Tegen de Amerikaanse estafetteploeg viel weinig te beginnen op de 4x400 meter voor vrouwen. De Nederlandse vrouwen, onder aanvoering van Femke Bol, pakten wat ze pakken konden: zilver.
Soms is het gat te groot, zelfs voor Femke Bol. Nadat Sydney McLaughlin-Levrone haar ronde tijdens de 4x400 meter vrouwen had gelopen, als tweede van de Amerikaanse ploeg, was het wel duidelijk dat Nederland alleen nog voor zilver liep. Hoe waardevol die prijs is, wist Bol na de 400 meter horden van donderdagavond. Ze had daar juist die medaille uit haar handen laten glippen.
En dus richtte Bol zich tijdens haar ronde, als slotloopster van het Nederlands kwartet, niet op Alexis Holmes, die zeker 30 meter voor de rest uit liep. Ze hield haar blik op de twee vrouwen die ze vlak voor zich zag toen ze het stokje in haar hand gedrukt kreeg van Lisanne de Witte.
Ze sloop mee met de Ierse Sharlene Mawdsley en de Britse Amber Anning, om ze in de laatste honderd meters te passeren. Het ging niet zo overdonderend als in de finale van de gemengde 4x400 meter, maar heel gecontroleerd. Om zeker te zijn.
Haar slotronde was daarom wat minder fel dan toen ze voor goud ging op de gemengde estafette. Toen klokte ze 48,00. Dit keer ging Bol in 48,61 seconden rond. Ze was daarmee bijna een seconde trager dan McLaughlin (47,71), die in haar eentje bijna drie seconden van de Amerikaanse voorsprong voor haar rekening nam en zo de tweede tijd ooit op dit onderdeel mogelijk maakte: 3.15,27. ‘Het was bijna saai om naar ze te kijken’, zei Klaver. ‘Ze liepen zo hard.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Het was de achtste olympische titel voor de Amerikanen op rij, sinds 1996 zijn ze ongeslagen op dit onderdeel. Dat ze vorig jaar Nederland op het WK moesten laten voorgaan had ook te maken met de afwezigheid van McLaughlin op dat toernooi.
Voor de Nederlandse vrouwen, die met 3.19,50 een nieuw Nederlands record liepen, was de race vooral een vertoon van veerkracht. Het bewijs dat ze zich na tegenslag weer kunnen ophijsen. Lieke Klaver was diep teleurgesteld toen ze zich op woensdag niet voor de finale van de individuele 400 meter kwalificeerde. ‘Ik ben gewoon heel verdrietig. Zet dat maar in de kop’, zei ze toen in het voorbijgaan tegen de Nederlandse pers.
Het verdriet had ze afgeschud, door plezier te maken met haar ploeggenoten. ‘We hebben een spelletje gedaan en haar laten winnen’, zei De Witte na afloop. Klaver startte vlot, probeerde te doen wat ze zich had voorgenomen voor de individuele finale: ‘hard lopen’.
Hoewel ze vond dat het nog iets harder had gekund, lukte het haar om volgens plan vlak achter de Amerikaanse Shamier Little het stokje door te geven aan Cathelijn Peeters. Die deed, het rond stuiterende stokje van de Jamaicanen ontwijkend, precies wat van haar verwacht wordt in de ploeg: consolideren en volhouden. Dat gold eveneens voor De Witte. Beiden lieten niets liggen.
Ook Bol was van slag geweest na de finale 400 meter horden van donderdagavond. Daar had ze van goud gedroomd, zilver verwacht, maar was ze vooral geschrokken toen brons de uitkomst was. Dat was geweest, vertelde ze. Die teleurstelling was gezakt en al steeds meer in trots overgegaan.
Sowieso is de estafette voor haar een onderdeel met een heel andere lading. ‘Het is compleet anders. Om met die meiden te lopen geeft me zoveel energie. Ik had er heel veel zin in.’
Nu deed ze wat ze moest doen, voor zichzelf en voor haar ploeggenoten. Voor Klaver, Peeters en De Witte, die nauwelijks kon geloven hoe de 400-meterlopers zich in de afgelopen tien jaar hebben ontwikkeld. Maar ook voor Eveline Saalberg en de pas 20-jarige Myrte van der Schoot, die de ploeg door de halve finale heen hadden geholpen. Bol reikte niet naar wat buiten haar bereik lag, maar pakte wat ze pakken kon.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant