Een lied is voor mij de ultieme monoloog, het schrijven ervan een heerlijke puzzel. Zoveel puzzelstukjes die je tot een overweldigend geheel moet zien te brengen! Tekst! Ritme! Begeleiding! Arrangementen! De uitvoerder! In het verlengde daarvan: ik hou enorm van acteurs die zingen, die je laten vergeten dat je naar een lied luistert.
Een vriend zei me ooit dat hij alleen amateurs mooi vond zingen – alleen dan klinkt het oprecht, vond hij. Ik begreep hem wel. Omdat professionals zich begrijpelijkerwijs vooral bezighouden met het bewerkstelligen van het gewenste geluid, missen ze soms de absolute overtuigingskracht van de amateur.
Heeft u wel eens gehoord van het 11’ o clock number? Zo nee, staat u mij toe. Het is een musicalterm voor een groots, adembenemend musicalnummer dat pas richting het einde van het tweede bedrijf wordt uitgevoerd, zo rond een uur of 11. Vaak komt het hoofdpersonage hierin tot een belangrijk besef, een openbaring, een change of heart. Ik vind een goed musicalnummer onweerstaanbaar en snap niet waarom er zo wordt neergekeken op musicals, ik vind dat snobistisch. (Misschien een leuk idee voor een 11’ o clock number? Een snob die de openbaring krijgt: musicals zijn leuk!)
De absolute koningin van het 11’ o clock number is voor mij Bette Midler. Als zij Rose’s Turn zingt, een nummer uit de musical Gypsy, waarin de woedende Rose al haar nooit uitgekomen dromen aan zich voorbij ziet trekken, dan weet je niet wat je overkomt. Mocht een musicalproducent dit lezen: cast mij als de tijd rijp is alstublieft als Rose. Ik ben Bette Midler niet, maar ik heb wel rood haar.
Laatst hoorde ik een 11’ o clock number van een heel ander kaliber waar ik minstens zo diep door werd geraakt. Ik luisterde naar een aflevering van de podcast This American Life, waarin de luisteraar enkele fragmenten hoort van een theatervoorstelling, gemaakt en gespeeld door tienermeisjes die hun dagen doorbrengen in een jeugdgevangenis in Chicago. Ze voeren hun zelfgeschreven voorstelling op voor hun familieleden, voornamelijk moeders en grootouders.
Richting het einde van de voorstelling (rond 11 uur misschien?) lopen alle meisjes het podium op. Ze gaan in een rijtje staan, kijken hun familieleden recht aan en wat volgt is misschien wel het mooiste 11’ o clock number ooit. Met ongetrainde, bibberende stemmetjes zingen ze hun zelfgeschreven teksten:
Mama, I’m sorry for what I have done. / I was arrested and ended up here. / Oh, I’m sorry for putting you through all of this. / I know you are mad about the good times that we missed. / I’m ready to come back home. / I’m willing to make a change. / Mama, I’m sorry.
(Mama, het spijt me van wat ik gedaan heb. / Ik ben opgepakt en hier beland. / Oh, het spijt me dat ik je dit aandoe. / Ik weet dat je boos bent over al het moois dat we gemist hebben. / Ik ben klaar om thuis te komen. / Ik wil veranderen. / Mama, het spijt me.)
De ouders, de dochters, de grootouders, je hoort ze snikken. Ze vallen elkaar in de armen. It was really something, zegt de verslaggever. Ik luisterde dit terwijl ik in de supermarkt stond en was niet voorbereid op zoveel oprechtheid. Hun wiebelende stemmen doordrongen mij maar weer eens van het waarom van zingen, het waarom van theater. It is really something.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns