Home

Opinie: Hebben deze Olympische Spelen mensen dichter bij elkaar gebracht? Nou, nee

In de verslaggeving over de Olympische Spelen-stond niet de sport, maar de natie voorop: onze sporters eerst. Dat drijft landen en inwoners uit elkaar, tegen de olympische gedachte in.

Sport kan mensen bij elkaar brengen. Dat werd de afgelopen weken duidelijk bij de euforie in gastland Frankrijk over de vier gouden medailles van zwemmer Léon Marchand of bij de hossende massa in het TeamNL Huis als er weer een Nederlandse sporter werd gehuldigd.

Maar sport verenigt ook over landsgrenzen heen. Tijdens de Olympische Spelen genoten mensen samen van de schoonheid van de sport. Uitzonderlijke prestaties zoals die van Simone Biles bij het turnen of de wonderbaarlijke gouden medaille van Sifan Hassan bij de marathon bepaalden wereldwijd het gesprek van de dag. Dankzij de mêlee van opgetogen supporters – van wie velen in fantasievolle kostuums uitgedost waren – heerste in Parijs een feestelijke, bijna carnavaleske sfeer.

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hoopt dat de Olympische Spelen bijdragen aan een vreedzame wereld. Niettemin versterken grootschalige sportevenementen vooral nationale gevoelens. Dat lijkt ook logisch. Sporters maken deel uit van nationale teams en gaan gekleed in nationale kleuren. Bij een overwinning wordt het volkslied gespeeld en de nationale vlag gehesen.

Over de auteur
Eric Storm is universitair hoofddocent Algemene Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Van zijn hand verschijnt binnenkort Nationalisme. Een wereldgeschiedenis.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De veelal nationaal georganiseerde media dragen volop bij aan het aanwakkeren van nationale sentimenten. Hoewel journalisten objectief dienen te zijn, laten ze die neutraliteit varen als het op internationale sportwedstrijden aankomt. Bij nationale competities kiezen verslaggevers geen partij en hanteren ze een neutrale toon.

Nationale cheerleaders

Bij de Olympische Spelen en andere internationale competities verworden ze echter tot nationale cheerleaders die de vertegenwoordigers van het vaderland luidkeels aanmoedigen. Winnaars worden de hemel in geprezen.

Dit zijn we allemaal volstrekt normaal gaan vinden. Internationale sportwedstrijden, zoals de Olympische Spelen, dragen eraan bij dat een indeling van de wereld in afzonderlijke natiestaten als vanzelfsprekend is geworden en dat het normaal is dat iedereen zich identificeert met de eigen natie. Maar zo logisch is dat niet.

Een wereld bestaande uit louter natiestaten is nog niet erg oud. Bovendien zijn er talloze staatloze naties die niet op het internationale podium vertegenwoordigd zijn. Koerden, Catalanen, Vlamingen en Friezen kunnen niet onder eigen vlag meedoen.

Zij kunnen alleen aan de Olympische Spelen deelnemen als vertegenwoordiger van een land waar zij zich in sommige gevallen niet of nauwelijks mee verbonden voelen. Het IOC laat immers alleen onafhankelijke landen als lid toe en weerspiegelt zo de bestaande internationale orde.

Deze zomer leek de precaire balans tussen nationalisme en internationalisme bij dit soort evenementen verder uit het lood te raken. Zo hadden publieke omroepen in Europa nog maar een beperkt aantal uren zendtijd die zij vooral besteedden aan het volgen van de ‘eigen’ sporters. De andere wedstrijden bevinden zich sinds enkele jaren achter de betaalmuur van HBO Max. Dus voor veel sportieve hoogtepunten kon de kijker niet meer bij de publieke omroep terecht.

Toon

Maar ook de toon lijkt veranderd, al ging dat vrij subtiel. Dit begon al bij de openingsceremonie. Tony Estanguet, de voorzitter van het lokale organisatiecomité, richtte zich na zijn algemene welkomstwoorden ook speciaal tot de leden van het Franse team. Daarbij moedigde hij hen aan zoveel mogelijk medailles binnen te halen en zo hun landgenoten trots te maken. Dus impliciet nodigde de gastheer alle andere teams uit om bij een confrontatie met een Franse tegenstander even een stap achteruit te zetten.

Behalve het bewieroken van de eigen sporters, lijkt het erop dat buitenlandse atleten in toenemende mate worden genegeerd. Zo werden bij de NOS vrijwel alleen Nederlandse sporters geïnterviewd, ook al zijn zij van het tweede garnituur. Alleen bij de bekendste kampioenen – en dan alleen nog als er zendtijd over was – werd een poging ondernomen ze enkele quotes te ontlokken.

Nieuwssites maakten het nog bonter en onder koppen als ‘Parijs vandaag’ (NOS) en ‘de uitslagen’ (nu.nl) werden alleen het programma en de uitslagen van Nederlandse sporters gepresenteerd. De redacties leken er kennelijk vanuit te gaan dat de lezers alleen belangstelling hebben voor wedstrijden waaraan Nederlandse atleten meedoen.

Bovendien werden de tegenstanders van de Nederlandse sporters zo gereduceerd tot gezichtsloze, anonieme opponenten. Op deze manier wordt de natie boven de sport geplaatst en drijven landen uit elkaar, ieder in een eigen nationalistische bubbel. Dit lijkt banaal, maar dit helpt verklaren waarom het denken in nationale categorieën de laatste jaren zo dominant is geworden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next