Zelf vinden ze zich ‘de grootste grap van 2024’, maar de vierkoppige band Fat Dog heeft inmiddels een behoorlijke live-reputatie. Met een show op Lowlands voor de deur is het tijd voor een goed gesprek.
Als Fat Dogs toetsenist Chris Hughes komt aanlopen bij het Zuid-Londense poppodium The Windmill, kan hij het maar over één ding hebben. Hij heeft de hele busrit naar A&W van Lana del Rey geluisterd. ‘Gewoon dat ene nummer, op repeat’, zegt hij tegen Fat Dogs zanger en frontman Joe Love.
Love arriveerde een paar minuten eerder, met zijn handen vol drankjes: ijskoffie, flesje water, groentesap. Hij probeert fitter te worden, legt hij uit: de liveshows vragen fysiek nogal wat van hem.
Over de auteur
Els de Grefte is popredacteur van de Volkskrant.
Net als Love begint Hughes zodra hij aan een vrolijk gekleurde picknicktafel zit werktuigelijk een sjekkie te draaien. ‘Het is zo’n fucking sick nummer’, zegt Hughes, nog steeds totaal betoverd door Lana del Rey. ‘Ik voel me een verdrietige vrouw in de jaren vijftig.’
Het staat recht tegenover de sfeer van de muziek die de eclectische, energieke en maffe band Fat Dog zelf maakt. Dat is een soort rave-punk met snufjes klezmer, funk en psych-rock. De muziek kan, zeker live, aanvoelen alsof de band je stevig bij de schouders pakt en even goed door elkaar schudt.
Die live-reputatie leverde de Engelse band nog voor ze ook maar één single hadden uitgebracht een heldenstatus op in het undergroundcircuit, én een platendeal bij indielabel Domino.
In januari stonden ze op Eurosonic Noorderslag, en hoewel ze zelf vonden dat die show ‘verschrikkelijk’ ging, werden ze van alle bands daar het meest geboekt voor Europese festivals. Dit weekend staan ze op Lowlands, twee weken later op Into The Great Wide Open.
We spreken ze in de tuin van The Windmill, een kleine zaal in een beetje een grauwige buurt. The Windmill is legendarisch in z’n soort: een aantal van de betere indiebands (zoals Squid, Black Midi en Black Country, New Road) vonden er hun oorsprong.
Dat komt volgens Hughes door boeker Tim Perry: ‘Als je hier een slechte show speelt, zegt hij gewoon dat je terug kan komen als je beter bent. Op veel andere plekken mag je na één slechte show nooit meer spelen.’
‘Toen we net begonnen, waren er veel boekers die ons niet terug belden na een slecht optreden’, zegt Love. ‘In het begin waren al onze shows behoorlijk slecht, nu is het ongeveer 60/40. Misschien iets beter, inmiddels.’
Saxofonist Morgan Wallace schuift ook aan op de picknickbank en wijst meteen verbaasd op Joes sapje. ‘Joe probeert net zo fit te worden als Chris Martin’, zegt Hughes.
Het idee voor Fat Dog ontstond in coronatijd, toen Love uit verveling heel veel muziek begon te maken. De stip aan de horizon was altijd een liveshow met band, met alle coronarestricties toen nog een onbereikbare droom.
‘Als je thuis alleen aan het schrijven bent, wil je niets liever dan met andere mensen spelen’, zegt Love. ‘En als je met een band op het podium staat, wil je niets liever dan alleen in de studio zitten.’
De band is regelmatig van bezetting gewisseld, met Joe als constante factor. Hughes kwam er pas bij nadat hij de band had zien spelen in The Windmill. ‘Ik herinner me die avond heel goed, want ik ging door een heftige relatiebreuk’, zegt Hughes.
‘Ik had veel opgekropte emoties. En dat is het fijne aan de muziek van Fat Dog: je kan echt even alles loslaten. Dat vond ik fantastisch. Tussen het snot en de tranen nam ik me voor om er alles aan te doen om in deze band te komen.’ Met drummer Johnny Hutchinson, bassist Jacqui Wheeler, Love en Wallace vormt hij nu de band.
Sinds de oprichting hangt er al een buzz rond Fat Dog. Van NME tot The Guardian, overal worden de verwachtingen voor het debuutalbum flink opgevoerd. ‘Het voelt alsof we de grootste grap van 2024 aan het uitvoeren zijn’, zegt Hughes. ‘En dat we ermee wegkomen!’
Het maakt niet uit: de band hecht niet zoveel waarde aan pers. ‘Een slechte recensie kunnen we wel hebben’, zegt Wallace. ‘Maar een publiek dat het niet leuk vindt, dat is deprimerend. Het belangrijkste is dat het publiek het leuk vindt.’
En het publiek vindt het leuk. Volgens Hughes ligt dat vooral aan de muziek: ‘Het zijn gewoon goede nummers, het soort muziek waarop mensen willen dansen.’ Maar dat is het niet alleen, de band maakt er op het podium een vrolijke chaos van. Love duikt regelmatig het publiek in om zichzelf in moshpits te werpen, Hughes doet elke show een krabdans.
‘Als ik in het publiek stond, zou ik Fat Dog fucking verschrikkelijk vinden’, zegt Love. ‘Ik zou onze dansjes onzinnig vinden. Maar ja, het is onze taak om het publiek op te hitsen.’ Hughes: ‘Ja, we zijn de Vengaboys van de 21ste eeuw.’
Fat Dog klinkt als een chaotische geluidscocktail van zeer uiteenlopende invloeden. De muzieksmaak van de bandleden is nogal breed, en dat heeft ontegenzeggelijk invloed op het geluid van de band. ‘Het is zoals Quentin Tarantino zegt’, legt Love uit. ‘Als je films wilt maken, moet je films kijken. Dat geldt ook voor muziek.’
‘Je hebt tegenwoordig eindeloze mogelijkheden om elke soort geluid te gebruiken in je muziek’, zegt Hughes. ‘Daar kun je dan maar beter gebruik van maken, vind ik.’ Wallace is het met hem eens: ‘Mensen gebruiken niet genoeg rare geluiden. Als ik naar shows ga, klinkt het vaak ongeveer hetzelfde.’
De hoofdmelodie in Fat Dogs Running is gemaakt van een (ietwat vervormde) balkende ezel. ‘Dierengeluiden zijn hype as fuck’, zegt Love. ‘Het voelt meteen alsof je door een jungle rent.’
Er hangt een licht ironische zweem rond alles wat Fat Dog doet, maar volgens Love zijn de teksten vrij serieus. ‘Sommige teksten zijn zelfs zo serieus dat het weer grappig wordt’, zegt hij.
Hij legt liever niet te veel uit: het is aan de luisteraar om betekenis aan de liedjes te geven. ‘Mijn vader denkt dat veel van de teksten over hem gaan’, zegt Love. ‘Ik laat hem lekker in die waan.’
Debuutalbum Woof komt uit op 6 september. Love produceerde het met sterproducer James Ford, die onder andere met Arctic Monkeys, Florence and the Machine en Gorillaz werkte.
‘Dat was heel fijn’, zegt Love. ‘Hij weet echt wat hij doet, wat handig is als je zelf geen idee hebt wat je aan het doen bent.’
Het meeste werk stopten ze in de debuutsingle, King of the Slugs. ‘Dat was het eerste dat we uitbrachten, dus we wilden ons beste beentje voor zetten’, zegt Love. Daardoor had hij eigenlijk te weinig tijd voor de rest van het album. ‘Op een gegeven moment dacht ik: fuck, ik heb nog twaalf uur om twee nummers af te maken.’
De band loopt The Windmill uit, Hughes en Wallace met hun hoofden dicht bij elkaar, allebei een oortje in. Hughes laat Wallace A&W horen. Wallace luistert zelf al twee dagen alleen maar Lady Gaga. Love niet. ‘Ik weet niet waarom, maar elke keer als ik iets voorbij zie komen van die film van haar met Bradley Cooper, word ik misselijk.’
Love weet nog wel een leuke pub om de hoek. Na een paar potjes pool, waar vooral Hughes ontzettend goed in blijkt te zijn (‘Een bijwerking van mijn alcoholisme’), zit de band alleen nog maar buiten. Filters, shag, vloei en aanstekers worden aan de lopende band gezocht, uitgeleend en gevraagd.
‘Ken je dat, dat je zo’n goed nummer hoort dat je het voelt in je buik?’ zegt Hughes. ‘Ik wil niet als een pretentieuze lul klinken, maar dat oergevoel willen we oproepen met onze muziek.’
‘Ik wil gewoon knaller na knaller na knaller maken’, zegt Love.
Na een paar bier (witte wijn-spritzers voor Love, die nog altijd probeert fit te worden), neemt het gezelschap een rode dubbeldekker naar de platenzaak waar drummer Johnny Hutchinson een dj-set houdt.
Hutchinson – DJ Doghead – draait The La’s en LCD Soundsystem, maar de pub aan de andere kant van de weg lonkt. Er spelen vier bands, de meeste niet goed. Gelukkig heeft ook deze pub een tuin om in te roken.
‘Onze show op Lowlands gaat het publiek het gevoel geven alsof je bij een snackmuur aankomt en het deurtje bij een kroket opengaat zonder dat je ervoor hebt betaald’, zegt Hughes. ‘Dat gebeurde me laatst in Amsterdam, een van de beste dingen die me ooit is overkomen.’
Fat Dog speelt zaterdag om 22.00 uur in de X-Ray op Lowlands.
30/8 Into The Great Wide Open, 8/10 Doornroosje Nijmegen, 9/10 Vera Groningen, 11/10 Skatecafé Amsterdam, 12/10 Here’s The Thing Festival.
Debuutalbum Woof komt op 6 september uit bij Domino.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant