‘Mevrouw Hop vraagt vaak om hulp bij handelingen die ze best zelf kan’, zeg ik tegen de uitzendkracht die me aan het eind van mijn dienst komt aflossen. ‘Maar dat doet ze niet met opzet. Ze is niet lui of zo. Ze is alleen heel onzeker en bang dat ze geen hulp krijgt. Begrijp je? Je moet dus nooit zeggen dat je haar niet gaat helpen of dat ze dingen zelf moet doen. Je geeft haar vertrouwen door haar aan te moedigen en complimenten te geven, en dan zul je
zien dat ze steeds minder om hulp vraagt. Oké?’
De uitzendkracht knikt.
Even later, wanneer ik haar rondleid, komen we mevrouw Hop (80) tegen. Met korte schuifelpasjes loopt ze achter haar rollator over de gang. Ik stel mevrouw Hop en de uitzendkracht aan elkaar voor.
‘Kom jij me helpen?’, vraagt mevrouw Hop. ‘Loop jij met me mee naar de lift?’
Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Volgens mij kunt u dat heel goed zelf’, antwoordt de uitzendkracht.
Godallemachtig, denk ik bij mezelf. Wat zei ik nou net?
Terug op de verpleegpost laat ik het benaderingsplan zien. In het benaderingsplan staan tips hoe je mevrouw Hop het beste kunt begeleiden, opgesteld door de psycholoog. ‘Lees dit nog maar even goed door.’
‘Ik lees het straks’, zegt ze.
De volgende dag lees ik in het dossier van mevrouw Hop dat de uitzendkracht heeft gerapporteerd dat ze ‘extreem vaak’ op de alarmbel heeft gedrukt. Ik open het alarmregistratiesysteem en bekijk een willekeurig half uur. Vijftien oproepen van mevrouw Hop. Dat is dus gemiddeld elke twee minuten.
Niet alleen uitzendkrachten hebben moeite met mevrouw Hops gedrag. De afdeling is in twee kampen verdeeld.
‘Aan het begin van mijn dienst ga ik altijd even naar mevrouw Hop toe’, zegt mijn
collega. ‘Ik maak even een praatje en help haar met een paar dingetjes, zodat ze weet dat ik er ben en dat ik haar kom helpen als dat nodig is. Dan is ze de rest van de dag lekker rustig.’
Maar de collega’s in het andere kamp vinden dat mevrouw Hop begrensd moet worden in haar vraag om hulp. Zij zeggen: ‘Nee, ik help u niet, want dat kunt u zelf.’
In dat kamp zitten de collega’s die het meeste last hebben van mevrouw Hops alarmbel. ‘Ze drukt zelfs weleens op het alarm als ik al bij haar ben, als ik náást haar sta’, roepen ze verontwaardigd.
Deze collega’s leggen uit dat mevrouw Hop vanzelf zal stoppen met bellen voor hulp bij handelingen die ze zelf kan, als we die hulp consequent weigeren. Dat die aanpak niet werkt, komt dus door ons, in het andere kamp, omdat wij veel te toegeeflijk zijn.
Wat misschien ook meespeelt: mevrouw Hop is niet likeable. Ze heeft een vlakke
gezichtsuitdrukking, waar weinig op af te lezen is. Dat komt door de ziekte van Parkinson. Haar mond is een streep en ze kijkt je vanonder half geloken ogen aan. Haar stem is zacht en monotoon. Een paar weken geleden heeft ze naar de herhaling van Krabbé zoekt Kahlo gekeken. Elke middag zat ze ruim van tevoren klaar voor de tv, en wanneer ik tijdens de uitzending haar kamer binnenkeek, zag ik dat ze geboeid zat te kijken. Maar toen ik vroeg of ze ervan had genoten, was het enige wat ze erover te zeggen had: ‘Jeroen Krabbé is een ijdele man.’ En zo onverbiddelijk is ze ook voor mij en mijn collega’s.
Toch heb ik tijdens mijn dienst veel plezier van mevrouw Hop. Wanneer meneer Van den Boomgaard (85) tijdens het eten een anekdote vertelt over zijn akelige vader, zet mevrouw Hop op de achtergrond een toepasselijke soundtrack in. Met haar zachte stemmetje zingt ze: ‘Vader is een hypocriet, vader is een lul. Vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul.’ Annie M.G. Schmidt.
Als je goed kijkt, kun je zien dat mevrouw Hop glimlacht. En ja, Jeroen Krabbé ís ook een ijdele man.
‘Het was lekker rustig vandaag’, zegt mijn collega aan het eind van onze dienst. ‘Mevrouw Hop heeft niet eens op de alarmbel gedrukt.’
De collega die ons komt aflossen slaakt een zucht. Ze zegt: ‘Dat komt doordat Thomas alles voor haar doet wat ze wil.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant