Sinds het aftreden van premier Hasina vrezen hindoes in Bangladesh voor hun veiligheid. Berichten over aanvallen van radicale moslims tegen hindoes voeden die angst. Zaterdag gingen duizenden hindoes in Dhaka de straat op om te protesteren tegen het geweld.
Nadat premier Hasina vorige week maandag naar buurland India was vertrokken, zijn in Bangladesh meerdere winkels, huizen en tempels van hindoes geplunderd en vernield. Volgens de Bangladesh Hindu Buddhist Christian Unity Council zouden in 52 van de 64 districten aanvallen zijn geweest. Daarbij zouden één dode en 45 gewonden zijn gevallen.
Online circuleren volop beelden van de geweldplegingen tegen hindoes, al zit daar ook nepnieuws tussen. De Duitse tv-zender Deutsche Welle analyseerde afgelopen week drie foto’s en video’s die veel op sociale media worden gedeeld en concludeerde dat het om oude of gemanipuleerde beelden gaat.
Over de auteur
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Nepnieuws of niet, het maakt de angst onder de hindoe-minderheid in Bangladesh er niet minder om. Honderden hindoes probeerden afgelopen week tevergeefs naar India te vluchten, waar het hindoeïsme het meest gepraktiseerde geloof is, maar ze werden tegengehouden bij de grens. Zaterdag demonstreerden duizenden mensen in de hoofdstad Dhaka tegen het geweld, dat ze toeschrijven aan radicale moslims.
De aanvallen laten zien in wat voor complexe situatie Bangladesh terecht is gekomen na de val van de regering begin deze maand. Dat heeft onder meer te maken met de grote overlap tussen religie en politiek in het Zuid-Aziatische land. Bangladesh is, net als buurland Pakistan, een overwegend islamitisch land: 91 procent van 171 miljoen inwoners is moslim, 8 procent is hindoe, 1 procent is christen of boeddhist.
Onder de afgetreden premier Sheikh Hasina, wier partij Awami League een grote hindoe-achterban heeft, kreeg de politieke islam weinig ruimte. In 2010, toen Hasina net een jaar aan de macht was, werd het land opnieuw seculier nadat het ruim twintig jaar de islam als staatsreligie had gehad. In 2013 verbood het hooggerechtshof Jamaat-e-Islami, de grootste islamitische politieke partij. Die partij, die als doel had de Sharia in te voeren, mocht sindsdien niet meer aan verkiezingen meedoen.
Met Hasina’s vertrek van vorige week kwam er opeens weer ruimte voor Jamaat-e-Islami. De partij heropende dinsdag het partijkantoor in de hoofdstad Dhaka en mocht, na jarenlang verboden te zijn geweest, meepraten over de te vormen interim-regering. Vlak voor haar aftreden had Hasina Jamaat-e-Islami ervan beschuldigd achter de studentenprotesten te zitten, die uiteindelijk tot haar aftreden hebben geleid.
Aangezien de meeste hindoes in Bangladesh aanhanger zijn van de partij van de afgetreden Hasina, is niet duidelijk hoe het geweld van de afgelopen week moet worden geïnterpreteerd: als politiek of religieus geweld? De nieuwe interim-regering keurt het in ieder geval ten strengste af, zei ze zondag in een verklaring. De regeringsleden beloofden ‘een manier te vinden om een einde te maken aan deze gruwelijke aanvallen’.
Wat afgelopen week niet hielp bij het tegengaan van het geweld tegen hindoes, was de afwezigheid van de politie. Vorige week legde de politie haar werk neer, nadat er meerdere agenten waren omgekomen bij de bestorming van politiebureaus. Maandag heeft de verkeerspolitie van Bangladesh het werk hervat. Het hoofd van de politie heeft de overige agenten opgeroepen om uiterlijk donderdag weer aan het werk te gaan.
Buurland India kijkt ondertussen gespannen naar het geweld tegen hindoes en de nieuwe ruimte voor Jamaat-e-Islami. India beschuldigt de partij van banden met aartsvijand Pakistan. De Indiase premier Narendra Modi schreef donderdag, op de dag dat in Bangladesh de interim-regering werd aangesteld, op X dat hij hoopt op een ‘spoedige terugkeer naar normaliteit’ en de ‘veiligheid en bescherming van hindoes en alle andere minderheden’ in Bangladesh.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant