Kritiek op de fietsjeugd is van alle tijden. Ook de aan populariteit winnende ‘vélocipède’ kreeg aan het einde van de 19de eeuw klachten die sterk doen denken aan het hedendaagse commentaar op de fatbike.
Daar heb je er weer een: zo’n jongen die als een gek door het Vondelpark raast. Die zijn fiets nauwelijks onder controle heeft en voetgangers met zijn snelheid de stuipen op het lijf jaagt. En ook vaak genoeg zelf tegen de grond klapt omdat hij niet om kan gaan met zijn tweewieler. Het regent klachten. Over de fatbike? Nee, over het nieuwste van het nieuwste in de jaren 1880: de vélocipède.
In de jaren tachtig van de 19de eeuw werd de fiets snel populair. Dat was toen nog de ‘hoge bi’, een fiets met een groot voorwiel waaraan de pedalen waren bevestigd en een klein achterwieltje. Het was een moeilijk te besturen, zwaar en gevaarlijk apparaat, dat vooral populair was onder tienerjongens die dankzij hun vermogende ouders wat te besteden hadden. Goedkoop was zo’n ‘wieler’ namelijk niet. Het ding kostte rond de 200 gulden, voor een arbeider een half jaarinkomen.
In de rubriek ‘Toen’ duiken historici van de Volkskrant in de geschiedenis achter de actualiteit.
De klachtenregen over de hoge bi, bijna anderhalve eeuw geleden, lijkt in veel opzichten op de huidige weerstand tegen de fatbike. VVD-Kamerlid Hester Veltman-Kamp pleitte deze zomer nog voor strengere regels, waaronder een hogere minimumleeftijd. Die oproepen waren er ook toen de hoge bi zijn intrede deed, maar had dat effect?
In De Kampioen, tijdschrift van de toen net opgerichte wielrijdersbond ANWB, werd in augustus 1885 met afschuw geschetst hoe ‘de woesteling’ op wielen zich gedraagt. Niet alleen in het Vondelpark, maar ook elders in het land. ‘Hij zit eenigszins voorover; zijn wiel slingert vervaarlijk heen en weer, vóór hem stuift een hoop kinders uit elkaar die hem toevallig zagen, want bellen doet hij niet.’
Zo’n woesteling was een onverlaat die zonder scrupules een grijsaard tegen de schouder stoot, een kinderwagen omver kegelt en daarbij de kindermeid ‘over haar exteroogen’ rijdt. Een botsing met een oude vrouw maakt een einde aan de dollemansrit die in De Kampioen als voorbeeld dient. De onverlaat belandt op de grond, ‘met zand in neus en ooren, geschramde handen en verwarde haren, en een wieler, die aan de ruïnen uit de middeleeuwen herinnert’.
Wie zulke wegpiraten aansprak, kon een grote mond terug verwachten, blijkt uit een brief in de krant Nieuws van den dag uit het voorjaar van 1886. ‘De schrik, door het plotseling opdoemen van de rijwielen teweeggebracht, is reeds groot, maar bovendien zouden de berijders (...) zich onbehoorlijke uitdrukkingen veroorloven als niet gauw genoeg uitgeweken wordt.’
De overlast van jongeren die op de fiets hun acrobatische kunsten in het Vondelpark wilden vertonen was zo groot dat het bestuur van het Amsterdamse stadspark zich in 1884 genoodzaakt zag om striktere regels te stellen. Een botsing waarbij een kind een oog verloor, was de druppel. Voortaan was het verboden om zonder bel te fietsen of om over de wandelpaden te rijden. Ook niet toegestaan: ‘Herhaaldelijk heen en weer te rijden op den rijweg voor het Paviljoen.’ Een volledig verbod, zoals bijvoorbeeld in de gemeente Oldebroek gold, kwam er niet.
Maar de teneur was duidelijk: de fiets was een onding. Niet alleen gevaarlijk voor anderen, maar ook voor de berijders zelf. Het apparaat was in elk geval niets voor kinderen, betoogde een lezer van de Middelburgsche Courant in 1883. ‘Mijns inziens redenen te over om de vèlocipéde totaal ongeschikt te verklaren voor jonge knapen in ’t algemeen en voor meisjes in ’t bijzonder. Men geve de vèlocipé dus nooit aan jonge kinderen.’ De echo van deze klacht is ook te horen onder hedendaagse artsen, die melden dat er wel erg veel jonge fatbikers bij de spoedeisende hulp belanden.
Uiteindelijk zou de hoge bi verdwijnen uit het straatbeeld. Na een kort intermezzo met driewielers brak het tijdperk van de ‘safety bike’ aan. Dat is de fiets met twee wielen van gelijke grootte en een ketting zoals we die nog altijd gebruiken. De problemen met roekeloze hoge-bibestuurders loste zich vanzelf op. In elk geval niet door strengere regels of verboden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant