Op het Tunesische eiland Djerba leeft een van de laatste Joodse gemeenschappen in de Arabische wereld. Welke invloed heeft de Gaza-oorlog op de verhoudingen? ‘Ik ben bang voor de mensen van buiten. Maar hier hebben we geen problemen.’
Soms, vertelt Daniel Uzan, komt er een klant binnen die vraagt naar een sieraad met de Palestijnse vlag. Wat zegt hij dan, als joodse juwelier? Uzan denkt niet lang na. ‘Natuurlijk kan dat. Kijk, daar staat de lasersnijder van mijn zoon. Een hangertje kan hij zo maken. Met de Palestijnse vlag zijn op dit moment goede zaken te doen.’
De 56-jarige verkoper staat achter de toonbank in een van de juwelenzaken in de soek van Houmt Souk, de grootste plaats op het Tunesische eiland Djerba. Het is een eiland dat bekendstaat om zijn zandstranden, zijn wuivende palmbomen, zijn witgekalkte huizen. Maar ook om zijn oude Joodse gemeenschap, een van de laatste die in de Arabische wereld te vinden is.
Over de auteur
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
Joden en moslims leven hier gemoedelijk samen, vertelt Uzan. ‘We zijn elkaars buren en vrienden, al generaties lang. Overdag is het te warm, maar ’s avonds zie je dat oden en moslims samen domino spelen op de terrassen.’
Hoe heeft het uitbreken van de Gaza-oorlog het leven hier beïnvloed? Uzan moet toegeven dat hij even bang was dat het brute geweld in Gaza de betovering op het eiland zou verbreken. ‘Maar die angst is voorbij’, zegt hij. ‘Er is hier niets gebeurd. We leven samen, net als altijd.’
De joden zijn geen nieuwkomers hier. Ze streken ver voor het begin van de jaartelling op Djerba neer, toen ze op de vlucht sloegen vanuit Jeruzalem nadat de eerste tempel werd verwoest. En ze bleven, tot op de dag van vandaag.
Dat is uitzonderlijk. De kust van Noord-Afrika kende ooit volop joodse bewoners. De meesten van hen vertrokken nadat in 1948 de staat Israël werd gesticht. Of later, na de Zesdaagse Oorlog in 1967, toen de spanningen tussen joden en moslims overal toenamen.
De joodse gemeenschap op Djerba bestaat uit duizend, misschien vijftienhonderd mensen en is daarmee de grootste van Noord-Afrika. Zeker sinds het begin van de Gaza-oorlog leven zij in een zeer pro-Palestijns land. In Tunesië is Gaza nooit ver weg. Op talloze kruispunten staan wegwijzers waarop de afstand naar Gaza is aangegeven, alsof je er zo naartoe kunt rijden. Palestijnse vlaggen prijken her en der op de muren.
Ook op politiek niveau zijn de banden tussen Tunesië en Palestina innig. In het verleden bood het Noord-Afrikaanse land jarenlang onderdak aan Yasser Arafat en zijn Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). En terwijl andere Arabische landen, zoals Egypte, Jordanië en Marokko, hun relatie met Israël normaliseerden, is dat in Tunesië ondenkbaar.
Integendeel: na het uitbreken van de Gaza-oorlog had het parlement bijna een wet aangenomen die alle banden met Israël strafbaar stelde. Pas op het laatste moment greep president Kais Saied in en ging de stemming in het parlement niet door. De wet zou volgens Saied het internationale belang en de veiligheid van Tunesië in gevaar brengen.
Hoe heeft dit alles zijn weerslag op de joden op Djerba? ‘Het is een moeilijke tijd’, geeft Gabriel Yahich (50) toe. Hij is kok en eigenaar van een restaurant in de soek. Met grote zorgvuldigheid sorteert hij peterselie, die hij straks wil verwerken in koosjere gehaktballetjes. ‘Ik ben bang voor de mensen die van buiten komen. Maar hier in de soek hebben we geen problemen, hier kennen we elkaar allemaal.’
Inderdaad zie je op straat hoe joden en moslims gemoedelijk met elkaar omgaan. Ze wisselen nieuwtjes uit over buurtgenoten, lopen elkaars juwelierszaken binnen om geleend geld terug te geven, groeten elkaar over en weer.
‘Ik denk dat dit de vreedzaamste plek is op aarde’, zegt David Sayada (26), een telg uit een familie van juweliers, die zelf een reisbureau voor joodse toeristen uit het buitenland is begonnen (‘Tunisia With David’). ‘Als ik in Parijs of Londen ben, voel ik me veel onveiliger dan hier. Je kunt daar niet zomaar met een keppeltje over straat. Soms krijg je het gevoel dat mensen je willen aanvallen.’
Een van de strategieën van de joden op Djerba is om over de Gaza-oorlog zo min mogelijk te praten. ‘Ik heb vrienden van beide kanten, als joden en moslims gaan we hier samen naar school’, vertelt Sayada. ‘Soms vraagt iemand wat ik van die oorlog vind. Ik wil vrede, zeg ik dan. In Europa willen mensen over politiek praten. Ik doe daar niet aan mee. Ik houd van muziek en van zaken doen. En ik wil mensen laten zien dat we samen kunnen leven. Veel mensen voelen zich niet goed in deze wereld, ze raken gedeprimeerd. Daar wil ik iets positiefs tegenover stellen.’
Toch werd de vredigheid op Djerba een aantal keren ruw verstoord. In 2002 reed een tankauto vol explosieven de Ghriba-synagoge binnen. Bij de aanslag, die werd opgeëist door de terreurgroep Al Qaida, stierven negentien toeristen, onder wie veertien Duitsers.
In mei 2023 was het opnieuw raak. Een agent die elders op Djerba was gestationeerd, vermoordde eerst zijn collega en reed toen naar de grote synagoge. Daar schoot hij wild om zich heen. Twee bewakers en twee joodse bezoekers werden gedood. De schietpartij gebeurde tijdens de jaarlijkse pelgrimage, een evenement dat veel (internationale) bezoekers trekt.
De feestelijkheden rond de pelgrimage werden in 2024 uit voorzorg geannuleerd, vanwege de oorlog in Gaza. ‘Hoe kunnen we iets vieren wanneer er iedere dag mensen sterven?’, vroeg het hoofd van het organiserend comité zich hardop af.
Ondertussen merken de joodse juweliers dat de omzet de laatste tijd tegenvalt. ‘Op dit moment vermijden we het om iets bij hen te kopen’, zegt Amel Khacha (32), zelf een moslima, eerlijk.
Met haar zus vormt Khacha de jongste generatie in een familiebedrijf dat matten en tassen vlecht. Hun vader maakt traditiegetrouw de vloerbedekking in de Ghriba-synagoge. Het laat opnieuw zien hoe hecht het leven van moslims en joden op Djerba is verknoopt.
Waarom ze nu niets bij een joodse juwelier wil kopen? ‘We zijn bang dat ze het geld aan Israël geven’, verklaart Khacha, een kleurige verschijning met een gouden hoofddoek. ‘Ik denk dat ze het wel begrijpen. Maar ook al steunen wij de Palestijnen, dat betekent niet dat onze relatie met de joden hier hoeft te verslechteren. We zijn nog steeds even aardig tegen hen. Zij komen op onze bruiloften, en wij op de hunne.’
Juwelier Daniel Uzan geeft toe dat de zaken in zijn juwelenhandel de laatste tijd niet erg goed gaan. ‘Maar ik denk dat Palestina daarvan niet de belangrijkste oorzaak is’, zegt hij. ‘Het komt door de economische situatie in dit land. Het leven wordt steeds duurder. Voor sieraden hebben de mensen nu weinig geld.’ Het klopt: in Tunesië is de inflatie hoog, de economie krimpt.
Ondanks de moeilijkheden, zegt Uzan, zou hij nog steeds nergens anders willen leven dan op Djerba. ‘Ik ben hier geboren, heb mijn huis, mijn zaak. Ik ken de mensen, de mensen kennen mij. De politie waakt over mijn veiligheid. Als ik naar de overheid ga, dan krijg ik wat ik nodig heb. In Israël of Frankrijk zou ik de rest van mijn leven moeten rennen om iets gedaan te krijgen.’
Het ultieme bewijs, vertelt de juwelier, is dat hij een Portugees paspoort kon krijgen – maar dat niet heeft gedaan. Portugal biedt Sefardische joden, die in de 15de eeuw werden verdreven van het Iberisch schiereiland als gevolg van de christelijke ‘herovering’, de Portugese nationaliteit aan.
Zijn dochters maakten een andere keuze: zij hebben nu wel een Portugees paspoort op zak. ‘Maar ook voor hen is dat geen soort plan B’, verzekert Uzan. ‘Ze willen vrij kunnen reizen, kunnen leven als een toerist. Dat is alles.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant