Op de werkvloer is te weinig aandacht voor de risico’s van werken in de warmte, blijkt uit internationaal onderzoek. De Volkskrant keek mee bij bouwbedrijf Heijmans, dat wél een hitteprotocol heeft. ‘Als ik op de machine zit, is het zo 65 graden.’
Of Gerrit Willems (53) last heeft van de zon? De wegwerker draait maandagochtend een sjekkie terwijl hij met een arm op zijn riek leunt. ‘Welnee, ik heb veel meer last van mijn collega’s’, grapt hij. Insmeren leek hem, ondanks de tropische weersvoorspellingen, dan ook niet nodig. Schalkse blik: ‘De enige die ik heb ingesmeerd, was mijn vrouw gisteravond.’
Anders dan Willems neemt zijn hoofdaannemer de warmte wel serieus. Nu de temperaturen boven de 30 graden uitkomen, geldt bij bouwbedrijf Heijmans een hitteprotocol. Dat betekent dat de vaklieden in Oss deze maandagochtend al om 6 uur zijn begonnen en vaker pauze houden. Ondertussen houdt bedrijfsleider Jan Heijmans zijn weerapp nauwlettend in de gaten. Want een temperatuur boven de 35 graden betekent code rood: stoppen.
Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Vooralsnog geldt op de Ruwaardsingel in Oss, waar ondanks de bouwvak een vers pak asfalt wordt gelegd, nog code geel. Heijmans (‘inderdaad de kleinzoon van’) heeft zijn ‘jongens’ vrijdag al uitgebreid geïnstrueerd. ‘Ik heb een appje gestuurd: attentie, zorg dat je voldoende water hebt, smeer je in en begin wat vroeger.’ Maar, bezweert hij: ‘Dit is geen stelletje amateurs hè, ze werken altijd buiten en weten wat ze doen.’
Met zijn hitteprotocol is bouwer Heijmans een uitzondering. Veel werkgevers hebben geen duidelijke regels over wanneer het te warm wordt om te werken, zo blijkt uit nieuw onderzoek in opdracht van de Europese Commissie. Onderzoeker Jan Popma van de Vrije Universiteit bracht hiervoor in kaart welke afspraken Nederlandse werkgevers en werknemers in cao’s en zogenoemde arbocatalogi hebben gemaakt en zag dat die verre van toereikend zijn.
Werkgevers hebben weliswaar de wettelijke plicht om te zorgen voor een gezonde en veilige werkplek, maar hitte wordt volgens Popma nog onvoldoende erkend als veiligheidsrisico. Tot 2013 gold er een wettelijke grenswaarde, maar die werd onder het mom van ‘maatwerk’ geschrapt. ‘De politiek dacht dat werknemers en werkgevers die grens beter zelf konden reguleren per sector, maar dat gebeurt dus vaak niet of niet op de juiste manier.’
En dat terwijl het aantal hittegolven toeneemt als gevolg van klimaatverandering. Dat betekent dat de circa 500 duizend ‘buitenwerkers’ een groter risico lopen op hittestress en huidkanker. Vakbond FNV sloeg hierover vorige week alarm. ‘Terwijl de schokkende cijfers ons om de oren vliegen, hebben we als land geen idee, geen plan van aanpak en geen actuele wetgeving’, stelde vicevoorzitter Kitty Jong. ‘Die laconieke houding is onterecht.’
Op de Ruwaardsingel haalt Willems, die in dienst is van een van de onderaannemers van Heijmans, zijn schouders op. Hij vindt al dat gepraat over klimaatverandering en hitteprotocollen maar ‘flauwekul’. ‘Ik doe dit werk al dertig jaar, hitte is van alle tijden’, zegt hij. Zijn collega Arnoud (31) is evenmin onder de indruk. ‘Natuurlijk voel ik die hitte wel: als ik op de machine zit, komt de warmte ook van onder en is het zo 65 graden’, vertelt hij. ‘Maar aan iedere dag komt vanzelf een eind.’
Toch zijn niet alle bouwlieden zo onbekommerd. Nadat hij het gloednieuwe asfalt van haaientanden heeft voorzien, houdt Jamy van de Leemput (33) zijn arm omhoog. ‘Kijk eens’, zegt hij. ‘Vanmorgen was deze nog wit.’ Nu heeft de zon de huid waarop de naam van zijn dochter getatoeëerd staat krokant bruin gebakken. ‘Ja, natuurlijk maak ik me zorgen’, zegt hij. ‘Je weet niet waar dit over dertig jaar toe gaat leiden, straks krijg ik huidkanker.’
De situatie op de provinciale weg onderstreept voor onderzoeker Popma het belang van een nieuwe landelijke richtlijn. ‘Met een duidelijke norm voorkom je conflicten over wanneer het nu echt te warm is. Want daar is nu veel discussie over – voor de een is dat bij 25 graden, terwijl de ander dan nog fluitend doorwerkt’, zegt hij. ‘Als de overheid een wettelijk maximum stelt, kunnen werknemers en werkgevers binnen dat kader afspraken maken, afhankelijk van de zwaarte en de aard van het werk.’
Wat dat betreft valt er mogelijk nog wat te leren van de Grieken, die ook zijn opgenomen in het internationale onderzoek van Popma en zijn collega’s. ‘Na een heel zware hittegolf is daar in de wet opgenomen dat grote werkgevers een hitteplan moeten maken. Als het Griekse KNMI een hittealarm afgeeft, dan treedt dat in werking. Dat zou hier ook kunnen werken.’
Bedrijfsleider Heijmans raakt ondertussen geïnspireerd door een heel andere hittemaatregel uit de zuidelijke landen. ‘Daar werken ze ’s ochtends en ’s avonds en houden ze ’s middags een siësta. Aangezien we hier in Nederland richting het klimaat van Bordeaux gaan, moeten we onze werktijden misschien ook aanpassen’, grapt hij. ‘Hopelijk krijgen we er dan wel van die goede wijn bij − voor ná het werk.’
Vooralsnog is de hitte voor de vaklieden van Heijmans in elk geval geen reden om te verlangen naar een kantoorbaan in een omgeving met airco. Zelfs niet voor de doorbakken Van de Leemput. ‘En dan een baas die de hele dag op je vingers zit te kijken zeker, ik moet er niet aan denken’, zegt hij. En dan met een vette knipoog: ‘Tenzij het natuurlijk met alleen maar vrouwen is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant