Home

Om de onzekerheid over het vroegpensioen weg te nemen is nu eerst het kabinet aan zet

Agenten vragen aandacht voor het gebrek aan een structurele regeling voor het vroegpensioen. Die aandacht is ze gegund.

De meest verrassende bijdrage aan het debat over de politieacties komt van de voetbalbond KNVB. Die meent dat er niet meer dan ‘minimale politie-inzet’ nodig is om het betaald voetbal in goede banen te leiden. Nogal wat agenten zullen daar woensdag verbaasd van hebben opgekeken bij hun ontbijt. Met 236 duizend uren aan jaarlijkse politie-inzet levert het voetbal volgens de meest recente cijfers een belangrijke bijdrage aan de permanente overbelasting van de politie.

Het is dus waarschijnlijker dat de actievoerende agenten wel degelijk een sterk drukmiddel in handen hebben nu zij in de strijd om een beter vroegpensioen wegblijven bij enkele stadions. Als zij die actie uitbreiden, is het slechts nog een kwestie van tijd voordat burgemeesters wedstrijden gaan verbieden en de agenten de aandacht van het land te pakken hebben.

Dat is ze gegund ook, want de strijd om een fatsoenlijke regeling voor de ‘slijtende beroepen’ sleept zich al veel te lang voort. Vooropgesteld: de bittere noodzaak om gemiddeld langer door te werken in dit tijdperk van snelle vergrijzing, wordt door vrijwel niemand betwist. Het beleid dat daarop aanstuurt, is een van de best geslaagde projecten van de kabinetten-Balkenende en Rutte. De gemiddelde pensioenleeftijd ligt inmiddels op 65 jaar en 11 maanden. Dat is ruim vijf jaar later dan in 2002, toen de eerste pogingen begonnen om ouder wordend Nederland te reactiveren.

Maar al die tijd werd gewaarschuwd, met de vakbeweging voorop, dat langer doorwerken niet voor iedereen is weggelegd, dat er sectoren zijn waarin mensen na dertig of veertig jaar fysiek of mentaal ‘op’ kunnen zijn. En al die tijd waren de overheid en de werkgevers huiverig om een goede regeling op te tuigen, uit vrees dat deze alles weer zou ondermijnen – in de woorden van oud-premier Rutte: ‘Iederéén denkt dat ie een zwaar beroep heeft.’

Inmiddels weten we dat die vrees ongegrond is. Sinds enkele jaren geldt de tijdelijke Regeling Vervroegde Uittreding. Sindsdien kunnen werkgevers hun werknemers drie jaar voor de AOW-leeftijd met een belastingvrije uitkering van 1.500 euro netto per maand naar huis laten gaan.

Dat sloeg aan. In meer dan de helft van de cao’s zijn vroegpensioenregelingen afgesproken. Maar inmiddels is óók duidelijk dat dit niet tot een stormloop op de regeling leidt. Slechts een derde van de mensen die in aanmerking komt, maakt er gebruik van. Van de door sommigen gevreesde ‘vroegpensioencultuur’ is helemaal geen sprake, behalve misschien onder de mensen voor wie de regeling ook echt bedoeld is. Voor hen is het alleen al een geruststellend idee dat er in geval van nood een regeling is, zelfs als ze er uiteindelijk geen gebruik van maken.

Over anderhalf jaar loopt de tijdelijke regeling af. Voor een structurele regeling, waar de agenten om vragen, is om te beginnen een gebaar nodig van de overheid, die een royale belastingvrijstelling voor de uitkering moet garanderen om werkgevers en werknemers weer aan tafel te krijgen. Een kabinet dat ‘bestaanszekerheid’ als belangrijk motto voert, heeft niet de luxe om daar nog lang over na te denken.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next