Home

Dadelpalmen verschrompelen in de Tunesische hitte – en ook de bevolking verdwijnt

Ooit floreerde in de Tunesische oases de dadelteelt. Maar mede door klimaatverandering neemt de droogte toe en valt de dadeloogst jaar na jaar tegen. Veel jongeren vertrekken, het liefst naar Europa.

‘Ik zal je een verhaal vertellen, dan begrijp je wat hier gebeurt.’ Alaya Chouiref (27) staat midden in een dadelpalmenplantage stil. De uitgedroogde dadels liggen om hem heen, als zwarte kiezels op de grond.

‘Er was eens een vader, die altijd had geleefd van de opbrengst van zijn dadelpalmen. Toen hij ouder werd, zag hij dat de regen steeds vaker uitbleef, de grond droogde uit. Ieder jaar werd de opbrengst van zijn palmbomen minder. Totdat hij op een dag een besluit nam: ik verkoop de de waterpomp, de zonnepanelen die de pomp van elektriciteit voorzien, alles. Van het geld stuur ik mijn twee zoons naar Europa.

Over de auteur

Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.

‘De twee jongens vlogen naar Servië. In de nacht staken ze de grens naar Hongarije over. Uiteindelijk wisten ze Parijs te bereiken. De jongste werkt nu in een bakkerij. Hij staat op het punt te trouwen met een Française, een vrouw die hij in de bakkerswinkel heeft ontmoet.’

Die jongste zoon, zegt Chouiref, is een van zijn jeugdvrienden. Zelf bleef Chouiref achter in Jemna, Zuid-Tunesië. Een dorp in de woestijn, dat ooit ontstond bij een oase. In de wijde omtrek zijn uitgestrekte dadelpalmplantages te vinden.

Angstaanjagend heet

Een aantal decennia brachten de dadelpalmen het dorp rijkdom. Maar die tijd van weelde is voorbij. In Tunesië was het de afgelopen jaren uitzonderlijk droog, een gevolg van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en een daardoor veranderend klimaat. Hoe verder je naar het zuiden rijdt, hoe dorrer het landschap wordt: eerst stervende olijfbomen, dan de uitgedroogde skeletten van stekelige woestijnplanten, dan alleen nog zand.

In de zomer is het hier angstaanjagend heet, rond de 50 graden, een temperatuur die vroeger zelden werd bereikt. Het gevolg is dat Jemna alleen ’s nachts tot leven komt. De mannen zitten dan op de terrassen en kijken voetbal, de jongeren scheuren heen en weer op brommers, de kinderen dompelen zich onder in de enkele waterputten die vol zijn.

Pas als de ochtend zich aandient en een deken van loomheid over de straten legt, trekt iedereen zich terug in zijn huis. De mens is hier veranderd in een nachtdier.

Insecten overleven de winter

‘We merken elke dag dat het klimaat verandert’, zegt Walid Echaieb (33), die in de omgeving werkt als agronoom. ‘Sinds een jaar of vijf valt er nauwelijks regen. Het effect op de palmbomen is steeds duidelijker. De dadelproductie valt langzaamaan stil.’

De hoge temperaturen leveren nog een probleem op. Terwijl insecten vroeger doodgingen in de relatief koude winter, overleven ze nu. Daardoor zijn ze ook in de zomer met meer. Het gevolg is dat bladluizen, motten en vooral spintmijten zich een weg door de dadels vreten.

‘We moeten de dadels nu met de hand sorteren voordat we ze kunnen verkopen’, vertelt Mohamed Tahar Tahri (71), voorzitter van de Vereniging voor de Bescherming van de Oase van Jemna. ‘Vijftig vrouwen uit het dorp hielden zich daar het afgelopen seizoen mee bezig.’

Eigendom van bevolking

De geschiedenis van Jemna is in heel Tunesië bekend. Tijdens de revolutie in 2011, toen dictator Zine al-Abidine Ben Ali werd verdreven, besloot de bevolking in Jemna zich de lokale dadelpalmplantage toe te eigenen. Die bevond zich op grond die ooit van hun voorouders was geweest, daarna werd opgeëist door een Franse kolonist, en vervolgens in handen viel van de onafhankelijke Tunesische staat.

Onder leiding van Tahri exploiteren de bewoners van Jemna de dadelpalmen sinds 2011 zelf. Met de opbrengst financieren ze tal van projecten: computers en beter sanitair voor de scholen, een voetbalveld, een ambulance. ‘Zelfs de doden profiteren’, zegt Tahri, terwijl hij laat in de avond op een stoffig terras zit. ‘We hebben een nieuwe muur en poort bij de begraafplaats laten bouwen.’

Ook al wordt de opbrengst steeds minder, ze moeten wel doorgaan met de dadelteelt, verzucht hij. ‘Want de staat bekommert zich niet om ons.’

Uitgedroogd

Dat is wat meer inwoners van Jemna de afgelopen decennia hebben gedacht. Overal hebben ze dadelpalmen neergezet, ook midden in de woestijn, om op die manier wat extra inkomsten te hebben. Ze sloegen putten voor irrigatie, steeds meer, steeds dieper.

Er kwamen zonnepanelen die, anders dan dieselgeneratoren, de waterpompen de hele dag gaande hielden. Zo raakte in een mum van tijd de ondergrondse watervoorraad uitgeput. Ook dat is, naast klimaatverandering, een oorzaak van het watergebrek in de regio.

Nu zijn de natuurlijke oases in de omgeving opgedroogd. De palmen van weleer staan doods in het woestijnzand, als zwart uitgeslagen zerken.

Er zijn mensen die hier nog een toekomst zien, zoals Echaieb, de jonge agronoom. Op een eigen stuk land plantte hij dadelpalmen, maar ook olijfbomen, wijnranken, courgettes en tomaten. ‘We moeten terug naar het oude systeem dat werd gebruikt in de oases’, zegt hij. ‘Met meer biodiversiteit, verschillende gewassen door elkaar. Dat leidt tot minder verdamping en de bodem wordt op den duur minder zanderig. Dan is er minder water nodig.’

‘Harga’

Maar de meeste jongeren geven het op. Harga, dat is het woord dat op ieders lippen ligt: illegale migratie naar Europa.

Terwijl hij op de plantage van zijn familie staat, waar de waterputten gevuld zijn met stuifzand, zegt Alaya Chouiref dat ook hij naar Europa wil, net als zijn jeugdvriend. ‘Maar niet illegaal’, zegt hij. ‘Ik ben opgeleid tot fysiotherapeut. Als ik Duits leer, zou ik in Duitsland aan de slag kunnen.’

Tot die tijd biedt hij zijn diensten aan in een van de luxehotels in de buurt die woestijnexcursies verzorgen – de enige economische activiteit die hier op termijn zéker levensvatbaar is.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next