Er gebeurt iets merkwaardigs in China. Met mogelijk grote gevolgen voor Europa. Vorige week liet The Economist zien dat het aantal verlieslijdende Chinese bedrijven nog nooit zo hoog was als nu. Nou, die gaan dan failliet, zou je denken. Maar dat gebeurt niet.
Aan het infuus van de Chinese overheid blijven al deze bedrijven doorproduceren. China creëert een ‘overproductieschok’ om haar economie gaande te houden. Het land maakt grote hoeveelheden elektrische auto’s, zonnepanelen en windmolens. Het drukt de prijzen flink omlaag. Goed voor de consument, goed voor de duurzame energietransitie. Wat is daar eigenlijk mis mee?
Veel. Want er is meer dan consument en energietransitie. Elke samenleving heeft een industriële basis nodig om aan iedereen goed werk te verschaffen: autochtoon of migrant, man of vrouw, theoretisch of praktisch opgeleid. Niet alleen om voor iedereen een inkomen veilig te stellen, maar ook, of eigenlijk vooral, om iedereen een volwaardige plek in de samenleving te bieden. Met eigenwaarde, zelfvertrouwen, een sociaal netwerk. Dat lukt niet in een louter diensteneconomie. De geschiedenis leert dat de-industrialisatie een belangrijke factor is in het verweesd raken van een samenleving.
China heeft al eerder, begin deze eeuw, zo’n overcapaciteitsschok gecreëerd. Het betrof toen conventionele machines en consumentenproducten en trof met name de Verenigde Staten. Daar gingen miljoenen banen in de maakindustrie verloren. Het vormde een belangrijke voedingsbodem voor de onvrede in de industriestaten zoals Ohio, Michigan en Wisconsin. Precies daar kwam de overwinning van Trump in 2016 vandaan.
De nieuwe overcapaciteitsgolf die China nu creëert, zal vooral Europa treffen. Amerika heeft zich inmiddels met haar industriebeleid, de Inflation Reduction Act (IRA), beter afgeschermd en de Europese industrie is kwetsbaarder door hogere energieprijzen.
De klap zal bovendien groter zijn. De Chinese overproductie is veel omvangrijker dan toen en Europa heeft twee keer zoveel productiebanen te verliezen. Bovendien vertoont het sociale weefsel in grote Europese landen nu al flinke scheuren. Zie de opkomst van extreem-rechts in Frankrijk en Duitsland en de onthutsende rellen in Engeland. En dat proces dreigt nu versneld te worden.
Europa moet van ver komen. Juist hier is de consensus over de zegeningen van de globalisering altijd enorm geweest. Het meest koopkrachtige continent op aarde had daar ook een goede redenering voor. Spullen worden daar gemaakt, waar dat het beste (lees: goedkoopste) kan en dan kopen wij ze wel. Winst voor hen, winst voor ons. Iedereen blij. Nog in 2019, toen de Europese Commissie de basis legde voor de Green Deal, schreven we met grote precisie op wat daar allemaal voor nodig was aan windmolens, warmtepompen, zonnepanelen, elektrische auto’s en al die andere schone technologie. Maar we besteedden geen letter aan de vraag wáá al die spullen gemaakt zouden worden. De geglobaliseerde economie zou dat immers zelf wel uitmaken.
Vijf jaar later heeft de haan al drie keer gekraaid. Eerst vielen wereldwijde productieketens uit elkaar door covid. Daarna viel Rusland Oekraïne binnen en bleek de belangrijkste grondstof voor onze welvaart, aardgas, niet aan de wetten van Friedman maar aan de grillen van Poetin onderhevig. En nu verplettert China met staatssteun onze industrie.
De Europese Commissie heeft dat inmiddels ingezien en is met de ‘Net Zero Industry Act’ gekomen. Een Europese versie van de Amerikaanse IRA. Maar waar die IRA gestut wordt met naar schatting meer dan 2 biljoen dollar, is de portemonnee van de Europese Industry Act nog helemaal leeg.
Komende maanden moet daar verandering in komen. Europa mag de groene industriële revolutie niet geheel aan China laten. Niet vanwege het klimaat. Maar vooral niet vanwege onze sociale cohesie. Aangespoord door het aanstaande rapport van oud-ECB-president Draghi zullen de Europese landen echt prioriteit, en geld, moeten geven aan een Europees industriebeleid.
Het ontwerp ervan wordt nog een helse klus. Welke industrieën worden gesteund? Waar? Onder welke voorwaarden? Hoe wordt de rekening verdeeld en betaald? Hoe voorkomt Europa een all out tarievenoorlog? Tot nu toe gingen Europese leiders die vragen liever uit de weg. Maar nu de Chinese draak blijft brullen, kan dat niet langer.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns