Home

De nieuwe minister van Justitie: ‘Ik wil kijken of we binnen het demonstratierecht grenzen kunnen stellen’

Voor Prinsjesdag moet het kabinet een ‘regeerprogramma’ presenteren. Als nieuwe minister van Justitie en Veiligheid wil David van Weel (VVD) werk maken van ‘weerbaarheid’. Ook hoopt hij de polarisatie te bestrijden, want die raakt ook de ‘hoeders van onze rechtsstaat’.

Tien, twintig jaar geleden kon je op verjaardagsfeestjes nog weleens van mening verschillen over politiek, zegt David van Weel. ‘Maar uiteindelijk dronk je wel gewoon een biertje met elkaar. Nu heb ik het idee dat mensen soms discussies uit de weg gaan, of hun politieke kleur verzwijgen, omdat ze gedwongen worden zwart-wit te denken. Ik zou graag terug willen naar de grijstinten, want qua polarisatie zijn we vrij ver heen.’

Zelf bekende hij juist kleur deze zomer. Van Weel (48), marineman, topambtenaar op Defensie, Algemene Zaken en daarna bij de Navo, sinds 2018 VVD’er, trad toe tot het kabinet-Schoof. Zijn termijn in Brussel zou in november aflopen, maar eerder dan gedacht is hij met het gezin naar zijn geboortestad Rotterdam teruggekeerd. Dat hij is gevraagd als minister van Justitie en Veiligheid, zegt hij, is iets waaraan hij zelf ‘niet heel veel heeft gedaan’. Hij was zich aan het oriënteren en het is nu eenmaal ‘geen vastomlijnd proces hoe zoiets loopt’.

Dat hij de polarisatie wil bestrijden door uitgerekend in een kabinet met de PVV te stappen, de partij die daarvan haar electorale model heeft gemaakt, kostte hem geen hoofdbrekens. ‘Ik ben gevraagd op het moment dat het hoofdlijnenakkoord er lag en bekend was dat Dick Schoof premier zou worden. Dat heb ik meegenomen in mijn afweging. Schoof is partijloos, zelf ben ik nooit een partijtijger geweest en ook als kabinetslid kan ik mij wat neutraler opstellen tussen de verschillende kampen.’

U zei eind juni in uw hoorzitting in de Tweede Kamer dat u de komende jaren hoopt op ‘weinig ruis’. Is dat niet ontzettend naïef?

‘Dat weet ik niet. Wij zitten hier in onze torens en staan aan de lat voor het uitvoeren van het hoofdlijnenakkoord. De partijleiders zitten in de Kamer, die zullen doen wat zij politiek gezien nodig achten voor hun partij of voor hun achterban. De kracht van dit kabinet is dat het een breed spectrum vertegenwoordigt. Onze opdracht is vanuit de inhoud het gesprek aan te gaan en zo het voorbeeld te geven aan de mensen op straat.’

De VVD investeert met uzelf en bijvoorbeeld Sophie Hermans (43), Eelco Heijnen (43), Ruben Brekelmans (38) en Vincent Karremans (37) relatief jong politiek kapitaal in dit toch onzekere kabinet. Waarom?

‘Ik zie de risico’s ook, maar politiek is altijd ongewis. Zeker in deze gepolariseerde tijden kun je het niet gauw goed doen. Maar ik ben een optimist, ik doe het met volle overtuiging en ik kan mij goed vinden in het hoofdlijnenakkoord. De kaders bieden voldoende waarborgen dat je in dit land kunt zijn wie je bent en dat we niet discrimineren. En vergeet niet dat zo’n tweeënhalf miljoen Nederlanders op de PVV hebben gestemd, wat een signaal is dat de politiek in de ogen van de bevolking een aantal zaken niet voldoende heeft geadresseerd. We willen laten zien dat we er zijn voor de mensen. Tijd om aan de slag te gaan.’

Hij zit in de werkkamer die Dilan Yesilgöz, zijn voorganger als minister en tevens partijleider, op 2 juli leeg heeft achtergelaten. Op de agenda staan nieuwe onderhandelingen in de aanloop naar Prinsjesdag. Na ambtelijke voorbereiding moet het kabinet nu het hoofdlijnenakkoord uitwerken in een ‘regeerprogramma’. Van Weel noemt het een ‘heel vernieuwende, spannende formule’. Waarbij de financiën een doorslaggevende rol gaan spelen.

Van Weel: ‘We hebben natuurlijk te maken met tegenvallers van bij elkaar enkele miljarden. Het vorige kabinet heeft op de valreep nog extra geld toegezegd voor afhandeling van de toeslagenaffaire. De Hoge Raad heeft uitgesproken dat geen winstbelasting had mogen worden opgelegd aan Duitse vastgoedfondsen. Er is een tegenvaller in de belastinginkomsten. Kortom, niet overal is geld voor. Dat worden de komende weken best pittige discussies, denk ik.’

U zei in uw hoorzitting dat de ‘weerbaarheidsagenda’ voor u een prioriteit is. Wat is dat?

‘Ik heb drie prioriteiten: verhogen van de weerbaarheid, doorgaan met de aanpak van de ondermijnende criminaliteit en werken aan het vertrouwen in de rechtsstaat. Aandacht voor weerbaarheid ligt in het verlengde van wat ik hiervoor heb gedaan. Als je als samenleving niet weerbaar bent op het moment dat er spanningen komen, sta je snel op achterstand. Het gaat niet alleen om de ergste variant, zoals de inval in Oekraïne. Het gaat erom wat je doet als alles wat wij vanzelfsprekend vinden, plotseling uitvalt: computersystemen, elektriciteit, mobiele communicatie. Zijn wij daarop voorbereid?’

Het doet denken aan wat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid onlangs zei: haal water, kaarsen, lucifers en batterijen in huis.

‘Ik weet dat mensen daar nog steeds om lachen. Maar als je in Oekraïne vraagt waar mensen in de eerste 48 uur na het uitbreken van de oorlog behoefte aan hadden, dan zijn dat juist die heel basale dingen. Brandstof, om weg te komen. Ben je voorbereid als in een flatgebouw met duizend mensen de toiletten niet meer werken? Ik was vier maanden voor de inval in Odesa, om scenario’s te maken voor de energievoorziening in die havenstad. Wat doen wij als de haven van Rotterdam wordt geblokkeerd?’

U werkte bij de Navo, waar decennialang van ‘diepe vrede’ werd gesproken. Leven we nu in een periode van bedreigde vrede?

‘In elk geval in een tijd van geopolitieke spanning. Het hoeft niet uit te monden in een rechtstreeks conflict voor ons, maar we weten hoe Rusland en China tegenover het Westen staan. Daartoe moeten we ons verhouden. Onze penicilline komt uit China. Is dat handig? Leggen we één kabel aan naar een windmolenpark, omdat dat voordelig is? Of leggen we er meerdere aan, voor het geval er een wordt doorgesneden? Daarover moet je nadenken. Dit najaar kom ik met een Kamerbrief over hoe we onze weerbaarheid moeten aanpakken.’

Vroeger was een minister van Justitie een jurist die wetten maakte. Nu zitten we over dit soort dingen te praten.

‘Ja, de wereld is veranderd. Vroeger zat de techneut van een bedrijf op een zolderkamertje. Nu heeft elke board een Chief Information Officer. Weerbaarheid is een zaak van overheid, bedrijven en burgers met elkaar. En wetten blijven we ook maken hoor.’

U zei in de hoorzitting dat u op het klassieke justitieterrein ‘huiswerk’ had te doen. Hoe staat het daarmee?

‘Ik ben druk bezig. Mijn vakantie was kort. Ik lees alle rapporten die de laatste jaren op het gebied van de rechtsstaat zijn verschenen. Maar veel belangrijker vind ik de werkbezoeken. Ik wil horen waar de man en vrouw op de werkvloer tegenaan lopen. Wat wij verzinnen in deze toren, moet bijdragen aan een oplossing voor hen. Ik heb hier in de stad rondgelopen met de politie, ben op de camping in Renesse geweest en heb gesproken met agenten die in Vlissingen een overslagbedrijf hebben gesloten op verdenking van drugshandel.’

En, wat leert u dat?

‘Agenten, officieren van justitie en andere hoeders van onze rechtsstaat lopen tegen twee dingen aan: die toegenomen polarisatie en het verzwaarde takenpakket. Er wordt een heel groot beroep op ze gedaan, terwijl ze bij wat ze doen in de publieke opinie onmiddellijk in kampen worden verdeeld. Als er een boerenprotest is en je bent voor de boeren, dan ben je tegen hard politieoptreden. En vice versa. Als je voor Extinction Rebellion bent, dan ben je tegen hard optreden tegen mensen die zich vastplakken op de snelweg. En vice versa. Dus wat de politie of het OM ook doet, het wordt ervaren als niet-neutraal optreden. Terwijl het gewoon gaat om het handhaven van de wet.’

In dit verband staat er een opmerkelijke passage in het hoofdlijnenakkoord. ‘Er wordt scherper onderscheid gemaakt tussen (vreedzaam) demonstreren en ordeverstorende acties. (...) OM, lokaal gezag en nationale politie zullen worden aangespoord om kordaat op te treden waar demonstranten over de grenzen van het strafrecht heengaan.’ Onderschrijft u dat?

‘Ja, ik vind dat een belangrijk punt. Omdat ik denk dat een heel grote meerderheid van Nederland zich steeds moeilijker herkent in de extremen in het publieke debat. Ik vraag me oprecht af waarom je het als gezagsgetrouwe burger een goed idee zou vinden om op de snelweg te gaan zitten en jezelf vast te plakken, wetende dat je daarmee honderden agenten in een weekend op de been houdt als we hier ook nog een festival en een voetbalwedstrijd hebben. Agenten die dat enorm frustrerend vinden. Want als ze op gezag van de burgemeester een einde maken aan zo’n protest, worden ze met de nek aangekeken. Terwijl de demonstranten met de trein weer naar huis gaan. Demonstreren is fantastisch, maar doe dat om de hoek op de plek die daarvoor is aangewezen.’

U wilt een inperking van het demonstratierecht?

‘Nee, ik wil kijken of we binnen het demonstratierecht grenzen kunnen stellen. Ik denk dat een groot deel van de bevolking dat prima zou vinden. Al die uren politie-inzet kunnen we elders goed gebruiken. Zien deze demonstranten wel de impact van wat zij doen op onze rechtsstaat?’

Komt dit punt terug in het regeerprogramma?

‘Ja, en het wetenschappelijk instituut WODC doet hiernaar ook onderzoek. Dat komt volgend jaar.’

De Staatscommissie rechtsstaat concludeerde in juni dat de rechtsstaat ‘in staat van verwaarlozing’ verkeert. Hoe heeft het zover kunnen komen?

‘Ik weet eerlijk gezegd nog niet of ik vanuit mijn eigen observaties die conclusie deel. Als je kijkt naar alle internationale lijstjes van hoe het met de rule of law (ook de overheid moet zich aan de wet houden, red.) is gesteld, staan we steevast in de top 5. Natuurlijk gaan we dat rapport ter harte nemen en natuurlijk zijn er dingen misgegaan, de voorbeelden zijn bekend. Maar laten we ook koesteren wat we hebben.’

Zo’n commissie schrijft dat toch niet zomaar op?

‘Nee. Daarom staat er ook veel over versterking van het bestuur en de rechtsstaat in het hoofdlijnenakkoord. We moeten kijken naar gaten in het systeem, maar het gaat mij te ver om te spreken over een systeem dat rammelt.’

De rode draad in uw probleemdossiers lijkt personeelstekort te zijn. Bij de politie, het OM, in de gevangenissen. We kennen zelfs het woord ‘zelfmelders’, voor mensen die zich vrijwillig moeten melden als er capaciteit is om hun straf uit te zitten. Wat doet dat met het vertrouwen in de rechtsstaat?

‘Dat is vervelend, want veel mensen willen juist wel meteen hun straf uitzitten. Dan zijn ze ervan af. En voor slachtoffers is het ook pijnlijk om dit te zien. Maar het is een teken des tijds dat het geld om personeel aan te nemen gereserveerd is, maar dat het personeel er niet is. Dus moeten we creatief zijn en prioriteiten stellen. Burgers moeten ook zelf nadenken. Over de politie-inzet bij demonstraties hebben we het net gehad, maar er zijn ook serieus mensen die de politie bellen als ze in hun vijver een vogeltje zien spartelen en niet weten wat ze ermee moeten. Wat gelukkig wel een teken is van groot vertrouwen in de politie.’

Ziet u uit naar uw omgang met de Kamer? Die is nieuw voor u en als de boel ergens is gepolariseerd, is het daar wel.

‘Ik heb er veel gezeten, maar dan veilig in de ambtenarenloge. Bij het tegengaan van polarisatie hoort ook dat je af en toe geen uitspraken doet als je niet alle feiten kent. U zult mij dus vaak horen zeggen: ‘Dat weet ik nog niet.’ Wat mij betreft mag elke burger dat doen.’

CV David van Weel

4 augustus 1976 Geboren in Rotterdam

1988-1994 Erasmiaans Gymnasium, Rotterdam

1994-2004 Koninklijk Instituut voor de Marine; stafofficier

2004-2016 Ambtelijke functies ministerie van Defensie

2016-2020 Raadadviseur ministerie van Algemene Zaken

2020-2024 Adjunct secretaris-generaal Navo

Van Weel woont in Rotterdam, is gehuwd en heeft drie kinderen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next