Home

Wie van natuur houdt, koestert ook de lelijkste eendjes

Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn gelijker dan andere. Alleen de knapste en knuffelbaarste gaan fluitend door het leven.

De mooiste vogel is de quetzal. Dat beweren althans talloze websites, die elkaar overpennen, waardoor het vanzelf een feit lijkt. Makkelijk scoren: de Latijns-Amerikaanse vogel heeft fel rood en blauw/groen op zijn veren – zo kan ik het ook.

Van een quetzal houden is geen kunst. Schoonheid op het eerste gezicht is saai en stomvervelend. Veel interessanter is de schoonheid die zich pas openbaart bij een tweede of derde blik. Daar valt iets te ontdekken.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Wie echt van de natuur wil houden, moet eens oefenen met de blobvis, zonder twijfel een van de grootste misbaksels van Moeder Natuur. Google even voor een plaatje, en je ziet een weke, uitgezakte vleesboom met mistroostige grote ogen. Een levend wezen, de tragische hoofdfiguur in een tranentrekkende kassakraker van Steven Spielberg, ver voorbij E.T.

Spiegeltje spiegeltje aan de wand, welk dier is het mooiste van het land? Wat de polls en websites ook beweren: geen mens kan er iets zinnigs over zeggen. Simpelweg omdat niemand ooit alle dieren heeft gezien. Volgens schattingen (we vertrouwen hier op gegevens van Naturalis) leven er zo’n 8,7 miljoen soorten wezens op aarde. Wetenschappers hebben tot nu toe zo’n 1,5 miljoen soorten dieren beschreven, maar nog altijd worden er nieuwe ontdekt.

Wat we al wel zeker weten: schoonheid is ook in het dierenrijk de vleesgeworden ongelijkheid. Het gruwelijke onrecht dat de mooisten en de knapsten fluitend door het leven fietsen, geldt bij dieren nog sterker dan bij mensen. Uit onderzoek (van de Universiteit Hasselt bijvoorbeeld) blijkt dat aantrekkelijke dieren meer gepromoot en beter beschermd worden dan diersoorten die als minder mooi worden gezien. Zo worden grote, pluizige en aaibare dieren vaak meer gepromoot door dierentuinen en natuurbeschermers, waardoor deze dieren (en hun organisaties) meer aandacht, steun en fondsen van het grote publiek krijgen. En daarmee een langer voortbestaan.

Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de panda in het logo van het Wereld Natuur Fonds. Een aaibaarheidsfactor van 100 (bovendien met aantrekkelijk zwart-witcontrast, wat het drukken van briefpapier ten tijde van de oprichting aanzienlijk goedkoper maakte). Had het WNF in 1961 een kakkerlak of malariamug als logo gekozen, dan was de organisatie lang zo groot niet geworden.

Voor dierenbeschermers zijn vast alle dieren gelijk, maar sommige dieren zijn gelijker dan andere. Zo hebben we naast de officiële ‘Dierenbescherming’ een Hondenbescherming, een Kattenbescherming en een Egelbescherming. De Vissenbescherming bestaat sinds 2000, maar daarvan heeft vermoedelijk geen hond ooit gehoord. De vis is een pechvogel: te glad om knuffelbaar te zijn. Veren zijn aaibaar; met bonte kleuren mag je rekenen op de veel bekendere en populairdere Vogelbescherming, die zich overigens net iets meer bekommert om koolmeesjes dan om kip of kalkoen.

Veel belangrijker dan honden, katten, egels of vogels zijn insecten. Ze staan aan de basis van de biodiversiteit, door bestuiving zorgen ze voor ons eten. Ze gaan hard achteruit, maar buiten wat bezorgde wetenschappers en een handvol betrokken biologen bekommert geen mens zich om die onderkruipsels. De reden is duidelijk: insecten zijn eng en stekelig, ze kruipen, prikken en bijten, en ze zijn pas mooi voor wie het (met vergrootglas of microscoop) wíl zien. Dan kun je het dus wel vergeten in de grote bozemensenwereld. Wie op ‘muggenbescherming’ zoekt, komt alleen op sites die je vertellen hoe je ze het beste dood kunt slaan.

De moraal van het verhaal: wie als lelijk eendje ter aarde komt, wordt nooit een mooie zwaan. Ja, er is exact één geval bekend van het tegendeel. Na een lange lijdensweg kwam het met het lelijke eendje toch nog goed. Dat bleek dus een sprookje.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next