Dit najaar zijn er presidentsverkiezingen in onder meer de Verenigde Staten en Ghana. In Nederland zullen het nieuwe kabinet en de oppositie zich vroeg willen profileren. Zo midden in de zomer al over de herfst beginnen voelt als klagen over regen die nog moet vallen. Maar wanneer ik naar de horizon tuur, zie ik de wolken van politieke spelletjes al opdoemen.
Enkele seizoenen geleden las ik een artikel over politici die, in navolging van Angela Merkel, veel nadenken over hoe ze hun handen op foto’s houden om een bepaalde boodschap uit te dragen. We leven in een uiterst visueel tijdperk waarin één verkeerd kiekje een groter politiek plaatje kan verpesten. Sinds dat artikel voel ik me als nieuwsconsument medeplichtig aan deze overmatige fixatie op beeldvorming.
Het voelt alsof ik een poppenkast mede mogelijk maak. Alsof ik toekijk terwijl de handen die aan de touwtjes trekken niet primair bezig zijn met reiken naar de handen die vragen om vrede en voedsel.
Voorheen overspoelde ik mijn WhatsAppgroepsgesprekken met (politieke) nieuwsberichten. Soms waande ik me de brug tussen naasten en de actualiteit. Daar putte ik zowel trots als een zekere afkeer uit: hoe kon iemand met zichzelf leven zonder actief mee te leven met de wereld? Dit sentiment zie ik terug in online satire over mensen die het nieuws mijden voor hun ‘mentale welzijn’, maar in feite niet willen opkijken van hun geprivilegieerde egoversum.
Vroeger zou ik de blik van degenen die zich afwenden glazig hebben genoemd, nu komt die me glinsterend voor. Een leven is niet slechter – misschien zelfs beter – zonder constant te lezen wat er wordt gezegd door en over de handen die jongleren met onze levens en bestaanszekerheid. Op een bepaalde manier voelde ik me dan ook verlicht toen het nieuws over de mislukte moordaanslag op Trump me pas bereikte 24 uur nadat de kogel zijn oor had geraakt. ‘Ignorance is bliss’, zeggen de Amerikanen. And I felt very blissed.
Een vriendin moest me eind juni bijpraten over de ontwikkelingen rondom de Kamervoorzitter die niet welkom was bij de Keti Koti-herdenking in Amsterdam. Terwijl ik glunderde om mijn geslaagde afzijdigheid, meende zij dat ik koketteerde met intellectueel luie onverschilligheid. Er zou eerder te weinig dan te veel oprecht maatschappelijk engagement zijn in onze samenleving.
Maar als individu voel ik steeds meer voor kleinschalige naastenliefde; simpelweg een betere BBB’er (buur, burger of broeder) proberen te zijn. Bovendien koester ik het, wellicht naïeve, geloof dat het belangrijkste politieke nieuws mij toch wel zal bereiken of raken zonder dat ik er als eerste over lees. Een gure herfststorm raast niet stilletjes voorbij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns