Home

‘Weer aan land was er een lotsverbondenheid, sterker dan een zoen of teder gebaar voor elkaar had kunnen krijgen’

Als José begin jaren tachtig overweegt te gaan reizen, zegt haar huisgenoot Ton: ik ga met je mee. Ze genieten van de vrijheid, tot een storm op de Javazee ze bijna het leven kost.

Ton uit Nederland, 63:

‘José en ik woonden in hetzelfde studentenhuis. Ik was toen 22 jaar. We hadden één keer rommelig gezoend op een avond waar drank vloeide, maar toen we op reis gingen naar Indonesië hadden we beiden geen enkele romantische intentie. Sterker, ik had gewoon een vriendin die in hetzelfde huis woonde – die trouwens al heel snel mijn brieven niet meer beantwoordde, omdat ze eerder dan ik begreep welke kant dit zou opgaan.

‘Zelf was ik vooral overweldigd door de nieuwe wereld waar ik werd ingezogen. Mijn oom was missionaris op Borneo, bij hem logeerden we in een meisjesinternaat dat in de zomermaanden leegstond. Aan het einde van een lange gang hadden we allebei een kamertje, ons toevluchtsoord na een lange dag vol indrukken, een plek ook waar we even konden ontsnappen aan de priemende blikken van zuster Aloysia en haar nonnen. Daar was na een aantal dagen al de eerste zoen, een nachtzoen die maar niet stopte, allebei gekleed in enkel een sarong. Toch gaf ik aan die kus niet meteen de betekenis die hij verdiende.

Veiligheid

‘Wat zich telkens op de voorgrond drong, was al het nieuwe om mij heen, en het feit dat ik mijn verbazing daarover met haar kon delen. Zij was een veel ervarener reiziger dan ik, en meer dan erotiek zocht ik veiligheid bij haar. Niets van wat ik om me heen zag of hoorde paste in een bekend kader; zelfs de sigaretten die op straat werden gerookt, waren anders.

Zomerliefde is de zomerse rubriek van Corine Koole waarin door beide lovers herinneringen worden opgehaald aan een zomerse liefde van kort of langer geleden.

‘Tijdens een tocht met mijn oom en wat zusters voeren we over de rivier door het drukke Banjarmasin. Samen klommen we op het gloeiendhete dak van de boot, om met zijn tweeën te kunnen zijn, of beter: met zijn tweeën én alles wat we samen zagen en roken – de kinderen langs de kant, de huizen op palen, de geur van houtskool. Breed was het dakje niet. Om niet te vallen, hielden we elkaar stevig vast. Andere meisjes hadden het er vies of eng of te warm gevonden, maar José leefde juist op door alles om ons heen en wat begon als een exotisch avontuur, kreeg steeds meer schoonheid.

‘Het was 1983 en langzaam begon ik me vrijer te bewegen. Nederland bestond niet meer. Dat al het contact met het thuisland in die tijd nog steeds alleen per post ging, hielp natuurlijk.

Over de auteur
Corine Koole is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

‘In het binnenland maakten we dodenfeesten mee en ontmoetten we een pastoor die daar als een soort Indiana Jones door de oerwouden trok. We maakten kennis met kinderen die voor het eerst westerlingen zagen. In de dorpen sliepen we op houten planken en stoffige kleedjes in de huizen van het dorpshoofd. Ik kan me geen conflict herinneren. Er was geen chagrijn over ongemakken, alleen nieuwsgierigheid. Zij voelde de klamme hitte niet, maar was verrukt over de vuurvliegjes boven de huizen en de rivier. Toen we na een maand terug naar Java wilden en ik met de pastoor vliegtickets ging kopen, zei hij: maar waarom gaan jullie niet gewoon met de boot, dat is veel goedkoper.

Gammel bootje

‘Die nacht brak er een zware storm uit en vergingen op de Javazee elf schepen. Wij zaten aan boord van een gammel bootje waarvan zelfs de pastoor, nog voor de wind was opgestoken, bedenkelijk had gezegd dat de afmetingen hem een beetje tegenvielen. Drie nachten en vier dagen lagen we met zijn tweeën op 1,5 vierkante meter op de grond in de stuurhut, die net als het dek vol lag met zieke mensen. Ook José was meer dood dan levend. Ik had niks met haar overlegd, maar die hele helse, levensgevaarlijke tocht heeft ze me niet één verwijt gemaakt, en achteraf ook niet. Ik hiep de kapitein de luiken dicht te doen om het water buiten te houden, ik heb José stukjes banaan gevoerd, en waar zij tot dan toe vooral mijn steun was geweest, kon ik nu iets terugdoen.

‘Eenmaal weer aan land in Semarang was er een lotsverbondenheid, een bezegeling, sterker dan een zoen of teder gebaar voor elkaar had kunnen krijgen. Aan het einde van de loopplank wachtte ons een leven samen dat nu al veertig jaar duurt, en nog niet is afgelopen. Niet dat we dat uitspraken, want ik had thuis nog die vriendin.

Que sera, sera

‘Midden tussen de rijstvelden huurden we een paradijselijk huisje met een echt bed met een echt matras. Daar kropen we naakt in elkaars armen en vielen in een diepe slaap. Sinds die reis is que sera, sera ons motto. Ik maakte thuis mijn verkering uit en toen ze een paar jaar later tijdens mijn afstudeerfeestje fluisterde dat ze zwanger was, wisten we meteen dat we ook dit samen konden.

‘Onze zoon was de eerste van drie kinderen. En ook nu we ouder worden, leven we nog steeds van moment tot moment. Zojuist hebben we ons prachtige huis te koop gezet. Vol vertrouwen dat ook deze stap wel weer tot zal leiden tot iets wat ons samen verder brengt.’


José uit Nederland, 64:

‘Ik was een jaar ouder dan Ton toen hij bij ons in huis kwam hospiteren: een jongen met lang blond haar en een Afghaanse jas, een snotaap uit een beschermd milieu die nog niks had meegemaakt. Maar toch kon ik als meisje uit een arbeidersgezin goed met hem overweg en toen ik zei dat ik overwoog een tweede keer naar Azië te reizen, zei hij: dan neem ik nu al het geld van mijn Zilvervloot op en ga met je mee. Hij had een oom op Kalimantan, daar konden we onze reis beginnen.

‘Eenmaal ter plekke bleek het er minder vrij dan ik op reis gewend was. We kwamen in een kloosterachtige situatie terecht waar we voortdurend werden bespied door zes nonnen. Ons onttrekken aan de heilige mis was er niet bij, want dan zouden we zijn oom in verlegenheid brengen. Maar ongemakkelijk was het wel om ineens de katholieken te representeren in een door moslims gedomineerd spanningsgebied. Beleefd strooiden we als brave kinderen hagelslag op ons brood en toen de bisschop langskwam en zuster Aloysia ‘Schiet op, de bisschop wacht’ siste, gingen we netjes bij de man op audiëntie.

‘Maar ’s avonds, in het verder verlaten meisjesinternaat waar we allebei een kamertje hadden, waren we vrij. Daar trokken we ons niks aan van het kruisbeeld boven ons bed en daagden elkaar uit. Gekleed in enkel een sarong liepen we door de lange gang. We wasten ons door met een emmertje water over ons hoofd te gooien, we luisterden naar het monotone gezang uit de minaretten en de tropische vogels buiten, we vrijden, rookten. Die aantrekkingskracht tussen ons was er al snel en had natuurlijk alles te maken met de omgeving die de bekende kaders ophief, als in een roes. Alles wat we deden, ademde tijdelijkheid en verandering, en over later bekommerden we ons niet. Hij had verkering met een meisje dat ook in ons studentenhuis woonde, maar zorgen daarover stelden we uit.

Ongedefinieerde rolverdeling

‘Ton had nog niet eerder gereisd. Ik wijdde hem in, liet hem kennismaken met de gewoonten van het land voor zover ik die kende en ik weet nog hoe opgewonden hij was toen we samen op het loeihete dak klommen van het bootje waarmee we over de rivier voeren. Uit het zicht van zijn oom de missionaris en de streng ogende zusters die maar geen hoogte van ons konden krijgen, zaten we dicht tegen elkaar aan, keken naar al het leven dat zich afspeelde aan de oever. Onze ongedefinieerde rolverdeling keerde om toen we na een lang verblijf in de binnenlanden terug wilden gaan naar Java en op zee in een afschuwelijke storm terechtkwamen.

‘Ik was doodziek, net als iedereen. Het hele dek lag volgepakt met kreunende mensen. Het schip had kunnen vergaan, maar ik was er te slecht aan toe om bang te zijn. Ton stond als een van de weinigen gewoon overeind. Hij hielp de kapitein het water buiten te houden door met zeebenen het ene luik na het andere te sluiten, hij voerde me stukjes fruit, zodat ik niet nog uitgeputter zou raken. En ik – denkende dat ik Indonesië kende als mijn broekzak, dat ik me met al mijn reiservaring een beetje Tons meerdere mocht voelen – moest me ineens helemaal aan hem toevertrouwen.

Geschrokken ouders

‘Zo’n heftige reis, en hij was er voor me. Toen heb ik zijn kracht en toewijding leren kennen. En later, toen zijn geschrokken ouders schreven dat het ‘dat meisje’ wel zou zijn geweest dat hem dit krankzinnige bootavontuur had aangepraat, schreef hij terug: als jullie zo over haar denken en op dat standpunt blijven, hoef je me niet van Schiphol te komen halen. En ik dacht: met deze jongen ben ik nog niet klaar.

‘Maar voor mij was het moeilijker om naar huis te gaan dan voor hem. Ton had immers nog die vriendin die op hem wachtte en het zou nog zeker twee pijnlijke maanden duren voor hij definitief voor mij koos. De betekenis van onze reis door Indonesië is bepalend gebleken voor de rest van ons leven. Het durven nemen van risico’s is eigenlijk altijd een thema gebleven, want we wisten: als de een wankelt, is de ander er om je op te vangen.

Que sera, sera kan twee betekenissen hebben: een bedachte zorgeloosheid, maar ook de overtuiging dat alles uiteindelijk goedkomt. Ook als het even niet goed is, weten te dealen met tegenslagen en keuzen durven maken waarvan je niet van tevoren alle gevolgen kunt overzien.

Vol vertrouwen

‘Ons eerste kind kwam als een verrassing, maar vol vertrouwen zijn we die zwangerschap aangegaan. Op mijn 35ste begon ik een opleiding aan de kunstacademie, ook omdat hij zei: doen! En beiden hebben we een goedbetaalde baan opgezegd en een heel nieuwe richting gegeven aan onze carrière, ik zelfs pas op mijn 63ste.

‘Die reis door Indonesië en vooral de legendarische tocht over de Javazee heeft me ervan doordrongen dat hij een man is die me altijd zal steunen. Zelfs toen we net terug waren en er korte tijd afstand tussen ons bestond omdat hij van alles moest uitzoeken met zijn vriendin, bleef ik vertrouwen op onze relatie. Want na alles wat we hadden meegemaakt, was het duidelijk dat dit iets was wat niet zomaar voorbij kon gaan.’

Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Ton en José ­gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

OPROEP

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over alle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next