Home

Stortvloed aan medailles geeft kleur aan de sport na de coronajaren

Niet langer op afstand gehouden vanwege corona, zwermden de sportliefhebbers afgelopen weken door Parijs, dromden samen op de tribunes. Na de lege stadions van Tokio en de vergrendelde Winterspelen van Beijing beleefde de olympische sport een renaissance. Wat viel op? Een kleine selectie.

De Seine als zorg en zegen

De Seine was door de E-coli bacterie – een bacterie afkomstig uit ontlasting – te vies om in te zwemmen. Dus werd er een investering gedaan: 1,4 miljard euro voor een kolossaal waterbassin, ter grootte van zo’n twintig olympische zwembaden. Dat moest het water veilig maken voor olympische zwemmers en triatleten.

Over de auteurs
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
Natasja Weber schrijft voor de Volkskrant over olympische sporten als hockey, zwemmen en paardensport.

Ook tijdens de Spelen bleef de Seine een heikel punt, zo werd de triatlon voor mannen een dag uitgesteld, regen had de waterkwaliteit verslechterd. Tegelijkertijd was de Seine deze Spelen op z’n mooist. Bijvoorbeeld als voornaamste decor tijdens de indrukwekkende openingsceremonie. Of als weids, rustgevend podium voor strijd op wereldniveau.

Sharon van Rouwendaal, vorige week donderdagochtend op weg naar haar tweede olympisch goud op de 10 kilometer, vond de Seine ook een zegen. Door zenuwen had ze vroeg in de ochtend geen eten en drinken binnen kunnen houden. Ze had dorst. Na afloop: ‘Dus ik heb de Seine ook gedronken.’

Een paar dagen later kwam er bericht van de Duitse Olympische Sportbond (DOSB). Drie Duitse openwaterzwemmers zijn ziek geworden na de olympische 10 kilometer. De Seine: een zorg en een zegen.

Roeiers breken de ban en stoten door

Met het goud in de ogen dat was voorgespiegeld door glazenbolkijkende databureaus en sportgoeroes, zat een deel van Nederland de eerste dagen van de Spelen voor de tv. Maar wat was dat? Geen goud voor Ellen van Dijk op de tijdrit? Geen zilver voor Puck Pieterse op de mountainbike?

Voorspellers rekenen niet met zware blessures en lekke banden, maar evengoed vroegen sommigen zich na een dag of van vier olympische finales af: waar blijft het beloofde goud?

Dat kwam er op woensdag 31 juli toen de mannen dubbel-vier op het water van het Stade Nautique in het slaperige voorstadje Vaires-sur-Marne het puntje van hun boot over de lijn van luchtbellen voeren. Het was de eerste roeifinale van deze Spelen en het bleek het startsignaal voor nog veel meer succes.

Tot Parijs was Nederland een klein roeiland, dat nooit tweemaal goud op één olympisch toernooi scoorde, nog nooit een olympische kampioene in de open klasse leverde. Sinds Parijs is Nederland hét roeiland, met vier gouden, drie zilveren en een bronzen boot.

Je zult maar een GOAT zijn

Sharon van Rouwendaal had één woord nodig om haar olympische prestaties samen te vatten. Goud in Rio in 2016, zilver in Tokio in 2021 en goud in de Seine in Parijs, maakt samen: ‘GOAT.’ Greatest Of All Time. Geen openwaterzwemmer ging haar ooit voor.

Voor Marit Bouwmeester geldt hetzelfde. Ver weg van de Seine, in de zee voor Marseille, zeilde zij met indrukwekkende overmacht naar de mooiste overwinning uit haar carrière. Ze had al goud in 2016, zilver in 2012, en brons in Tokio.

Na die laatste medaille, zat ze drie jaar geleden ernstig achter een tafel. In haar beleving is er maar één medaille die telt: de gouden. Zij twijfelde niet toen haar werd gevraagd of ze door zou gaan naar Parijs. ‘Ja.’

Maar Bouwmeester werd zwanger, kreeg een dochter, en de tijd naar Parijs was door de uitgestelde Spelen van Tokio sowieso al krapper dan een doorsnee olympische cyclus. Het viel haar zwaar: zich een goede moeder voelen én een topsportleven leiden.

In Marseille toonde ze haar uitzonderlijke klasse: reeds voor de afsluitende medalrace was zij zeker van goud. Het maakt haar de beste olympisch zeilster ooit.

Biles als voorbeeld van mentale kwetsbaarheid en veerkracht

In de VS wordt het sprookje van ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ al decennia niet meer geloofd. Daar is, in olympische termen, de Amerikaanse droom om met medailles behangen door het leven te gaan. Daarom was de schok zo groot toen drie jaar geleden Simone Biles zich met zilver en brons terugtrok uit het turntoernooi.

Zij moest de grote winnaar van die Spelen worden, maar dat mislukte. Terugkijkend presteerde ze daar iets veel groters: ze maakte mentale problemen bespreekbaar. Liet zien dat ook de besten soms onder de druk bezwijken en dat dat niet erg is. Dat de geestelijke gezondheid belangrijker is dan goud.

In Parijs was ze er weer, droeg de ervaringen die ze in Tokio en de jaren erna had opgedaan uit. Liet de wereld zien dat ze nog altijd ‘s werelds beste is met zeges met het Amerikaanse team, de meerkamp en sprong. Maar ook dat ze verlies dragen kan. Dat ze trots mag zijn met haar tweede plaats op vloer, haar vijfde plek op balk. Dat topprestaties en plezier samen kunnen gaan.

De wonderronde van Bol bij de 4x400m gemengde estafette

Het Stade de France leek te trillen in de laatste ronde van de gemengde 4x400 meter estafette. Er waren kenners onder het atletiekpubliek en zij werden bevangen door een collectief deja-vu. Kwam Femke Bol daar nu wéér als een tgv aanstormen in de laatste halve ronde?

Ze flitste voorbij haar Belgische tegenstander, toen langs de Britse en Amerikaanse. Het was een herhaling van wat ze vorige zomer bij de WK in Boedapest had gedaan, toen op de 4x400 meter voor vrouwen.

De brandstof voor beide wonderrondes bleek dezelfde: haar dramatische val in Boedapest op de gemengde estafette. Ze wist de woede van toen opnieuw aan te boren, nu op het onderdeel dat toen was misgegaan. Er was geen houden meer aan.

Bols woede was goed voor Nederlandse sporthistorie. In haar vaart sleurde ze niet alleen Lieke Klaver, en voorrondeloopster Cathelijn Peeters mee naar goud, maar ook Isaya Klein Ikkink en Eugene Omalla. Die laatste twee zijn de eerste Nederlandse mannen met een olympische atletiektitel achter hun naam.

Tegenvallers

Tien judoka’s, elf onderdelen (inclusief het teamonderdeel), nul medailles. Voor het eerst sinds 1984, sinds Los Angeles, keerde Nederland terug zonder olympische judomedaille. De voorgaande twee olympische edities was de oogst ook al uiterst karig, voor het land van olympisch judokampioenen Anton Geesink en Mark Huizinga. Anicka van Emden bemachtigde brons in 2016 in Rio, Sanne van Dijke pakte vijf jaar later in Tokio ook brons.

Jarenlang werd er verwezen naar de Zomerspelen 2024: daar zou succes zichtbaar zijn, zo werd gesteld na een omstreden centralisatie die in 2016 werd doorgevoerd. Nederlands beste judoka’s moesten na Rio in 2016 samen gaan trainen op Papendal, tot protest van de clubs die zich uitgehold voelden. De grote vraag na een olympische deceptie: hoe moet het verder?

Minder dramatisch, maar toch een realitycheck was het optreden van de Nederlandse handbalsters. In 2019 goed voor de wereldtitel, maar met het stranden in de kwartfinale – ook drie jaar geleden in Tokio het eindstation – weet een deel van de ‘gouden generatie’, van het groepje dertigers dat erbij was sinds de start van de succesjaren in 2015, dat zij nooit olympisch succes aan hun palmares zullen toevoegen.

De vervolmaking van Djokovic’ carrière

De Olympische Spelen zijn doorgaans nooit het hoogtepunt in een tenniscarrière waarin het draait om grandslamtitels. Maar Novak Djokovic had de Spelen van Parijs rood omcirkeld.

Als het aankomt op het tellen van grandslamtitels is er geen tennisser groter dan hij. De Serviër staat op 24. Maar er was één grote titel die ontbrak op zijn erelijst, één hiaat in de ogen van de sportman die juist energie krijgt als hij uitgejoeld wordt: olympisch goud. Op zijn 37ste was dit vermoedelijk ook zijn laatste kans, wist hij.

Maar Djokovic was dit hele seizoen geen schim van de tennisser die een jaar eerder zo domineerde. Hij had nog geen toernooi gewonnen. Begin juni onderging hij nog een knieoperatie. Bij de laatste confrontatie met zijn medefinalist, de jonge Carlos Alcaraz, werd hij in de Wimbledonfinale genadeloos overklast.

Maar Djokovic wordt beter van weerstand. Hij had zijn zinnen op de olympische titel gezet. En daar, op de baan van Roland Garros in een partij op het allerhoogste tennisniveau, voegde Djokovic tegen alle verwachtingen in nog maar eens een overwinning toe aan zijn erelijst. Olympisch kampioen.

Waar is de finish, hoe kom ik bij de start?

Is dit de finish wel? Waar is de finish wel? Odile van Aanholt en Annette Duetz waren op het water voor de kust bij Marseille even volledig de weg kwijt. Het duo dacht goud in de 49erFX-klasse binnenboord te hebben, maar het verlossende geluid van de finishhoorn klonk niet.

In een fractie van een seconde drong de fout tot beiden door: de finish is verderop. Met twee seconden marge passeerden ze de ware eindstreep, zo bleek na vijf minuten van gekmakend wachten. Toch goud.

Soms is juist de start moeilijk te bereiken. Zoals voor de Belarussische roeier Jevgeni Zolotoj. Hij was met de sportersbus vanuit het olympisch dorp vast komen te staan in het Parijse verkeer. Vanwege zijn vertraging werd de skifffinale een uur uitgesteld. Hij veroverde toch verrassend zilver.

Of voor de Belgische atleet Abdi Bashir. Hij had de bus vanuit het dorp gemist toen hij zaterdagmorgen vroeg naar de start van de olympische marathon wilde. Dankzij een vroeg wakkere Uber-chauffeur kwam hij toch op tijd en liep naar zilver.

3x3 basketbal: van onbekend naar nationale helden

‘Vanaf nu heet ik James Worthy de Jong’, schreef schrijver James Worthy op maandagavond 5 augustus op X. Die grap werkte alleen omdat vlak ervoor Worthy de Jong zijn naam in het collectief bewustzijn van Nederland had geëtst.

Met één wonderbaarlijke worp maakte De Jong, vernoemd naar legendarische basketballer James Worthy (niet de schrijver), naam voor zichzelf en de sport 3x3 basketbal. In de spannende finale sleepte hij er eerst een verlenging tegen Frankrijk uit, om vervolgens in die verlenging vanuit onmogelijke positie de winnende tweepunter te gooien, tot vreugde van zijn ploeggenoten Jan Driessen, Dimeo van der Horst en Arvin Slagter.

Basketbalfanaten kenden De Jong en zijn intuïtieve speelwijze al. Bij zijn oude club Leiden geldt hij als een levende legende, wordt zijn rugnummer 6 door niemand anders meer gedragen. En nu kent de rest van het land hem ook als de boomlange kerel die verbijsterd de handen in de lucht steekt na zijn gouden worp.

Nederland hockeyland

Nooit eerder wonnen de Nederlandse mannen en vrouwen olympisch hockeygoud op dezelfde Olympische Spelen. In Parijs deed ‘Nederland hockeyland’ zijn naam alle eer aan.

Extra bijzonder was dat beide olympische finales uitmondden in thrillers die na een 1-1-eindstand beslist moesten worden op shoot-outs. Waar eerst doelman Pirmin Blaak zich in de finale tegen Duitsland onderscheidde met drie gestopte shoot-outs, deed een dag later keepster Anne Veenendaal exact hetzelfde tegen China.

Met bondscoach Jeroen Delmee als de grote architect van de opgebloeide mannenploeg behaalden de hockeyers voor de derde maal in de historie olympisch goud. De vorige twee keer, in 1996 en 2000, had Delmee een belangrijk aandeel als speler.

Voor Paul van Ass, coach van de mannen, betekende het goud van Parijs zijn eerste olympische titel. Eerder won hij met de mannen zilver in Londen in 2012. De familie Van Ass keert maandag met twee olympisch kampioenen huiswaarts. Paul zag vanaf de tribune zijn zoon Seve het eerste goud van de familie winnen. Van Ass junior (32) maakte na de winst op Duitsland bekend dat hij stopt met tophockey.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next