Huizenkopers op de Nederlandse woningmarkt bieden steeds hogere bedragen boven de vraagprijs voor een woning. Als een huis voor minder dan de vraagprijs wordt verkocht, is de waarde vaak hoger dan een miljoen.
In het tweede kwartaal van 2024 boden kopers gemiddeld 4,1 procent boven de vraagprijs, waar dat in het eerste kwartaal nog 2,6 procent was. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van onafhankelijk woningplatform Huispedia. Een jaar eerder lag het gemiddelde winnende bod op een huis nog maar 0,3 procent hoger dan de vraagprijs.
In de eerste drie maanden van dit jaar was bij 57,9 procent van de woningen sprake van overbiedingen. In het tweede kwartaal steeg dat naar 66,0 procent. Het percentage woningen waarop exact de vraagprijs wordt geboden is klein. In het tweede kwartaal was dit slechts bij 7,6 procent van de woningen het geval. Onderbieden komt steeds minder vaak voor. In het tweede kwartaal werd er op 26,4 procent van de woningen onder de vraagprijs geboden, tegenover 32,8 procent in het eerste kwartaal.
Wie toch een huis weet te bemachtigen voor minder dan de vraagprijs is vaak kapitaalkrachtig. Lager dan de vraagprijs bieden gebeurt meestal bij woningen duurder dan 1 miljoen euro. Bij deze duurdere huizen bood de koper gemiddeld 0,5 procent minder dan de vraagprijs.
Begin dit jaar lag het doorsnee bod voor de duurste huizen nog bijna 2 procent onder de vraagprijs. Bij woningen met een verkoopprijs tot 405 duizend euro werd er gemiddeld juist ruim boven de vraagprijs geboden: 4,4 procent. Bij woningen tussen de 405 duizend en 1 miljoen euro werd gemiddeld 4,0 procent meer geboden dan de vraagprijs.
Kopers van appartementen bieden gemiddeld meer boven de vraagprijs dan kopers van woonhuizen. In het tweede kwartaal van 2024 werd er gemiddeld 5,2 procent boven de vraagprijs geboden voor appartementen, tegenover 3,5 procent voor woonhuizen. Dit volgt de trend van eerdere kwartalen.
Energiezuinige woningen zijn in trek. Het winnende bod is bij een huis met energielabel A, B, C of D gemiddeld ruim 4 procent hoger dan de vraagprijs, maar ook voor het ‘slechte’ label G wordt nog 2 procent overboden.
Het percentage woningen dat wordt verkocht boven de vraagprijs stijgt in iedere provincie. Utrecht staat bovenaan, waarin woningen gemiddeld voor 6,9 procent meer dan de vraagprijs weggaan. In Flevoland, Groningen en Noord-Holland boden huizenkopers respectievelijk 6,1 procent, 5,8 procent en 5,1 procent meer dan de vraagprijs. Na een periode van onderbieden werd in het tweede kwartaal van dit jaar voor het eerst overboden in Zeeland, met een gemiddelde van 1 procent.
Gemiddeld wordt in Nederland 4,1 procent boven de vraagprijs geboden. Utrecht ligt hier ver boven met gemiddeld 11,2 procent meer dan de vraagprijs. Amsterdam volgt met 9,3 procent. Grote steden waar minder wordt overboden dan het landelijke gemiddelde zijn Den Haag met 3,08 procent en Rotterdam met 2,74 procent.
Aan het overbieden lijkt voorlopig geen eind te komen. Voor het eerst in maanden is de hypotheekrente licht gedaald. Als lage rentetarieven doorzetten, kunnen huizenkopers meer lenen, wat ervoor zorgt dat ze meer te besteden hebben op de woningmarkt. Zij kunnen dus een hoger bod uitbrengen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant