Sifan Hassan, Harrie Lavreysen, Femke Bol, Karolien Florijn, Worthy de Jong. Zeilers, roeiers, hockeyers. Zij en anderen behoren tot het gouden kabinet van de sport dat in de opgebloeide stad van de liefde het bewijs leverde van wat we al wisten: Nederland is een van de beste sportlanden ter wereld.
Een land van winnaars. Laat dat vooral zo blijven, zou je willen vragen aan dat andere kabinet, beknibbelend in de vergaderzaal. Gelukkig is premier Dick Schoof een hardloper en begon hij het uitspreken van de regeringsverklaring letterlijk met een verhaal over een van zijn sporthelden, Sifan Hassan. Hij is schatplichtig aan zijn woorden.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Want ja, sport is de metafoor voor het leven. Daar kunnen politici iets mee, als het past in hun verhaal, zeker na iets groots als de Olympische Spelen. Ach, die geweldige Spelen, het twee weken durende orgasme van topsport. Prachtige lijven verwenden het volk op de bank in luilekkerland met zoetigheid. Sport was twee weken bedwelmend, dankzij decors, blije gezichten, tranen en herinneringen; van de inhaalactie van Tom Pidcock op de mountainbike, tot de sprong naar de hemel van Mondo Duplantis.
Bij al die uitblinkende Nederlanders, als vanouds ook goed in wat elitaire sporten als roeien, zeilen en hockey, was bij het opjagen van de goudkoorts zelfs een mooie rol weggelegd voor de Nederlandse man, toch een uitstervende soort als het om topprestaties in de sport ging.
Mijn favoriete momenten waren de inhaalraces van Femke Bol op twee estafettes en natuurlijk het goud van de andersdenkende en niet alleen daarom geweldige Sifan Hassan op de marathon, ook om de symboliek. Hassan: bijna afhaken op de heuvel in Parijs, volhouden, terugkeren bij de koplopers en geweldig sprinten.
Hassan en Bol zijn ook mijn favorieten vanwege hun totaal verschillende achtergrond, hun andere wijze van Nederlander-zijn. Hassan, als meisje van 15 in Ethiopië op het vliegtuig naar Nederland gezet door haar moeder. Ze vertelt vrijwel nooit iets over die toch pijnlijke scheiding, op wat fragmenten na, zoals de opmerking dat ze te direct was in een land waar openheid niet altijd in je voordeel werkt.
Interessant is ook de moederrol. Hassan zei, na de finish, dodelijk vermoeid en euforisch, dat haar moeder in Ethiopië altijd zegt dat je uiteindelijk oogst wat je hebt gezaaid. Dat hele leven is zo diametraal anders dan dat van Femke Bol en haar afkomst, met die zo zichtbare, beschermende moeder, ook na de verloren race over 400 meter horden, gevangen in schitterende beelden. Moeder kijkt in de ogen van Femke en zegt iets aardigs, terwijl de dochter probeert de tranen te bedwingen en staart in het niets. Vader wrijft zachtjes over haar schouder en drukt haar nog even tegen zijn brede borst.
Het draait om stimulerende, beschermende ouders die hun kinderen in een veilige omgeving willen laten opgroeien, die ze hun ambities gunnen, een schouder van troost bieden of een warme omhelzing bij succes. Bol had het geluk dat ze in zo’n veilige wereld is geboren. Hassan reisde er naartoe, vocht voor haar bestaan en herinnerde zich zondag de woorden van haar moeder over zaaien en oogsten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant