minderheid uit te roeien of gewelddadig haar plaats te wijzen.
Klopt, zo was het in Odessa (1821-1905), in Waco (1916), Tulsa (1921), de Kristallnacht (1938) en heel veel vaker.
Over achtergronden en kenmerken van zulke pogroms kun je lang debatteren, het begrip heeft rafelige randen. Des te opmerkelijker dat Lucassen in Trouw stellig een uitzondering maakte voor één moordpartij, die van Hamas op 7 oktober. Hij zag overeenkomsten, maar ook verschillen. Dit was geen pogrom, maar een „klassieke terroristische aanslag”.
Hij is niet de enige die dat vindt, zoals vaker met historische termen, maar zijn stelligheid is al te stellig. Overeenkomsten, verschillen, het is maar waar je de nadruk op legt.
Lucassens voornaamste argument was dit: een verschil in machtsverhoudingen. Pogroms zijn het wapen van een machtige meerderheid, maar bij 7 oktober waren de machtsverhoudingen „juist omgekeerd”: gemarginaliseerde Palestijnen versus oppermachtig Israël. Ook het doel was anders: politieke pressie en internationale aandacht.
Werkelijk? Pogroms zijn vaak juist het werk van andere minderheden of groepen die zich gemarginaliseerd voelen en aandacht eisen. Bij de eerste pogrom in multi-etnisch Odessa stonden niet Russen, maar Grieken vooraan. Zuiderlingen in de VS, verliezers in de Burgeroorlog, koesterden een zelfbeeld als nationale verschoppelingen. Die rellende Britten waren ook geen parels van maatschappelijk succes.
En dan is er economische rivaliteit: het racistische oproer in Chicago (1919), mede het werk van eerste generatie immigranten uit Oost-Europa, werd aangejaagd door vakbonden die concurrentie van zwarte arbeiders wilden weren.
Zulke gefantaseerde onmacht doet ertoe. Het omgekeerde geldt ook. Israël pleegt nu weerzinwekkend, mogelijk genocidaal geweld in Gaza. Toch ziet Hamas zichzelf als vertegenwoordiger van een onverslaanbare meerderheid die ooit zal afrekenen met de Joodse indringers. De ‘zionistische entiteit’ is het gehate Fremdkörper. „Jullie horen hier niet”, zoals de rellende Britten volgens Lucassen verkondigden.
Hij hekelt media die de uitbarsting eufemistisch „protest” noemden. Terecht. Maar de bloedorgie van Hamas zuinig een „klassieke aanslag” noemen, is kennelijk geen probleem.
Source: NRC