De afgelopen weken werden in het Amsterdamse Bostheater 35 auto’s geofferd van ‘iemand in het publiek’ tijdens een bijzondere theatervoorstelling van de Warme Winkel. Hoe kijken de makers en een donateur terug op Het Zomeroffer?
Tijdens de halve finale van het EK voetbal, op woensdagavond 10 juli, las Helga Boessenkool (51) uit Katwijk in het Amsterdamse Bostheater een afscheidsbrief voor. Ze had eerlijk gezegd graag voetbal gekeken, maar richtte in plaats daarvan het woord tot haar Ford Fiesta uit 2004. De auto in een onbestemd blauw-groenige uitvoering was zojuist met een grote hijskraan het openluchttheater binnen getakeld en stond midden op het toneel.
Haar eerste laatste woorden: ‘Dertig lekkere vissen, zo zal ik je onthouden. Een vriendin hielp me aan dit ezelsbruggetje voor jouw kenteken. En op een of andere manier vond ik dat ook wel een mooie aanduiding voor jou, mijn auto. Je hebt me 17,5 jaar lang trouw elke week op vrijdagavond naar de djembéles van Moussé Dramé gebracht van Katwijk naar Amsterdam. Lekker op de cruise control over de A44, A4 en A10. Maar je stond van die 17,5 jaar ook 98 procent van de tijd stil. Ruimte in te nemen op de openbare weg. Ruimte in te nemen die niet beschikbaar was voor mensen, dieren en andere natuur.’
Over de auteur
Gidi Heesakkers is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en over populaire cultuur en gewoonten in het dagelijks leven.
Helga Boessenkool was in maart de eerste die reageerde op een oproep van theatercollectief De Warme Winkel: wie wil afstand doen van zijn auto door hem te ‘offeren’ op het toneel tijdens een theatervoorstelling? Het beloofde een alternatieve versie van Le sacre du printemps te worden, waarin een vrouw is uitverkoren om zich dood te dansen.
De afgelopen weken zagen 35 donateurs samen met het publiek hoe na een grappig, activistisch, spectaculair, verwarrend en soms ontroerend afscheidsritueel – nu de laatste voorstelling is gespeeld kunnen we het wel verklappen – een grote boomstam hun bolide verpletterde. Hoe kijken Boessenkool en de bedenkers terug op Het Zomeroffer?
Helga Boessenkool, donateur
‘Ik heb altijd een auto gehad. Deze Ford Fiesta, een automaat, was net door de APK gekomen, volgend jaar zouden er dure reparaties nodig zijn. Dat zette me aan het denken: wil ik nog wel autorijden? Vanwege het klimaat, maar ook vanwege de openbare ruimte; de straten staan al zo vol met auto’s van iedereen.
‘Ik gebruikte die van mij weinig. Ik ga elke dag op de fiets naar mijn werk in Leiden, en in 17,5 jaar ben ik er maar één keer de grens mee over geweest. Ik besloot geen nieuwe auto meer te kopen en voortaan een deelauto van een lokale garagist te gebruiken.
‘Toen zag ik de oproep van de Warme Winkel in het tv-programma Groenteman op zondag. Dit gaat over mij, dacht ik.’
Ward Weemhoff, tekst en spel
‘We schreeuwden het uit toen Helga zich meldde. Als één iemand zo gek is, dan moeten er meer zijn, dachten we.
‘Onze gedachte was dat veel mensen, net als wij en onze omgeving, met schaamtegevoelens worstelen: ze schamen zich omdat ze vlees eten, omdat ze nieuwe kleren kopen, omdat ze autorijden. Ze zitten op de wip tussen gemak aan de ene kant en schuldgevoel aan de andere kant. Wij wilden met deze voorstelling een handelingsperspectief aanbieden: de auto wegdoen. Meer als voorbeeld dat je gewoonten kunt veranderen. We zullen ons leven fundamenteel anders moeten vormgeven als we de planeet ook in de toekomst willen houden.
‘Eén auto van de weg halen, is klimatologisch misschien zinloos, maar ook in het sociale denken kun je iets teweegbrengen. Iedereen is geprogrammeerd naar de vanzelfsprekendheid dat we nu eenmaal autorijden. Hoe vaker dat ter discussie komt te staan, hoe meer vraagtekens er rijzen.’
Vincent Rietveld, tekst en spel
‘Op de dag van de première hadden we pas 23 donateurs bereid gevonden, dus er zijn er sinds 27 juni nog twaalf bijgekomen. Toen we het idee lanceerden, begon iedereen al over plan B te zeuren. Ik heb meteen gezegd: géén plan B. Als we de deur zouden openzetten naar een makkelijker produceerbaar plan B, dan zouden we dat hele plan A nooit meer proberen.’
Bente de Bruijn, productiemedewerker
‘Ik had wél een plan B liggen, want de voorstelling moet altijd doorgaan, en ik had eerlijk gezegd in het begin niet verwacht dat we de hele reeks ‘rond’ zouden krijgen.
‘Een week voor de laatste voorstelling meldde de laatste donateur zich aan. Diegene had de voorstelling gezien en raakte getriggerd: wat ben ik eigenlijk nog aan het doen? Ik moet ook van mijn auto af, het is klaar.’
WW ‘De wervingstekst hielden we bewust zo vaag mogelijk. Er is een percentage donateurs dat nog alternatief gemotoriseerd vervoer gebruikt, en van wie de auto toch al op zijn einde liep.
‘De meest magische avonden waren die waarop de donateur zei: ‘Hier zijn de sleutels, ik kap helemaal met autorijden.’ En die avonden hadden we elke week.’
BdB ‘Ik had verwacht dat donateurs alles zouden willen weten over het verloop van de avond, maar in de praktijk vertelde ik ze vrijwel niks: ‘De donateur heeft een rol in de voorstelling, we willen je vragen of je op toneel afscheid zou willen nemen van je auto.’ En ik vroeg ze een afscheidsbrief te schrijven.’
WW ‘Het lef van al die mensen heeft me het meest verrast. Na wat schroom zei iedereen: prima, ik ga dat toneel op voor duizend man.
‘Er zijn tranen gelaten, soms ook bij de sloperij, waar ze hun auto moesten inleveren om ’m te preppen voor de voorstelling. De olie en vloeistoffen werden daar afgetapt, die wilden we niet in het bos hebben.
‘Hun afscheidsbrief beroerde de donateurs soms, en dat was aanstekelijk. Mensen namen ook afscheid van een periode in hun leven. Ze hebben in die auto hun baby naar het ziekenhuis vervoerd, of hun zieke moeder, ze hebben er reizen mee gemaakt, herinneringen.’
HB ‘Hoe groot mijn rol was, ontdekte ik pas terwijl ik op het toneel stond. Achteraf kwamen er wat toeschouwers naar me toe. Ze wilden stuk voor stuk weten of die afscheidsbrief echt van mijzelf was. Er zat iemand tussen die haar verjaardag in het Bostheater had gevierd. Haar vriendengroep was verdeeld, zei ze: de ene helft dacht dat ik een acteur was, de andere helft geloofde wél dat het echt om mijn auto ging.’
WW ‘Het leek ons een mooi contrast: zwaar vormgegeven theater, en iemand uitnodigen op het toneel die gewoon zichzelf kan zijn. Een plan B zou de hel zijn geweest; dan ga je een amateur vragen om te doen alsof. Dat kan niet.
‘Goed acteerwerk refereert aan de kracht van realiteit, zodat het publiek denkt: wauw, dit lijkt wel echt. Grappig genoeg ontstond deze voorstelling zó in het moment dat mensen eraan begonnen te twijfelen of het wel een echte ontmoeting was, zonder met de donateur afgesproken teksten.’
HB ‘Ik ben later nog eens een avond gaan kijken. Toen hoorde ik om me heen dat ook over deze donateur werd gezegd: zou ze niet gewoon bij het gezelschap horen?
‘Ik vermoed dat veel mensen zich niet konden voorstellen dat je écht je auto zou offeren. Het hielp ook dat de acteurs zo goed reageerden op alles wat de donateur deed en zei, alsof het zo ingestudeerd was. Dat was het dus niet.
‘Ik wist ook niet dat er een boomstam aan te pas zou komen. Achteraf wel grappig: die lag de hele voorstelling achter op het toneel, maar ik had ’m niet gezien.
‘Een emotionele band met mijn auto had ik niet, ik zag hem als een gebruiksvoorwerp. Het voelde dus niet als een persoonlijk verlies, maar omdat het geheel zo theatraal was vond ik het moment dat de boom op mijn auto viel tóch heftig. Vlak voordat het gebeurde zei ik: ‘Nee, nee!’ De gekozen methode vond ik prachtig symbolisch; de natuur pakt de auto terug.’
WW ‘Aan het begin van de voorstelling riepen we altijd een paar nummerborden om van auto’s op de parkeerplaats. Vervolgens vroegen we de eigenaren in het publiek of zij misschien hun auto wilden offeren – wat niemand natuurlijk zou doen.
‘Twee weken terug antwoordde een man onverwacht: ‘Is goed, ik wil het wel doen.’ Ik zag aan zijn ogen dat hij geen idee had waar hij beland was en wat ik met ‘offeren’ bedoelde. Hij had een Jaguar en gooide zijn sleutels al naar me toe. Het koude zweet stond op m’n rug: hoe kwam ik nu uit bij die donateur wiens auto al klaarstond om met de kraan omhoog getakeld te worden?
‘Hij bleek de papieren niet bij zich te hebben, dat greep ik aan als redding. ‘We denken erover na’, zei ik met zijn sleutels in mijn zak. ‘Ik kom bij je terug.’ Voorstelling gedraaid, ging gelukkig goed. Bij het applaus hebben we zijn Jaguar van 100 duizend euro opgehaald op de parkeerplaats en het toneel op gereden. Toen hebben we hem nog één keer voor het blok gezet. Hij zag er toch van af.’
HB ‘Vooraf zeiden mensen in mijn omgeving: ‘Je kunt ’m toch ook verkopen?’ Dan had ik er een paar honderd euro voor gekregen.
‘Vrienden die mee waren gegaan naar het offer vroegen zich na afloop af of zij ook zonder auto zouden kunnen. Ze hadden er nog nooit over nagedacht. Dat lijkt me de bedoeling van kunst: het kan het begin van denken zijn.
‘Voor mij was dit een mooie manier om afscheid te nemen van een stijl van leven. Het is nu een maand geleden en ik heb mijn auto nog geen seconde gemist. Als er al iets is wat ik er een beetje lastig aan vind, dan is het een stuk vrijheid dat ik heb opgegeven. Soms kijk ik naar buiten, naar de plek waar-ie meestal stond, en vraag ik me een seconde af: waar heb ik ’m neergezet? Dat zit kennelijk toch in mijn systeem.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant