Home

Het moordmysterie is anno 2024 springlevend. Wat is er zo prettig aan een wereld vol doodslag?

Series als The Afterparty en A Good Girl’s Guide to Murder verwijzen volop naar hun klassiek geworden voorgangers: de boeken van Agatha Christie en de serie Murder, She Wrote. Én ze wijken er precies genoeg van af.

Welkom in Cabot Cove. In dit idyllische havenplaatsje, ergens in de Amerikaanse staat Maine, kabbelt het leven voort. In de kapsalon worden de laatste roddels doorgenomen, terwijl iets verderop in de dorpsstraat kersentaart wordt geserveerd in het eetcafé.

De sheriff en de huisarts kuieren langs en zwaaien vrolijk naar Jessica Fletcher, de weduwe die woont op Candlewood Lane 698. In de serie Murder, She Wrote (1984-1996) draait het om deze vrouw: een voormalige lerares Engels die niet alleen bestsellerauteur is van talloze whodunits, maar ook in het echte leven moorden oplost. En die moorden worden meestal hier gepleegd, in dit charmante maar kennelijk levensgevaarlijke plaatsje in New England.

Absurd veel moorden

Cabot Cove, berekende het BBC-radioprogramma More or Less, is vijftig keer dodelijker dan Honduras. Als je het hebt over fictieve plaatsen, dan is Jessica Fletchers hometown de moordhoofdstad van de wereld. Niet alleen dat absurd hoge aantal moorden, ook het feit dat een amateurspeurder deze allemaal weet op te lossen heeft iets lachwekkends.

Trouwens, hoe krijgt dit grijze dametje eigenlijk toegang tot de plaats delict? Waarom delen politiemensen hun bevindingen met haar, en luisteren ze naar de hare? Maar wie Murder, She Wrote onrealistisch noemt, heeft het duidelijk niet begrepen. Cabot Cove presenteert een wereld die weliswaar lijkt op de onze, maar het toch niet is – en precies dat is wat Murder, She Wrote zo aantrekkelijk maakt. Waarom is dat? Wat is er zo prettig aan een wereld waarin moord zo’n prominente plaats heeft?

Basje Boer schrijft voor de Volkskrant over film.

In 2024 kunnen we spreken van een renaissance van het moordmysterie, met talloze nieuwe series en films waarin niet alleen volop moorden worden gepleegd en opgelost, maar die ook zelfbewust teruggrijpen op klassiekers uit het genre, zoals Murder, She Wrote. Daarmee is de vraag wat het moordmysterie zo aantrekkelijk maakt, opnieuw relevant. Geven die nieuwe moordmysteries daar ook een antwoord op?

Agatha Christie: architect van de whodunit

De belangrijkste architect van de traditionele whodunit is Agatha Christie (1890- 1976), die personages bedacht als de excentrieke Hercule Poirot en Miss Marple, de literaire voorganger van Jessica Fletcher. Detectiveromans van Christie zijn talloze malen verfilmd of tot serie gemaakt, denk alleen al aan de vele incarnaties van haar Murder on the Orient Express uit 1934.

Maar haar verhalen dienden ook als blauwdruk voor nieuwe films, zoals The Last of Sheila (Herbert Ross, 1973) en Clue (Jonathan Lynn, 1985), de verfilming van het gezelschapsspel Cluedo. Tot op de dag van vandaag wordt terugverwezen naar de whodunit zoals Christie die in de jaren twintig vormgaf en de speurneuzen die ze destijds bedacht.

De traditionele whodunit kenmerkt zich in eerste plaats door beperking. Zo is er een afgesloten locatie en een overzichtelijk aantal verdachten, en zijn ook de motieven voor de misdaad beperkt: liefde, geld, wraak. De moord is namelijk nooit willekeurig en de moordenaar niet redeloos gewelddadig. Nog zo’n regel: de butler heeft het, in weerwil van het cliché, nooit gedaan. In de traditionele whodunit is zowel de speurneus als de dader van een hogere sociaal-maatschappelijke klasse.

Vertrouwde elementen

De afgesloten locatie? Die zien we terug in de serie Death and Other Details (2024). Het beperkte aantal verdachten? Zie Only Murders in the Building (2021-) en The Afterparty (2022-2023). De kleurrijke speurneus à la Hercule Poirot herkennen we in Benoit Blanc, de privédetective die centraal staat in de films Knives Out (2019) en Glass Onion (2022).

De vrouwelijke speurneus die net als Miss Marple en Jessica Fletcher moorden oplost in een ogenschijnlijk onschuldig plattelandsplaatsje zien we terug in Abigail Mapleworth (Mapleworth Murders, 2020) en Pip Fitz-Amobi (A Good Girl’s Guide to Murder, 2024). Ook Christies speurneuzenechtpaar Tommy en Tuppence kreeg een update met Ava en Nathan in de serie Based on a True Story (2023-). Het soort stoïcijnse privédetective dat we kennen uit de film noir keert terug in John Sugar uit de serie Sugar (2024).

Al die recente films en series verwijzen overduidelijk terug naar hun klassieke voorlopers – maar ze wijken er ook zelfbewust vanaf. De regels van het moordmysterie worden geparodieerd of geïroniseerd, ze worden omgehusseld of vermengd met clichés uit andere genres. Zo begint Sugar weliswaar als een whodunit, maar verandert de serie halverwege seizoen één in een compleet ander genre. In Based on a True Story vindt de wending al plaats aan het einde van de eerste aflevering, als blijkt dat de serie helemaal niet gaat over het oplossen van een moord, maar over het exploiteren ervan.

Ook Mapleworth Murders en A Good Girl’s Guide wijken nadrukkelijk af van de moordmysteries waarnaar ze verwijzen: de eerste is namelijk een nogal melige whodunitparodie en in de tweede is de amateurspeurder van dienst geen grijze dame maar een scholier. Maar A Good Girl’s Guide wijkt vooral af als het gaat om toon. De serie, over de verdwijning van een tienermeisje, is namelijk lang niet zo luchtig als haar voorgangers. Naarmate er meer details over de zaak aan het licht komen, wordt de sfeer zelfs flink grimmig.

Elke verdachte een verhaal

Het veelzeggendst in dit opzicht is de comedyserie The Afterparty. Seizoen één begint als een rechttoe, rechtaan whodunit. De wereldberoemde pop- en filmster Xavier (Dave Franco) valt tijdens een feestje van het balkon van zijn landhuis en rechercheur Danner (Tiffany Haddish) stelt vast dat het om moord gaat. De aanwezige gasten, ontdekken we, zijn Xaviers voormalige schoolgenoten, die elkaar na jaren ontmoetten op een reünie van hun middelbare school.

In de traditie van Hercule Poirot zal Danner hen om de beurt verhoren. Elke getuigenis is een puzzelstukje waarmee de moord uiteindelijk wordt gereconstrueerd. Dat iedere verdachte zo zijn eigen perspectief heeft op wat er die avond gebeurde, is natuurlijk een genrecliché. Maar in The Afterparty wordt dat gegeven de kern van de serie zelf.

Elke aflevering wordt namelijk gekleurd door een andere getuigenis. Vrolijke Yasper (Ben Schwartz), die ervan droomt om door te breken als muzikant, herinnert zich de avond als een musical. De getuigenis van Aniq (Sam Richardson), die een crush heeft op Zoë, krijgt de vorm van een romcom, en die van de getroebleerde Chelsea (Ilana Glazer) ziet eruit als een psychologische thriller. Terwijl steeds meer informatie over de avond op tafel komt, komen we ook meer te weten over de personages – en zij over elkaar.

Aan het einde van het eerste seizoen wordt zo niet alleen de moord op Xavier opgelost maar worden ruzies bijgelegd, wonden geheeld en nieuwe vriendschappen gesloten. The Afterparty laat zien dat juist doordat het moordmysterie van oudsher een zo strak gekaderd genre is, het zo verleidelijk is om binnen die kaders te spelen, experimenteren en vernieuwen.

Spelen met clichés

Ook in de Benoit Blanc-films, waarvan een derde, Wake Up Dead Man, is gepland voor volgend jaar, speelt schrijver en regisseur Rian Johnson vrolijk met de clichés van het moordmysterie. In Knives Out laat hij Blanc (Daniel Craig) belanden in het afgelegen landhuis van een misdaadschrijver die om het leven is gebracht door een van zijn familieleden (maar door wie?) en in Glass Onion laat hij hem deelnemen aan een moordspel op het zonovergoten privé-eiland van een miljardair (maar is het wel een spel?).

Johnson begrijpt dat het niet alleen de puzzelplot is die een whodunit zo meeslepend maakt, maar vooral ook het plezier waarmee die in elkaar is gezet. Ook hij kent die andere gouden regel van de whodunit: als maker mag je je nooit te goed voelen voor het genre, hoe kinderachtig het ook kan zijn.

Want, toegegeven, een beetje kinderachtig zijn de Benoit Blanc-films wel, met hun dik aangezette personages en constante stroom van hedendaagse verwijzingen. Heel anders van toon is de serie Poker Face (2023-), Johnsons ode aan de ‘howdunit’ Columbo (1968-2003), waarbij we wel weten wíé het heeft gedaan, maar nog niet hóé.

Destijds was het Peter Falk die elke aflevering tegenover een andere schurk kwam te staan, dit keer is dat Natasha Lyonne als de minstens zo aimabele Charlie Cale. In de doorlopende verhaallijn waarin Charlie op de vlucht is voor een gangsterbaas, knipoogt Johnson ook nog naar films van Quentin Tarantino en Amerikaanse roadmovies als Easy Rider (1969) en Two-Lane Blacktop (1971). Vergeleken met het gelaagde, eigenzinnige universum van Poker Face zijn de Blanc-films vooral een pastiche. Maar is pastiche niet gewoon een wezenlijk onderdeel van het moordmysterie?

Genre dat altijd naar zichzelf verwijst

Murder, She Wrote verwees naar Agatha Christie, op haar beurt verwees Christie naar Arthur Conan Doyle. Haar Hercule Poirot werd namelijk geïnspireerd door zijn Sherlock Holmes, maar die was dan weer gebaseerd op een personage van Edgar Allan Poe. De zogenoemde hard-boiled misdaadliteratuur, die tegelijkertijd met de whodunit ontstond, tussen 1920 en 1939, zou dan weer de film noir inspireren, in de jaren veertig.

Een van de kenmerkende eigenschappen van het moordmysterie is kortom dat het genre altijd naar zichzelf verwijst. Het brengt hommage en bespot, kopieert en knipoogt. Een ander kenmerk van het moordmysterie is zijn verscheidenheid.

Sinds die bloeiperiode van de misdaadliteratuur heeft het moordmysterie zich verspreid naar bioscoop, radio en televisie, naar gezelschapsspelen, computergames en escaperooms. Er kwamen ‘neo noirs’ en literaire thrillers, Duitse Krimi en Scandinavische detectives. In de jaren dertig hadden we Maigret, in de jaren negentig Hannibal Lecter, in de jaren nul Stieg Larsson.

Je zag het al in de begindagen van het moordmysterie, met enerzijds de opgeruimde Britse whodunit en anderzijds de veel rauwere Amerikaanse misdaadverhalen. Monter stond tegenover duister, en dat verschil is er nog steeds. In 2024 hebben we het truecrimegenre, waarin de realiteit ongefilterd tot ons komt, maar zijn er ook de talloze cosy crime-boeken die voortborduren op Agatha Christie. Er is een serie als Only Murders in the Building, waarin speelsheid, humor en zelfs musicalliedjes lijnrecht staan tegenover dodelijk geweld, maar er is ook de stemmige serie Lady in the Lake (2024), waarin het niet alleen over moord gaat, maar ook over racisme en vrouwenonderdrukking in het Baltimore van de jaren zestig.

Opgewekte sfeer vs. harde realiteit

Wil je weten waarom we toch zo van het moordmysterie houden, dan zul je je blik echter moeten vernauwen. Vergeet een serie als Lady in the Lake, die ook geclassificeerd kan worden als drama. Vergeet A Good Girl’s Guide, die net zo goed een thriller is. Wil je weten wat er zo aantrekkelijk is aan een wereld waarin het draait om moord, focus je dan op de whodunit.

In dit type moordmysterie vallen toon en onderwerp niet samen, zoals in de inktzwarte hard-boiled literatuur, maar contrasteert de opgewekte sfeer met de harde realiteit van moord. Of moeten we het wel hebben over een contrast? Misschien kunnen we beter zeggen dat in de whodunit de wereld in balans is.

En zo zijn we terug waar we begonnen, in dat idyllische plaatje waar de tuintjes zijn aangeharkt en iedereen elkaar gedag zegt: Cabot Cove. Hier worden weliswaar meer moorden gepleegd dan in welke fictieve stad ook, maar worden die moorden ook altijd opgelost. In het echte leven is geweld ontregelend, maar in een moordmysterie zegeviert de logica.

Wie Murder, She Wrote kijkt – of The Afterparty, of Pokerface – droomt even weg bij het idee dat de wereld rechtvaardig is, dat moord altijd wordt opgelost en er een balans is tussen orde en chaos. Net als in de echte wereld dreigt er in Cabot Cove gevaar, loert geweld altijd om de hoek, maar we zijn in goede handen bij Jessica Fletcher. In de echte wereld hebben we meer vragen dan antwoorden, maar in Cabot Cove weet zij altijd antwoord op die ene vraag: wie het heeft gedaan?

Penny dreadfuls en pulp fiction

Als de Britse arbeidersklasse in de 19de eeuw steeds geletterder wordt en, als gevolg van de Industriële Revolutie, ook steeds kapitaalkrachtiger, ontstaat er vraag naar een nieuw soort literatuur. Deze arbeiders willen geen deftige boeken lezen maar lectuur die opwindend, vermakelijk en goedkoop is. Het antwoord komt in de vorm van penny dreadfuls, goedkoop gedrukte pamfletten met vervolgverhalen over romantiek, paranormale verschijnselen en misdaad. Later zouden er sjiekere tijdschriften vol misdaadverhalen volgen, waarin ook Arthur Conan Doyles feuilleton over privédetective Sherlock Holmes wordt afgedrukt.

Holmes, de excentrieke speurneus wiens avonturen een sensatie ontketenden in victoriaans Engeland, zou later de inspiratie vormen voor Agatha Christies Hercule Poirot, maar op zijn beurt was Holmes weer een kopie van C. Auguste Dupin, een briljante maar onorthodoxe speurder die door de Amerikaan Edgar Allan Poe al in 1841 werd opgevoerd in het korte verhaal The Murders in the Rue Morgue.

Een Amerikaanse variant op de Britse penny dreadful arriveert in de jaren twintig van de 20ste eeuw. De goedkoop gedrukte tijdschriften met misdaadverhalen, waaronder Black Mask (voor het eerst gepubliceerd in 1920), komen bekend te staan als pulp fiction. De verhalen die erin te lezen zijn, worden geïnspireerd op de corruptie en andere maffiapraktijken die het gevolg zijn van de drooglegging. Hier wordt de zogenaamde hard-boiled misdaadliteratuur geboren die schrijvers als Dashiell Hammett en Raymond Chandler voortbrengt, samen met hun geharde privédetectives Sam Spade en Philip Marlowe.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next