Niet alleen de kloof tussen haves en havenots zal moeten worden gedicht, maar door de vergrijzing kan de overheid minder leunen op de inkomstenbelasting.
De snel groeiende vermogensongelijkheid krijgt de komende jaren een extra impuls als de babyboomgeneratie, die veelal een vorstelijk vermogen heeft opgebouwd, komt te overlijden. De komende tien jaar zal er naar schatting in totaal ruim 230 miljard euro worden nagelaten.
Vooral kinderen van ouders met een eigen huis profiteren. Ze hebben tonnen aan overwaarde op hun huis, voor het grootste deel dankzij de forse stijging van de huizenprijzen van de afgelopen decennia. In tegenstelling tot andere landen is de winst op huizen in Nederland niet belast. Het vermogen dat zo is opgebouwd, belandt voor het grootste deel bij de nabestaanden.
De samenleving kan nu al worden ingedeeld in haves en havenots: zij die wel en zij die geen huis kunnen kopen. Het gevaar dreigt dat die kwalificatie straks erfelijk wordt, dat het kopen van een huis is voorbehouden aan de Nederlanders die ouders met een huis hebben of hadden.
Er is dus veel voor te zeggen om erfenissen zwaarder te belasten.
Het blijkt vooralsnog echter onmogelijk om een goede discussie over de erfbelasting te voeren. Het gaat al mis bij het bepalen van het wezen ervan. De een ziet het als een belasting voor de doden, van wie het zorgvuldig opgebouwde vermogen – waarover als inkomen al belasting is betaald – voor een deel bij de fiscus belandt. De ander ziet het als een belasting voor de nabestaanden, die een grote hoeveelheid geld in de schoot geworpen krijgt.
Die ene vindt de erfbelasting te hoog: waarom moet je twee keer belasting betalen? Die andere te laag: waarom moet je over geld dat je zonder noemenswaardige inspanning verwerft veel minder belasting betalen dan over je inkomen waarvoor je hard werkt?
Er zijn ook eenvoudigweg te veel verschillende erfenissen om het eens te kunnen worden, te veel verschillende manieren waarop het vermogen is opgebouwd, te veel verschillende levens en families, ook. Er is kapitaal waarvoor hard is gespaard, maar er is ook heel veel kapitaal dat automatisch groeide, dat tot stand kwam door geluk.
Zolang iedereen een andere erfenis voor ogen heeft, is het onmogelijk beleid goed te verdedigen. Tot nu toe durft de overheid haar vingers er niet aan te branden.
Toch is het onvermijdelijk dat het kabinet de vermogensongelijkheid te lijf gaat. In de eerste plaats om de kloof tussen de haves en havenots, een belangrijke motor onder de maatschappelijke onvrede, te verkleinen. In de tweede plaats omdat het de enige manier is om de overheidsbegroting gezond te houden bij een snel vergrijzende bevolking.
Als de samenleving door de demografische veranderingen voor een steeds groter deel bestaat uit niet-actieven, kan ze minder leunen op de inkomstenbelasting en moeten alternatieve fiscale bronnen worden aangeboord.
Het is vooral zaak dit zo rechtvaardig mogelijk te doen. Vermogen dat zonder inspanning wordt verworven, moet – zowel bij bij leven als bij sterven – idealiter zwaarder worden belast dan vermogen dat met hard werken en hard sparen is vergaard. Om dat te bereiken, is het wellicht zinvoller vermogenswinst zwaarder te belasten dan erfenissen in de volle breedte.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant