Mijn Turkse oma spreekt de naam van mijn vriend uit als Down. Twee letters A achter elkaar uitspreken als AA lukt haar niet. In het voorjaar stelde ik hem aan haar voor. Samen reisden we naar Mersin, de stad waar ze woont. Hij kwam voor het eerst in Turkije. Ik nam nooit eerder iemand mee. Een week zouden we samen met Nanne, zoals we haar noemen, in haar huis verblijven.
Ik kon precies uittekenen wat er mis zou gaan: Nanne, die niet snel van iemand gecharmeerd is, zou zich overal mee bemoeien. Hij zou zichzelf voortdurend voor haar wegcijferen, maar het gevoel krijgen dat het niet genoeg is. Zich voor z’n kop slaan omdat hij niet even een paar woordjes Turks had geleerd en na de zoveelste miscommunicatie de dagen gaan aftellen. Ik zou mezelf in allerlei bochten wringen om het gezellig te houden.
Ook hij was zenuwachtig. Vlak voor vertrek appte hij mijn vader, die als eerste Nederlandse schoonzoon jaren geleden precies zo’n zelfde eerste ontmoeting met Nanne had ondergaan. Had hij tips? „Als je geluk hebt is je besnijdenis op dag één”, reageerde mijn vader grappend.
Mijn vriend besloot indruk te maken op Nanne door uit te blinken in de dingen waar zij van houdt. Net als zij houdt hij van koken. Hij was van plan zijn beste recepten voor haar te maken. En als zij iets gekookt had, zou hij daar nooit nee tegen zeggen. Met mijn moeder had hij Nannes favoriete kaartspel geoefend.
Bij aankomst in haar huis had Nanne soep klaarstaan. Het was één uur ‘s nachts, hij had geen trek maar hield zich aan zijn voornemen. Meteen zei ze dat ze ons allebei te mager vond. We moesten die week drie kilo aankomen. De volgende avond stelde hij voor om haar kaartspel te spelen. Mijn moeder had hem alle regels geleerd, maar was vergeten te zeggen dat we Nanne altijd laten winnen. Nanne verloor dit potje met een gigantische achterstand. Dat was haar nog nooit overkomen. De kaarten verdwenen voor de rest van de week weer in de kast.
Mijn vriend maakte geen kans in de keuken. Nanne had van tevoren al uitgedacht wat ze voor ons zou koken. Als hij even niet oplette, had ze alweer drie nieuwe gerechten klaarstaan. Alles moest op. Soms zaten we met z’n tweeën aan tafel en onderhandelden we, hoe lekker alles ook was, wie wat zou opeten.
Langzaamaan werd ik moe van mijn rol als bemiddelaar en stopte met vertalen.
En zo lagen we opeens met z'n drieën op de bank een Turkse soap te kijken. Mijn vriend probeerde het verhaal aan de hand van de mimiek van de acteurs te volgen.
Soms hoorde ik Nanne vanuit de andere kant van het huis in het Turks aan hem vragen wat hij voor ontbijt wilde, en reageerde hij in het Nederlands: „Ja, ik heb goed geslapen. U ook?”
Aan het eind van de week trof ik ze samen in de woonkamer aan. Mijn vriend met een bloeddrukmeter in de hand. Nanne gaf hem aanwijzingen. Op de blauwe knop drukken en even wachten. In een notitieboekje maakte hij een aantekening van haar bloeddruk.
Als ik Nanne nu spreek is haar eerste vraag: „Hoe gaat het met Down?”
Source: NRC