Home

Trêveszaal sluit voor renovatie Binnenhof, ministerraad vergadert in het ‘heerlijke’ Catshuis

Het kabinet-Schoof zat dinsdag voor een teambuildingsessie in het Catshuis. Vanaf vrijdag is dat de vaste locatie van de wekelijkse ministerraad, net als tussen 1964 en begin jaren tachtig. Vanwege de renovatie van het Binnenhof is de Trêveszaal niet beschikbaar.

De nieuwe kabinetsploeg weet niet beter, want geen enkele minister maakte deel uit van een eerder kabinet. De zestien groentjes hebben maar twee of drie keer in de barokzaal uit 1697 op het ministerie van Algemene Zaken gezeten.

Een nadeel is wel dat het Catshuis in park Sorghvliet veel verder van de ministeries ligt. De departementen bevinden zich vrijwel allemaal op loopafstand van het Binnenhof, maar om naar het Catshuis te gaan, zullen de bewindspersonen de dienstauto of de fiets moeten pakken.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Volg alles over de kabinetsformatie hier.

Ministers vinden het over het algemeen heerlijk om in de Tuinzaal van het Catshuis te vergaderen. De grote tuin rondom het 17de-eeuwse landhuis nodigt bij mooi weer uit tot baldadigheden, ook omdat de vergadertijgers zich er veilig wanen voor de nieuwsgierige blikken van journalisten.

Ed van Thijn, minister in het derde kabinet-Lubbers, vond dat een groot voordeel. ‘Het Catshuis is wat intiemer dan de Trêveszaal en je houdt de pers makkelijker buiten’, zei hij jaren geleden in de Volkskrant. André Rouvoet, minister in het vierde kabinet-Balkenende: ‘Als je eenmaal door het hek bent gereden, heb je rust. Dan kun je naar buiten lopen voor een frisse neus, zonder dat je wordt belaagd door journalisten.’

Ontvangstruimte voor hoge gasten

Het Catshuis is genoemd naar de dichter Jacob Cats, die het in 1652 liet bouwen als privéwoning. Onderwijsminister en latere premier Jo Cals, die dol was op pracht en praal, stelde in 1961 voor dat de Rijksoverheid het landhuis zou kopen om er een ambtswoning voor de minister-president en een officiële ontvangstruimte voor hoge gasten van te maken.

Cals vond het een blamage dat Nederland buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders ontving in het Scheveningse vijfsterrenhotel Wittebrug, in plaats van in een nationale residentie met het Nederlandse rijkswapen op het servies.

Premier Victor Marijnen nam het Catshuis in 1964 in gebruik. Hij ging er wonen met zijn gezin, net als Cals en De Jong na hem. Dries van Agt is de laatste premier die (alleen door de week en zonder zijn vrouw) er op de bovenverdieping woonde. Dick Schoof bedankt net als zijn recente voorgangers voor de eer; hij wil er hoogstens een nachtje logeren.

Wandelen en napraten

De Trêveszaal op Algemene Zaken is al sinds 1977 de officiële vergaderlocatie van de ministerraad, maar premier Van Agt gaf nog vaak de voorkeur aan zijn woning, het Catshuis. Gijs van Aardenne (minister in de kabinetten-Van Agt I en Lubbers I) vond het maar niets dat Lubbers de ministerraad vanaf 1982 permanent naar de Trêveszaal verplaatste. Hij vroeg de CDA-premier dat besluit terug te draaien, maar dat bleek niet te kunnen. De secretaris-generaal van Algemene Zaken had Lubbers verteld dat de nieuwe tapijten in het Catshuis dan te hard zouden slijten.

Van Aardenne zei tegen de auteurs van het boek De geheimen van het Torentje: ‘Het Catshuis geeft je de mogelijkheid om veel rond te lopen. Je kon de tuin in wandelen en in de kamertjes zitten. Dat had iets gemoedelijks. Onder het wandelen werden veel zaken gedaan en na afloop van de vergadering werd nog wat nagepraat.’

Dronken ministers

Die gezellige nazit ontaardde in de jaren zestig en zeventig nogal eens in nachtelijke drankgelagen, aldus de politieke folklore. Tijdens de ministerraad zelf kwam de sterke drank en wijn in die jaren trouwens ook al op tafel. Kabinetsbesluiten kwamen niet altijd geheel nuchter tot stand. Voormalig vicepremier Hans Wiegel vertelde eens hoe hij op een zeer laat uur een stel dronken ministers moest commanderen het pand te verlaten, omdat de VVD-politicus (die op het Catshuis logeerde) en Van Agt naar bed wilden.

Wiegel diste wel meer smakelijke – en vermoedelijk sterk aangedikte – anekdotes over het Catshuis op. Van Agt stond bekend als lui, dus Wiegel moest naar eigen zeggen vaak op vrijdagochtend de ministerraad leiden totdat hij de spiraalbodem van Van Agts bed op de bovenetage hoorde kraken. Dat was het sein dat Van Agt was opgestaan en het weldra van hem zou overnemen. ‘Ik regeerde het land vrijdagochtend en de heer Van Agt op vrijdagmiddag’, placht Wiegel daarover op te merken.

Volgens de huishoudster die dertig jaar op het Catshuis werkte, hielden ministers soms voetbalwedstrijdjes in de tuin tijdens de lunchpauze van de ministerraad. Veel later, in 1999, maakte D66-minister van Grotestedenbeleid Roger van Boxtel tijdens een crisisoverleg van het tweede paarse kabinet een handstand op het gazon. Een Volkskrant-fotograaf legde Boxtels acrobatenstunt met zijn telelens vast. De volgende dag stond de minister op zijn kop op de voorpagina van de krant.

Sinds begin jaren tachtig gebruiken kabinetten het Catshuis voornamelijk voor crisisoverleg. In die situaties is het een groot voordeel dat de pers daar op afstand gehouden kan worden. Het eerste kabinet-Rutte viel in het Catshuis, omdat gedoogpartner Geert Wilders weigerde de extra bezuinigingen te accepteren die VVD en CDA hem wilden opdringen. De ‘Catshuisregeling’ (een minimumvergoeding van 30 duizend euro) voor gedupeerden van het toeslagenschandaal kwam er tot stand. En in 2014 vergaderde het kabinet er in de dagen na de MH17-vliegramp.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next