De toespraken van Hezbollahleider Nasrallah zijn niet uit-gezonden op de Syrische televisie. Dat is veelzeggend voor de verhoudingen in de regio en de rol van Rusland.
Meestal kun je er de klok op gelijkzetten: als Hezbollah-leider Hassan Nasrallah spreekt, dan luistert de Arabische wereld. Maar afgelopen week gebeurde er iets opmerkelijks. In het Syrië van dictator Bashar al-Assad werden Nasrallahs toespraken tot tweemaal toe níét uitgezonden op de staatstelevisie. Die boycot is opvallend omdat Syrië al jaren een nauwe bondgenoot is van Hezbollah. De twee vochten zij aan zij bij het neerslaan van de volksopstand die in 2011 in Syrië uitbrak.
Zonder de hulp van Hezbollah (en vanaf 2015 ook van Poetins Rusland) en aanverwante groeperingen had Assad waarschijnlijk niet meer in het zadel gezeten. Hij is dus veel verschuldigd aan de militante Libanese groepering. Tot op de dag van vandaag heeft Hezbollah tal van checkpoints in handen in het door Assad gecontroleerde deel (ruwweg tweederde van het land) van Syrië. Vermoed wordt dat Hezbollah, net als de presidentiële familie, diep in de regionale drugshandel zit en dan met name de miljoenenhandel in captagon – een goedkoop te produceren amfetaminepil.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Het bondgenootschap gaat terug tot de islamitische revolutie in Iran in 1979, toen de toenmalige president Hafiz al-Assad (de vader van Bashar) een alliantie smeedde met het nieuwe regime in Teheran, onder meer om samen op te kunnen trekken tegen Israël en de Verenigde Staten. Datzelfde Iran stampte later Hezbollah uit de grond op Libanese bodem.
Daar bovenop sprak een prominente imam een fatwa uit met de boodschap dat de Syrische alawieten (waartoe de familie Assad behoort) voortaan deel zouden uitmaken van de sjiitische islam, waartoe ook de ayatollah’s in Iran behoren. Uit dat verstandshuwelijk is de tegenwoordige ‘as van het verzet’ geboren. Behalve Iran, Syrië en Hezbollah maken ook Hamas en de Houthi’s daarvan deel uit.
Ondanks dit alles deed het Syrische staatspersbureau Sana de toespraken af met twee korte nieuwsberichten – een breuk met staand beleid. De reden, denkt Syriëkenner Fabrice Balanche (Universiteit van Lyon), is dat de Iraniërs niet de enigen zijn met invloed. ‘De Russen zijn de tweede belangrijke steunpilaar voor Assad’, zegt Balanche. ‘Zij zijn zich ervan bewust dat Assads macht beperkt is, en willen voorkomen dat de oorlog zich naar Syrië uitbreidt en dat Moskou zijn overwicht in het land kwijtraakt.’
Van de Russische president Vladimir Poetin is bekend dat hij niet zit te wachten op een regionale veenbrand in het Midden-Oosten. Zijn minister Sergej Sjojgoe (Defensie) stuurde hij vorige week naar Teheran, waarna Iraanse bronnen naar persbureau Reuters lekten wat de boodschap was: houd je in bij de vergelding van de moord op Hamas-leider Ismail Haniyeh (op 31 juli) want we willen niet dat het in de regio uit de hand loopt.
Hoewel de Gaza-oorlog het Kremlin aanvankelijk wel goed leek uit te komen, bijvoorbeeld omdat die het wereldwijde aanzien van het pro-Israëlische Westen flink schaadt, heeft Poetin er geen belang bij dat het conflict naar andere landen overslaat. Een confrontatie tussen Israël en Iran kan de Amerikanen ‘teruglokken’ naar het Midden-Oosten, net nu Washington de voorbije jaren bezig was aan een algehele terugtrekking. Rusland is bang dat zijn geopolitieke belangen in Syrië daarmee ook in het geding komen.
In 2015, toen het nog allerminst zeker was wie er als winnaar uit de Syrische burgeroorlog tevoorschijn zou komen, werd Hezbollah-leider Nasrallah nog uitgebreid op de Syrische tv geïnterviewd. De interviewer droeg er speciaal een hoofddoek voor, en kondigde haar gast in ronkende bewoordingen aan als ‘de leider, de vader, de verzetsman’. Nu lijkt diezelfde Nasrallah op voorspraak van Poetin te zijn geboycot.
Andere verklaringen circuleren trouwens ook. Oppositiekanaal Al-Modon wist te melden dat de Syrische president zijn oren zou hebben laten hangen naar de Golfstaten. Saoedi-Arabië (dat jarenlang het standpunt verdedigde dat Assad moest vertrekken) heeft sinds kort weer een ambassade in Damascus, nadat de Verenigde Arabische Emiraten dat al eerder deden. Op termijn hoopt Assad dat die landen gaan helpen bij de wederopbouw. Het zou kunnen dat hij op deze manier tegenover de Saoediërs probeert uit te stralen dat hij niet langer bij het rivaliserende Iran in de broekzak zit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant