Home

Klimaatverandering zal de mensheid niet uitroeien. Maar AI mogelijk wel, zegt deze ‘effectief altruïst’

Voor ‘effectief altruïsten’ wegen alle levens even zwaar – ook die in de (verre) toekomst. De rationele liefdadigheidsbeweging richt zich daarom minder op het klimaat, vertelt leider William MacAskill. Hij vindt AI een grotere dreiging voor de mensheid.

Voorafgaand aan vrijwel alle dingen die hij doet, vraagt de Schotse filosoof William MacAskill zich af of hij zijn tijd wel optimaal besteedt. Hij probeert te berekenen of de geplande bezigheid de manier is waarop hij op dat moment het meeste goed kan doen. Niet voor hemzelf of zijn familie, maar voor de wereld.

Waarom hij er dan voor heeft gekozen om de komende twee uur – tachtig minuten voor het gesprek, veertig voor de foto – uit te trekken voor een Nederlandse krant? ‘Uitrekenen wat dit precies gaat opleveren, is moeilijk’, zegt hij. ‘Maar het zou op de langere termijn best honderdduizenden euro’s kunnen zijn. Dat is al zo als door dit interview één lezer belooft een tiende van zijn of haar inkomsten af te staan.’

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Media-aandacht kan effectief zijn, weet MacAskill. Na zijn optreden in de populaire podcast van de Amerikaanse neurowetenschapper Sam Harris meldden ruim duizend mensen zich aan bij Giving What We Can, een mede door MacAskill opgerichte organisatie waarvan de leden beloven minstens 10 procent van hun maandelijkse loon af te staan.

‘Dat komt neer op bijna 300 miljoen euro aan beloofde donaties’, zegt MacAskill (37), een zachtaardige man met een Schots accent, in een krap kamertje in Trajan House, een ietwat megalomane naam voor een non-descript universiteitsgebouw in Oxford dat uitkijkt op een begraafplaats – Trajanus was een filantropische Romeinse keizer. Het contrast is groot met de middeleeuwse binnenstad, twintig minuten lopen verderop, waar volop wordt geadverteerd met Harry Potter Tours.

Zowat het enige wat verraadt dat dit niet het kantoor is van een willekeurige middenmanager maar van een leider van een beweging die goed is voor zo’n 3 miljard euro aan donaties aan goede doelen, zijn twee ingelijste posters op een wandplank tegenover zijn bureau.

Langetermijnisme

Een ervan is een cover uit 2022 van het Amerikaanse blad Time Magazine. ‘Hoe meer goed te doen’, staat erop, met als ondertitel: ‘Een groeiende beweging wil de wereld van vandaag verbeteren – en die van de volgende generaties.’ De cover verwijst naar een artikel over MacAskill en de beweging waarvan hij de medeoprichter is, het ‘effectief altruïsme’ (EA).

De andere poster toont de omslag van het nieuwste boek van MacAskill, What We Owe the Future, met daarop een juichende aanbeveling van de schrijver en komiek Stephen Fry. ‘Een wonder’, noemt hij het boek, dat dinsdag als Omkijken naar de toekomst in Nederlandse vertaling verschijnt.

Ook de kranten hebben het boek positief ontvangen. ‘Het pleidooi van MacAskill voor ‘langetermijnisme’, het idee dat de toekomst op lange termijn positief beïnvloeden een belangrijke morele prioriteit is van onze tijd, is overweldigend overtuigend’, schrijft de recensent van The Guardian. ‘Maar het is ook onbeschaamd optimistisch en verfrissend realistisch: dit is verreweg het meest inspirerende boek over ‘ethisch leven’ dat ik ooit heb gelezen.’

Telefoon is honderden malarianetten

De maatschappelijke betrokkenheid zat er bij MacAskill, die opgroeide in Glasgow, al vroeg in. Als tiener werkte hij als vrijwilliger in bejaardentehuizen. ‘En toen ik hoorde hoeveel mensen er stierven aan aids, dacht ik: dat is klote.’ Hij besloot dat hij later de helft van zijn inkomsten aan goede doelen zou geven.

Na de middelbare school ging hij filosofie studeren in Cambridge. Zijn leven veranderde toen hij daar hoorde over een gedachte-experiment van de radicale maar invloedrijke Australische filosoof Peter Singer. Dat gaat als volgt: stel dat je langs een vijver loopt waarin een kleuter dreigt te verdrinken. Je kunt het kind redden, maar daarmee ruïneer je wel je pak en je nieuwe schoenen. Wat doe je?

Natúúrlijk spring ik de vijver in, zegt iedereen. Maar dan werpt Singer tegen dat er dagelijks kinderen sterven aan ziekten die jij had kunnen helpen voorkomen. Het geld waarmee je een iPhone 15 hebt aangeschaft, had je ook kunnen besteden aan honderden malarianetten (à 5 euro per stuk) voor Afrikaanse kinderen. Elke keer als je ervoor kiest om iets te kopen dat niet noodzakelijk is voor je eigen overleven, luidt de theorie van Singer, kies je er ook voor om iemand te laten sterven.

Alleen knoflookbrood

Elk mensenleven, waar ook ter wereld, is evenveel waard. ‘Ik vond en vind dat een extreem sterk verhaal’, zegt MacAskill, die ernaar ging leven. In de supermarkt stond hij voor het schap met de ontbijtgranen eindeloos te dubben. ‘Ik vergeleek de merken met elkaar: hoeveel calorieën krijg ik binnen per uitgegeven pond?’

Hij werd ‘behoorlijk irritant’. ‘Als ik met vrienden meeging naar een restaurant, at ik alleen knoflookbrood’, zegt hij. ‘Aan iedereen liet ik weten waarom ik dat deed. Dan zei ik: je kent de theorie toch? Waarom handel je er dan niet naar?’

Strikte naleving van de theorie leidt tot grote armoede – dat gaat zelfs Peter Singer, die een kwart tot een derde van zijn inkomsten weggeeft, te ver. Daarom besloot MacAskill lager in te zetten: in 2009 richtte hij Giving What We Can op, samen met zijn ideologische bondgenoot, de Australische filosoof Toby Ord. Inmiddels hebben bijna tienduizend mensen beloofd ten minste 10 procent van hun inkomsten weg te geven.

Betekenis geven

Twee jaar later richtte MacAskill ook 80,000 Hours op. Die organisatie, vernoemd naar de duur van een gemiddelde loopbaan, begeleidt mensen die hun carrière betekenis willen geven, bijvoorbeeld door het risico op een wereldoorlog of een volgende pandemie te verkleinen.

Daarvoor hoef je trouwens niet bij de Verenigde Naties of het RIVM te werken: ook op de Zuidas kun je van grote waarde zijn, simpelweg door zoveel mogelijk te verdienen – en daarna zoveel mogelijk weg te geven.

In datzelfde jaar muntte MacAskill de term effectief altruïsme en richtte hij met Ord het Centre for Effective Altruism op, een parapluorganisatie waar Giving What We Can en 80,000 Hours onder vallen.

Sam Bankman-Fried

Het leek erop dat de financiële mogelijkheden van EA een gigantische impuls zouden krijgen dankzij Sam Bankman-Fried, een Amerikaan die MacAskill in 2012 leerde kennen en die zich daarna bij de beweging aansloot. Door het opzetten van cryptobeurs FTX werd Bankman-Fried steenrijk. In 2021 – hij was toen nog geen 30 – stond hij met een vermogen van 24 miljard euro op plek 26 van de Amerikaanse rijkenlijst van Forbes. Bankman-Fried werd het tweede gezicht van EA, naast MacAskill.

Toen ging het mis. In 2022 stortte FTX in elkaar en dit jaar in maart werd Bankman-Fried veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf vanwege fraude, samenzwering en witwassen.

‘Het voelde als een verraad aan mij en aan de beweging’, zegt MacAskill. ‘Door Sam Bankman-Fried zijn we besmet geraakt: mensen associëren ons nu met zijn corruptie, ook al is daar geen enkele reden voor.’

De effectief altruïsten noemen zichzelf effectief omdat ze in de rechterhand een rekenmachine hebben als ze met de linkerhand geven: waarom zou je een blindengeleidehond trainen als je voor hetzelfde geld (40 duizend euro) vierhonderd tot tweeduizend mensen in ontwikkelingslanden kunt genezen van blindheid?

Picasso of kind

EA’ers bekijken de wereld vanuit de view from nowhere, een objectief perspectief: cruciaal is de vraag welke handeling zorgt voor het grootste aantal levensjaren in goede gezondheid, waar ook ter wereld. Daarbij is het leven van jouw kind niet meer waard dan dat van een dreumes in Djibouti.

In een debat met de Britse priester Giles Fraser kreeg MacAskill de vraag of hij eerder een baby of een Picasso uit een brandend huis zou redden. ‘De Picasso’, antwoordde MacAskill tot verbijstering van Fraser. Daarna vroeg hij Fraser: ‘Vind je de levens van Afrikaanse kinderen minder belangrijk dan het leven van het kind in dat brandende huis?’

‘Nee’, zei Fraser.

‘Wat als er in de kamer naast de baby duizend Afrikaanse kinderen zaten?’, vroeg MacAskill.

‘Prima, in dat geval zou ik de duizend kinderen redden.’

Het punt van MacAskill: door de Picasso te veilen en met de opbrengst malarianetten te kopen, kunnen zij indirect worden gered.

Kiezen tussen moeder en vreemde

Maar wie de waarde van alle levens aan elkaar gelijkstelt, zou het troosten van een vriend die rouwt om zijn moeder moreel verwerpelijk kunnen vinden. Diezelfde tijd had immers nuttiger besteed kunnen worden, bijvoorbeeld door geld te verdienen voor de aanschaf van malarianetten.

‘Als een vriend of familielid mij nodig heeft, help ik natuurlijk’, zegt MacAskill. ‘Als normaal mens doe je dat. Als ik moet kiezen tussen mijn moeder en een vreemdeling, red ik mijn moeder, zelfs als de vreemdeling meer levensjaren voor de boeg heeft.’

Volgens MacAskill is dit te verdedigen. ‘Peter Singer zegt dat als je leed kunt voorkomen, je verplicht bent dat te doen als je daar zelf niets van morele betekenis voor hoeft op te offeren. Dan is de vraag wat van morele betekenis is. Ik denk dat het kopen van leuke kleren of een mooier huis daar zeker niet onder valt. Het bezoeken van je zieke moeder in het ziekenhuis wel.’

Blik op de toekomst

Veelgehoorde kritiek op EA’ers is dat ze doen aan symptoombestrijding. De oorzaak – een ongelijke wereld met door het kapitalisme veroorzaakte excessen – zou ongemoeid blijven. MacAskill is het daar niet mee eens. ‘We hebben ons de afgelopen jaren vaak gericht op systemische veranderingen, zoals immigratiehervormingen en het tegengaan van de wreedheid van de bio-industrie.’

De prioriteitenlijst van EA is de afgelopen jaren flink door elkaar gehusseld. Dat komt doordat zowel Ord als MacAskill meer naar de dreigingen is gaan kijken die op de lange termijn op de mensheid afkomen. ‘Ik ben er al langer van overtuigd dat toekomstige levens net zo zwaar wegen als de huidige’, zegt hij. ‘Ik was er alleen niet zeker van dat we die op grote schaal konden beïnvloeden.’

Vooral de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) veranderde dat. ‘Door alle technologische ontwikkelingen zitten we, denk ik, in een cruciale tijd in de geschiedenis.’

AI’s chimpansees

MacAskill ziet drie gevaren. ‘Ten eerste ben ik bang dat het door AI makkelijker wordt om aan gevaarlijke kennis te komen, waarmee bijvoorbeeld nieuwe virussen kunnen worden ontwikkeld die tot een verwoestende pandemie – en het eventuele uitsterven van de mensheid – kunnen leiden. Ten tweede vrees ik machtsconcentratie. Ik denk dat AI autoritaire leiders kan helpen om hun macht te consolideren.

‘En ten derde is er het gevaar dat we simpelweg de controle over AI verliezen. Als AI veel intelligenter wordt dan de mens, worden wij voor AI wat chimpansees nu voor ons zijn.’

De EA-beweging is minder geld en aandacht gaan besteden aan het bestrijden van klimaatverandering. ‘Ik denk niet alleen dat de dreiging die uitgaat van AI groter is, maar ook dat daar, ondanks de hype die er nu omheen hangt, veel minder aandacht naartoe gaat – wat het bewijs is van het succes van de klimaatbeweging.’

Overblijvers

MacAskill schat het risico dat de mensheid uitsterft door klimaatverandering lager in dan dat die uitsterft door AI. Als de planeet blijft opwarmen zullen waarschijnlijk miljoenen mensen sterven en honderden miljoenen op drift raken, maar er blijven mensen bestaan, denkt hij.

En dat is cruciaal. Want als de mensheid uitsterft, is het voorgoed afgelopen. Maar als een groep overleeft, al is het maar een kleine, heeft zij daarna ruimschoots de tijd om weer bloeiende beschavingen op te bouwen.

De gemiddelde zoogdiersoort, schrijft MacAskill in zijn boek, leeft 1 miljoen jaar. De mensheid is pas 300 duizend jaar oud. Als de bevolkingsgroei op aarde zo doorgaat, komen er de komende 700 duizend jaar nog 80 biljoen (80 duizend miljard) mensen bij die allemaal een prachtig leven kunnen leiden, tienduizend keer zoveel als er nu zijn. En aangezien wij geen gemiddeld zoogdier zijn – apen kunnen niet naar de maan vliegen – houden we het mogelijk nog veel langer uit.

Weinig inspirerend

Het wordt allemaal erg theoretisch en speculatief, en een van de aantrekkelijke dingen van EA was nu juist dat het zo concreet is: wie 5.000 euro doneert, redt gemiddeld één mensenleven, zo heeft de beweging berekend.

‘Het is moeilijker om te inspireren met een verhaal dat zich inzet voor mensen die misschien over honderdduizenden jaren leven’, zegt MacAskill. ‘Aan de andere kant is het de klimaatbeweging ook gelukt om mensen zich te laten bekommeren om hun kleinkinderen.’

En de dreigingen door AI dienen zich al op de korte termijn aan. Volgens hem is het goed mogelijk dat AI binnen vijf tot tien jaar de menselijke intelligentie evenaart – met alle gevaren van dien.

Te veel problemen

Een ander bezwaar tegen de nadruk op de lange termijn is dat huidig leed verbleekt als je het in het licht van een haast oneindige toekomst ziet. Ervan uitgaande dat er 80 biljoen mensen zullen leven, is het nu redden van een miljard mensenlevens in theorie net zo gerechtvaardigd als iets doen waardoor de kans op uitsterven 0,00125 procent afneemt. ‘Weinig mensen die ik ken, zouden bereid zijn om met zulke kleine percentages te gokken’, zegt MacAskill. ‘En bovendien heeft wie nu leeft, ook gewoon rechten. Het doel heiligt niet altijd de middelen.’

Wel sterven er nu mensen aan malaria omdat zijn beweging geld besteedt aan het tegengaan van dreigingen die nog onzeker zijn. ‘Dat is de horror van effectief altruïsme: er zijn te veel problemen op de wereld. Er zullen altijd mensen sterven omdat ik besluit op de ene manier te helpen, en niet op de andere. Als we ons richten op tuberculosis, kunnen we minder doen tegen malaria.’

‘Ik denk niet dat we ons alleen op de lange termijn moeten richten’, zegt MacAskill. ‘Er is ook nu een enorme hoeveelheid leed dat we moeten proberen te voorkomen. Maar op dit moment houdt de samenleving eigenlijk nauwelijks rekening met de lange termijn. Dat is totaal roekeloos.’De helft van het EA-budget, zo schat MacAskill, gaat op dit moment naar bestrijding van langetermijndreigingen.

Toch optimistisch

Ondanks alle doemscenario’s is MacAskill voorzichtig optimistisch. ‘De geschiedenis leert dat mensen goed zijn in het oplossen van problemen. Daarnaast zien we wetenschappelijke en morele vooruitgang, waardoor ik denk dat het goed mogelijk is dat er aan het eind van deze eeuw niemand meer in extreme armoede hoeft te leven. Individuen kunnen aan dat project een enorme bijdrage leveren.’

Voor zichzelf is MacAskill milder geworden. Hij eet regelmatig in restaurants, en niet alleen knoflookbrood. Deze ochtend permitteert hij zich een Sprite van het A-merk. ‘Ik denk niet meer zoveel na over mijn aankopen. Ik leef van 31 duizend pond per jaar, de rest geef ik weg.’ Door inkomsten van zijn boeken enlezingenwas dat de afgelopen jaren meer dan honderdduizend pond.

Hij staat zichzelf toe te ontspannen. ‘Ik luister graag naar muziek en lees nu een boek over dystopische en utopische fictie.’ Hij wil geen robot meer zijn die bij het nemen van een beslissing alleen maar denkt aan het maximaliseren van het geluk van de mensheid. ‘Dat leidt tot stress en ik moet goed voor mezelf zorgen. Het is misschien duister om te zeggen, maar ik ben in het verleden gediagnosticeerd met een depressie. 7 procent van de Britse mannen bij wie dat is gebeurd, pleegt ooit zelfmoord. Als ik dat doe, kan ik niets meer doen voor de wereld.’

William MacAskill: Omkijken naar de toekomst; Blossom Books; 432 pagina; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next