Home

Hoe het vrolijke ‘Viva España’ het einde van een donker tijdperk inluidde en de wereld veroverde

In een tijd dat er in Spanje nog weinig te lachen viel, veroverde het vrolijke Viva España de wereld. Componist Leo Caerts werd er rijk mee, in tegenstelling tot vertolkers als Samantha en Imca Marina. ‘Alles ging naar de platenmaatschappij of naar die Caerts.’

‘Yes! Yes!’, klinkt het opeens luidkeels in huize Imca Marina – niet zo Spaans. ‘Daar zijn ze! Ik wist dat ze ergens lagen!’ Ze houdt een paar aangetaste castagnetten in het licht, opgediept uit een lade in haar Blaricumse bungalow, en er zouden nu zomaar een paar olés uit haar mond kunnen rollen.

‘Kijken of ik het nog net zo goed kan als vroeger’, zegt ze en frunnikt de touwtjes van de hardhouten schelpen om haar vingers. Tijdens het krakkemikkige geklepper van de baas zet hondje Puck het geschrokken op een blaffen. ‘Ik heb last van mijn vingers’, zegt ze, en legt de castagnetten op de grond. ‘Ik speel ook al geen Spaanse gitaar meer.’

Wat ze gelukkig niet is verleerd, zegt de 83-jarige artiest, en dat zal ze blijven doen zolang ze leeft, is zingen. Vooruit, daar gaat ze:

Ik hou van dansen en muziek
viva España
Van oude trots en romantiek
viva España

Als frontrunner van het massatoerisme naar Spanje stapte ik in mijn wollige zondagse outfit het vliegtuig uit, op het vliegveld van Málaga, samen met de rest van het middenstandsgezin Schoorl op weg naar Torremolinos. Het was het voorjaar van 1972, en Imca Marina schoot de top 40 in met Viva España. De grootste hit van het jaar kwam van Julio Iglesias met Un canto a Galicia.

Een trip naar Torremolinos was voor een 11-jarige, begin jaren zeventig, alsof je verzeild raakte in een broekzakversie van Jules Vernes avonturenroman De reis om de wereld in tachtig dagen.

De hele dag door klonken in Torremolinos overigens geen castagnetten of olés, maar heipalen die de grond in werden geramd. Aan het brutalistisch aangezicht werd hard gewerkt in dit voormalige vissersdorpje aan de Costa del Sol. De warmte was er overweldigend, de stranden oneindig lang. Het was verboden om met water uit de kraan de dorst te lessen en je moest je goed insmeren, alsmede nasmeren.

Het eten was net als thuis, want zelfgekookt. Anders was er wel ergens hutspot te krijgen, of rode kool. Mijn ene zus had de pest erin dat ze een huisgemaakte bikini moest dragen en mijn andere zus vermaakte zich met een roze knuffel. Ik voetbalde bij het zwembad met Duitse jochies. Pas goed op, zo kregen mijn zussen te horen, er gingen geruchten dat meisjes konden worden ontvoerd door exotische parvenu’s met nare bedoelingen.

De ommekeer

Torremolinos kende eind jaren vijftig, begin jaren zestig een periode als lustoord voor de internationale jetset, denk aan Frank Sinatra, Ava Gardner en Brigitte Bardot. John Lennon was er in 1963 samen met manager Brian Epstein. Ook stond het bekend als vrijplaats voor homoseksuelen.

Van massatoerisme was geen sprake, in het gesloten en financieel-economisch magere Spanje van generaal Franco. De ommekeer werd ingezet door Manuel Fraga, minister van Toerisme en Informatie, in de hoop de economie een slinger te geven en te zorgen voor een instroom van buitenlandse deviezen.

Fraga zette in op ‘de Zweedse revolutie’, met de slogan ‘Spanje is anders’, vertelt Steven Adolf, oud-Spanje-correspondent en auteur van verscheidene boeken over Spanje. ‘Hij ging Spanje propageren voor de noordelijke landen. Het land werd opengesteld voor iedereen, het kon niet anders als economische impuls. Opeens verschenen er blonde meisjes in bikini’s op de stranden van Torremolinos en Benidorm. In het begin vooral uit Zweden en later uit heel Noord- en West-Europa. En dus ook Nederland.’

Het beleid van Fraga bracht een verschuiving teweeg, valt te lezen in Adolfs Spanje achter de schermen – De feestelijke herrijzenis van een democratie. In tien jaar tijd steeg het aantal toeristen naar tientallen miljoenen. Miljarden dollars aan buitenlandse investeringen vloeiden het land binnen. De economie trok aan, tussen 1960 en 1972 verdrievoudigden de gemiddelde inkomens in Spanje.

Tegengestelde stroom

Er was bovendien een tegengestelde stroom in gang gezet, gestimuleerd door beide regeringen. Behalve dat Nederlanders naar Spanje trokken voor sangria en sherry werden tienduizenden Spanjaarden op hun beurt naar Nederland gelokt om te werken in de bloeiende industrieën, zoals bij Philips, de Amsterdamse en Rotterdamse havens, of de Hoogovens, het huidige Tata Steel. Ze vormden de grootste groep nieuwkomers op de Nederlandse arbeidsmarkt, vóór de Turken en Marokkanen.

Op dit snijpunt van zich verplaatsende populaties – Nederlandse vakantiegangers naar de costa’s en Spaanse arbeiders naar de polders – klonk in 1972 Viva España, een vrolijk lied voor iedereen, zegt Steven Adolf. ‘Een paar jaar later, in 1975, werd echt alles anders in Spanje, met de dood van dictator Franco. Het was het einde van een donker tijdperk. Nu brak er een tijd aan van positiviteit. Viva España was de voorbode van dit alles.’

Na die mooie, warme reis door ’t zonnige Spanje
Vergeet ik alles, ik denk alleen nog Spaans

De breekbare stem van Leo Caerts (93) lijkt van ver te komen, maar hij geniet ervan om over zijn compositie te spreken die hem vermogend en beroemd maakte. Van Eviva España – zoals het oorspronkelijk heette – zijn naar schatting 40 miljoen exemplaren verkocht en bestaan vierhonderd verschillende uitvoeringen. Niet slecht voor een oud-metselaar.

Absoluut hoogtepunt voor de Belgische componist, arrangeur en orkestleider, te herkennen aan zijn rossige geprefabriceerde lokken en grijze baard, was de hispanisering van het nummer. Y Viva España groeide in Spanje uit tot een alternatief strijdlied, aangezwengeld door zanger Manolo Escobar. Een nummer dat in de voetbalstadions klinkt, als het Spaans voetbalelftal speelt, La Rioja. Rechts-nationalistische tegenstanders zongen het in 2017 massaal als reactie op het verlangen van een deel van de Catalanen om onafhankelijk te worden.

Samantha (artiestennaam van Christiane Bervoets), de Belgische zangeres die het nummer als eerste tot een hit zong, is in november 2023 overleden in woonzorgcentrum De Regenboog in Zwijndrecht in België. De bakkersdochter bewoog zich dertig jaar in een rolstoel vanwege multiple sclerose, maar bleef Eviva España zingen voor het publiek. ‘Als ze mij het podium zien oprijden, voel ik de mensen denken: wat zielig, die zangeres in die rolstoel’, vertelde Samantha in een interview. ‘Maar als ik mijn mond opentrek en zing, blaas ik iedereen omver.’

Uitheemse muziek annexeren

Caerts zelf kreeg begin 2024 een beroerte. Hij moest zijn grote huis in Zaventem inruilen voor een kamer in een woonzorgcentrum in Tielt-Winge. Zijn zoon Leo, muzikant en uitbater van muziekhandel Leo Caerts in Leuven, heeft hem daarom op verzoek de vragen voorgelegd, en de geluidsopname met de antwoorden van Leo sr. doorgestuurd, samen met fragmenten uit het dagboek van zijn vader.

Van Caerts, begonnen bij orkest De Carina’s, kun je zeggen dat hij het annexeren van uitheemse muziek in de vingers had. Zo transformeerde hij in 1968 het Russische oorlogslied Katjoesja in het nummer Casatschok en scoorde er een wereldhit mee als de nep-Rus Dimitri Dourakine. Onder dezelfde schuilnaam ging hij aan de gang met Joodse klassiekers als Hava Nagila.

Voor ‘ridder’ Arthur Achiel Albert Blanckaert, beter bekend als Will Tura, de grootste Vlaamse zanger aller tijden, kwam Caerts voor het eerst met een Spaanse vertelling met een heuse viva erin. Viva El Amor heette het nummer, over gedonder in de liefde tussen Pedro en Carmensita op Mallorca.

Iets vrolijks moest het worden

In september 1971 stond de manager van Samantha bij Caerts voor deur. Hij was het zat dat ze altijd maar in West-Duitsland afgebakken liedjes in het Nederlands moest inzingen. ‘Leo, kun je niet eens een origineel lied schrijven voor Samantha, iets wat bij haar hoort?’ Caerts probeerde zich voor te stellen wat voor soort liedje ze wilde. Iets vrolijks moest het worden, sowieso. Spanje kwam in hem op, ook omdat net de Autoroute du soleil was geopend en steeds meer mensen naar de Spaanse kust afreisden.

‘Ik schreef in één keer het ganse liedje met refrein en al’, herinnert Caerts zich. ‘Ik bedacht en zong er de titel bij: Eviva España.’ Die ontleende hij aan een liedje dat hij vroeger op de katholieke school zong om paus Pius XII te eren: Evviva Pio Duodecimo. Wel een beetje raar, erkent hij, ‘want het was een Latijnse tekst en eviva was dus geen Spaans’.

In Eviva España is er in de eerste twee strofen veel furie en jolijt, precies zoals Caerts ervoer op zijn eigen reizen naar Spanje. In de derde strofe wordt er met veel weemoed teruggedacht aan die mooie vakantietijd. De intro en het arrangement met blazers, violen, castagnetten en koor had Caerts zo voor elkaar. Hij haalde de Belgische acteur en schrijver Leo Rozenstraten erbij om de tekst te vervolmaken. ‘Ik dacht bij mezelf dat zo’n goede zangeres mijn liedjes nooit zou willen zingen’, aldus Caerts. ‘Voor velen was het toch maar een stomme mars.’

‘Dat wordt een hit!’

Samantha liep inderdaad aanvankelijk niet warm voor zijn compositie. ‘Luister nu een keer wat ze mij hebben laten zingen’, zei ze tegen haar moeder, teruggekeerd van de opnamesessie. Ze vond het maar flauw, die hoempapamuziek over een land waar ze nooit was geweest. ‘Maar meiske’, zei haar moeder, ‘dat wordt een hit!’

En moeders kreeg gelijk, al was het volgens Caerts wel buitengewoon eigenaardig dat het nummer in België in december 1971 werd uitgebracht. Een zomers plaatje in de winter, hoe bedenk je het. Maar op Tweede Kerstdag ging de telefoon in huize Caerts, de platenmaatschappij aan de lijn: we hebben een hit, er zijn al twaalfduizend plaatjes verkocht. ‘Op slag hield ik ervan’, zei Samantha in een interview. ‘Omdat ik zag wat het bij de mensen teweegbracht.’

Ook Caerts zag dat, zoals in een café waar hij in die tijd bij toeval terechtkwam. Jongeren liepen om de haverklap naar de jukebox om Eviva España op te zetten. ‘Kippenvel!’, aldus Caerts. ‘Het liedje klonk zo eenvoudig en simpel, maar je werd al blij wanneer het begon. Het nodigde iedereen uit om te feesten.’

De Spaanse furie heeft me zo geraakt
Dat temperament veroverde m’n hart

‘Pucksiaatje... Pucksiaaa.’ De hond van Imca Marina lijkt net als de bazin niet op orde te zijn, op dit vroege tijdstip. Feitelijk gezien moet ze zich nog optutten en aankleden, evolueren tot ‘de dwangarbeidster van het feestlied’ of ‘Spaanse orkaan in de polder’, om maar eens een paar geuzennamen van stal te halen. Marina bekent geen ochtendmens te zijn, want ’s nachts mag ze graag schrijven, dichten of boeken of opiniebladen lezen. ‘Weinig mensen weten dat ik theosofe ben.’

En als ze niet haar geest traint, reist ze in de donkere uren door het land om onder meer Viva España te laten horen, maar tegenwoordig wel in een versie met meer beats dan in de jaren zeventig. ‘Ik vergeet het lied weleens, of zing het alleen in een medley’, zegt ze, haar nagels vijlend. ‘En dan loop ik de bühne af, en dan is het van: ‘Mevrouw, u heeft Viva España niet gezongen.’ O jee! Hup, het podium weer op, en de zaal staat weer op zijn kop. De mensen blijven het leuk vinden, net als Bella Italia en Vino, waar is de wijn. Ik ben tijdloos geworden, als oma Imca. Ze hangen alweer in de lampen.’

Het liedje van een ander

Hendrikje Imca Bijl, haar echte naam, slenterde al wat jaren rond als zangeres, toen Viva España op haar pad kwam. Ze had al grote hits gehad met Harlekino en Santo Domingo, net als met de Duitse kraker Lass mein Herz nicht weinen. Op weg naar een optreden in het Belgische Boon hoorde ze eerst op de heenreis en vervolgens op de terugreis Samantha’s Eviva España. Wat een leuk liedje, zei ze de volgende dag tegen haar vaste producer en componist John Möring. ‘In principe doe je dat natuurlijk niet: een ander zijn liedje zingen. Maar de platenmaatschappij vond dat het moest gebeuren.’ In de Bovema-studio in Heemstede ging ze aan de slag met de grondlegger van de palingsound, producer Klaas Leyen. Twee regels over de geneugten van de Spaanse keuken sneuvelden, maar voor de rest leek Viva España verdomd veel op Eviva España.

Dat vond Willem Duys ook, daarom leek het hem een goed idee om in zijn televisieshow Voor de vuist weg beide zangeressen Eviva/Viva España te laten zingen, afwisselend, als een soort muzikale boksring. ‘Heel akelig’, noemt Imca Marina deze editie van Holland-België. Want eenmaal in de studio kreeg Samantha te horen dat ze voor niks was gekomen, het ging niet door. Hij vond Imca Marina beter. Een rotstreek van Duys, vond de Belgische verliezer. ‘Ik heb die man al het kwaad van de wereld toegewenst.’

Onrustig loopt Imca Marina door het huis en wil van het bezoek weten of de weelderige tuin in de smaak valt, en of het buitenbed niet uitzonderlijk mooi is. Maar nog even over Viva España, want het was natuurlijk niet zomaar dat zij hiermee in Nederland een hit scoorde, en op de beeldbuis werd geprevaleerd boven Samantha. Om te beginnen was haar overgrootmoeder afkomstig uit Noord-Spanje, en zong zij als klein meisje al Spaanse muziek.

‘Het zit me in de bek’, zegt ze, en ze rammelt een riedel Spaans uit haar mond. ‘Dus zo’n nummer als Viva España paste echt bij me. Ik kon dat met overtuiging brengen, ook in het Spaans en Duits. Je hoorde aan mij dat ik al jaren in Spanje kwam. Het is echt geen makkelijk lied, met die grote intervallen. Ik herinner me dat Liesbeth List het probeerde te zingen, toch een groot zangeres. Ze had er veel moeite mee. Ik voelde het lied, het ging vanzelf. Zo Spaans ben ik.’

Bij Spaanse vino en gitaarmuziek
Beleef ik steeds weer echte romantiek

Heimwee naar Spanje

Vier Spanjaarden op hoge leeftijd zitten te kaarten in Centro Espagnolin Beverwijk, een gebouwtje naast de Sikh Temple. Ze spelen tute, een Spaans kaartspel dat ze vergelijken met klaverjassen. Als Spanje voetbalt, is het hier afgeladen, en klinkt natuurlijk Viva España, althans, de Spaanse versie van Manolo Escobar, Y Viva España. ‘Want dat is verreweg de mooiste’, zegt Marcial Carcia (87). ‘Ik mis Spanje door dat lied nog meer.’

Ramon Castro (77) voorziet ze van koffie en water, als vaste barman van dit Spaanse centrum vol voetbalbekers en foto’s. Net zoals alle bezoekers werkte Castro bij de Hoogovens, in zijn geval veertig jaar lang bij de blikafwerking. Eigenlijk was hij een zeeman, maar in navolging van zijn broers liet hij zijn vissersdorpje in het noordwesten van Spanje achter zich, op weg naar Nederland. In het begin vond hij het wel moeilijk, vooral de taal. ‘Ik heb veel Nederlandse cursussen gedaan, omdat ik anders de machines niet kon bedienen.’

Casa Marina heette het drijvende hotel in het Noordzeekanaal, dicht bij de fabriek, waar veel Spaanse staalarbeiders in de jaren zestig en zeventig werden ondergebracht – dat had overigens niks met Imca Marina te maken. Ernaast was de Arosa Sun afgemeerd, een trans-Atlantische oceaanstomer, eveneens functionerend als tijdelijk onderkomen. Later liet de Hoogovens woonoorden als Casa del Norte in Heerhugowaard en Casa Arosa in Alkmaar bouwen. In 1974 was het einde oefening voor de Arosa Sun en Casa Marina.

Aan de bar van Centro Espagnol staat Frances Villa (74), oud-bewoner van de Casa Marina, in zijn koffie te roeren. Hij weet nog wel dat hij op de Nederlandse radio Viva España hoorde. Nou, dat liederlijke ophemelen van het Spanje van begin jaren zeventig heeft hij nooit begrepen. Villa was juist blij om in Nederland te kunnen wonen, en niet in Spanje. En dat is onveranderd.

‘Ik voelde me hier vrij, heel anders dan in Spanje’, zegt de oud-bankwerker, en later groepsleider van Tata Steel. ‘Generaal Franco was een dictator. Je kon niets kritisch zeggen, dan werd je een communist genoemd. Je moest doen wat ze zeiden. Volgens Viva España was Spanje goed, Spanje was de beste, maar Spanje was helemaal niet goed. Ja nu, maar nu is alles anders.’

In noodtempo de wereld over

Over de manier waarop (E)Viva España vaste voet aan de grond kreeg in Spanje, is geen onomstotelijk bewijs geleverd. Volgens Imca Marina is Manolo Escobar na een optreden in het televisieprogramma Sábado-Domingo in de studio in Madrid op haar afgestapt om te vragen of hij het nummer mocht zingen. Leo Caerts kan vertellen dat de eerste Spaanse versie al door Samantha werd gezongen in 1972, in een vertaling van een medewerker van de Spaanse ambassade in Brussel, Manuel de Gomez. Die maakte er een sterk nationalistisch lied van, losgezongen van het vakantiegevoel. De Eritrees-Israëlische zangeres Hanna Aroni zong het al in het Spaans in 1972, net als Los Hispanos en Los tres de Canarias, waarna Manolo Escobar er in 1973 de grootste hit mee scoorde.

In een noodtempo veroverde Viva España de wereld, en niet alleen in het Nederlands of Spaans. Er was een Franse versie van Georgette Plana, een Deense van Elisabeth Edberg, een Finse van Anita Virta, een Tsjechische van Jiri Korn. In één jaar verschenen vier Duitse versies: Imca Marina, Heino, Hanna Aroni en Die Limburger.

De Engelse hitversie kwam van Sylvia Vrethammar, een Zweedse zangeres, en die schoof in de tekst ‘Rudolph Valentino’ naar voren, als een latin lover van formaat. Dat het om een Italiaanse acteur ging, werd voor het gemak maar even vergeten. De tekst heeft ze overigens wel een keer aangepast, maar om een heel andere reden: in 1975 werden in Spanje vijf terroristen geëxecuteerd, onder wie twee Baskische vrijheidsstrijders. Tijdens een optreden in Birmingham zong ze daarom niet ‘viva España’, maar ‘weg met Spanje!’ Een toeschouwer die het niet met haar eens was, gooide een blok ijs naar haar hoofd. Vrethammar heeft het nummer nooit meer gezongen.

Van generaal Franco en zijn Spaanse variant van het fascisme had Imca Marina toentertijd geen weet, zegt ze. ‘Niemand had er mij over verteld.’ Jaren later werd haar na een optreden de les gelezen; hoe durfde ze om al die tijd een ode aan het land van een dictator te zingen? Ach mevrouw, zei Imca Marina, hoe durft u mij daarmee lastig te vallen! Het is gewoon een gezellig lied over vakantie.

Ik zou de muren willen wegslaan met een hamer
Want er is niets wat m’n Spaanse vuur nog koelt

De euro’s blijven binnenstromen

‘Het nummer heeft me rijk gemaakt’, zegt Leo Caerts, het door zijn zoon opgenomen gesprek loopt op zijn eind. Tegenover Edwin Winkels, de Nederlandse verslaggever van El Periódico verklaarde hij in 2006 ervan uit te gaan dat tot zeventig jaar na zijn dood de euro’s zullen binnenstromen voor zijn kinderen. Als hem nu gevraagd wordt welke versie op zijn begrafenis moet worden gespeeld, klinkt zijn antwoord kraakhelder: de knetterende interpretatie van de Duitse orkestleider James Last, meester van de muzikale maïzena. Die leverde Caerts met voorsprong het meeste geld op.

Imca Marina heeft inmiddels de staat van vol ornaat bereikt. Ze is blij dat er weer wat kilootjes af zijn en ze zich weer in een van haar vele buitenissige jurken kan gieten. Net als Samantha zegt ze amper een cent aan Viva España te hebben verdiend. Ze had toen ‘als meisje met het klei nog aan haar klompjes’ een slecht contract getekend. Dat zou haar nu nooit meer gebeuren, ze laat zich nooit meer beknotten.

‘Alles ging naar de platenmaatschappij of naar die Caerts. Ik heb ’m één keer ontmoet, toen was hij dronken en ging hij op de door hem meegebrachte bonbons zitten. Hé joh, zei ik, kun je niet een nieuwe hit schrijven? Maar hij deed niks meer.’

Ze staat op, doet de schuifdeur open en loopt de tuin in. ‘Kijk daar! Een eekhoorn! En heb je mijn vlinderstruik gezien?’ Dat geld, ach, we moesten eens weten wie ze ‘als internationale ster uit de polder’ allemaal heeft ontmoet, en waar ze allemaal is geweest, dankzij Viva España. Ze raakte bevriend met Cliff Richard en Julio Iglesias, ze reisde de hele wereld af, en weet eigenlijk geen land op te noemen waar ze niet is geweest. ‘Ik was in Senegal in een café in de rimboe, en toen kwam de Griekse eigenaar erachter wie ik was. Heb ik op de tafel Viva España gezongen.’

Geluksfactor

De bel gaat, en daar is Ria Kroeze, al tien jaar haar beste vriendin en persoonlijk assistent. Ze ontmoetten elkaar in het Turkse Antalya in 2014 voor eerst, en daar sommeerde ze Imca Marina zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te gaan. Ze zag er zo bleek uit. Onderweg naar het ziekenhuis kreeg Imca Marina een hartinfarct, en een bypassoperatie was onvermijdelijk.

‘Het was daar vreselijk, ik zat in een kleine onooglijke kamer’, zegt ze. ‘En toen stond opeens de directeur van het ziekenhuis bij mijn bed.’ Hij wilde weten of het waar was dat zij de zangeres was van Viva España. Zijn favoriete voetbalclub Fenerbahçe heeft er een eigen uitvoering van gemaakt als clublied, Yaşa Fenerbahçe. ‘Toen kreeg ik de mooiste kamer van het ziekenhuis, met uitzicht op zee’, zegt ze. ‘Je snapt het wel, toen knapte ik snel op. Viva España is altijd mijn geluksfactor geweest.’

Geef mij maar alle dagen zon
España por favor

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next