Home

Haperend statiegeld op blikjes en flesjes ondermijnt transitie

Zwerfafval

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Troep naast prullenbakken, ergernis bij consumenten, boosheid bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) – de invoering van statiegeld op blikjes en plastic flesjes kan tot nu toe geen succes worden genoemd. Tijdens de afgelopen drie jaar dat de regelingen van kracht zijn – sinds 2021 voor flesjes en sinds 2023 voor blikjes – ging het in de politiek al vaak over de ‘kinderziektes’ die er speelden.

Maar die duren inmiddels wel erg lang. Te lang, want het geduld bij veel burgers en gemeenten begint zichtbaar op te raken. De haperende statiegeldregeling dreigt daarmee het draagvlak voor recycling en hergebruik breder te ondermijnen.

De 15 cent per blikje en flesje die mensen krijgen bij het inleveren, blijken te kleine bedragen voor echte gedragsverandering. Veel flesjes en blikjes belanden gewoon in de afvalbak, ook door een tekort aan goedwerkende inleverpunten. En dát zorgt ervoor dat in veel steden afvalbakken en zakken worden geopend door ‘statiegeld-rapers’ die de verpakkingen verzamelen. Die doen dat bepaald niet altijd even netjes. Een onverwacht bij-effect is dat er veel afval naast de bakken belandt, met als gevolg hogere schoonmaakkosten voor gemeentes.

Sommige steden experimenteren de laatste tijd met creatieve oplossingen zoals aparte rekken of bakken voor de flesjes en blikjes, waaruit het makkelijker rapen is. Maar dit is dweilen met de kraan open, en wentelt de kosten van een matig doordachte regeling af op gemeenten, die het financieel al zwaar hebben.

In Nederland is afgesproken dat de vervuiler betaalt, in dit geval drankproducenten als Coca-Cola, Unilever, Pepsico en Heineken. De producenten van de flesjes en blikjes moeten betalen voor de inzameling ervan. Dat doen ze uit een fonds waaraan ook supermarkten meedoen, dat wordt gevuld met de inkomsten van het statiegeld: Verpact. Sinds 2022 is Verpact verplicht om 90 procent van de verkochte plastic flessen weer in te zamelen. Op dit moment komt slechts 65 procent van de blikjes en 71 procent van de flesjes terug. Het fonds denkt het wettelijke doel op zijn vroegst in 2026 te kunnen halen.

Dat is niet alleen schadelijk voor het milieu: het kost de burger veel geld. Volgens de ILT is mede door laksheid van de gezamenlijke producenten de afgelopen drie jaar ongeveer 400 miljoen euro aan geld van consumenten blijven liggen in het fonds. De wet bevat namelijk een perverse prikkel: hoe minder statiegeldverpakkingen worden ingezameld, hoe meer geld Verpact overhoudt. Dit moet slimmer kunnen.

Door de troep op straat en de moeizame inzameling van afval, moet soms al de afvalstoffenheffing omhoog, of het gaat ten koste van andere gemeentelijke uitgaven. Daardoor kunnen uiteindelijk publieke voorzieningen zoals bibliotheken, parken en zwembaden nog verder onder druk komen te staan. Dat mag niet het gevolg zijn van de statiegeldregeling.

Verpact werkt aan verbeteringen, zoals meer en beter functionerende inleverpunten en meer inzicht in de gedragsprikkels die consumenten wél aanzetten tot gedragsverandering. Ook ziet de ILT graag een onderzoek naar verhoging van het statiegeld.

Dat kunnen zinnige stappen zijn. Maar in de tussentijd is meer nodig om het zwerfvuil tegen te gaan door Verpact. Het kan niet zo zijn dat fabrikanten profiteren terwijl de kosten én de rotzooi op de samenleving worden afgewenteld. Dat tast het draagvlak aan voor de transitie naar een circulairder economie. En dat draagvlak zal de komende jaren nog hard nodig zijn.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief‘Voorkennis’

Twee keer per week stuurt de economieredactie een nieuwsbrief met daarin hun analyses over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next