Home

‘De hele club leeft mee met Femke Bol’

Bij Altis in Amersfoort hopen ze dat de prestaties van clublid Femke Bol zullen zorgen voor een toestroom van nieuwe leden. Een open dag trok zaterdag redelijk wat deelnemers. ‘Die nieuwe loopt goed!’

Robin van de Mast, trainer van Altis, is het gewend om met uitblinkers te werken. De atletiekvereniging uit Amersfoort is een kweekvijver van talent, Femke Bol groeide er uit tot een wereldster. Zaterdagochtend, tijdens een clinic voor middellange afstandslopers, valt zijn oog op de 15-jarige debutant Timothy, die gretig rondjes rent op de atletiekbaan.

‘Die nieuwe loopt goed!’, roept Van de Mast. ‘Kijk naar Timothy’s loophouding: hij hangt een beetje naar voren, en zijn hakken komen mooi omhoog, bijna tot aan zijn billen. Het ziet er soepel uit, en makkelijk.’

Over de auteur
Menno van Dongen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

De clinic is onderdeel van een open dag, de ‘Olympic Experience’, waar je van alles kunt doen: van hordelopen tot verspringen. Wie dat wil, kan lang blijven hangen. Want ’s avonds is er een olympische pubquiz in het clubhuis en kunnen de leden kijken naar de belangrijkste atletiekfinales uit Parijs, waaronder de 400 meter estafette voor vrouwen, met Bol.

In Amersfoort hopen ze dat de Spelen en Bols prestaties voor extra aanwas zullen zorgen. De eerste voortekenen zijn positief: de open dag trekt redelijk wat publiek, en afgelopen week meldden zich een stuk of twintig belangstellenden voor een losse proeftraining.

Na de clinic bedankt trainer Robin van de Mast de deelnemers: ‘Ik hoop dat degenen die voor het eerst in aanraking zijn gekomen met atletiek denken: het lijkt me leuk om dit nog eens te doen. Je bent altijd welkom om het een maand te komen proberen.’

Inspirerend

Timothy Samuel (15) hoort het grijnzend aan. Het was leuk om bij een echte atletiekclub te trainen, zegt hij, en het is fijn dat de trainers complimenteus waren. Maar hij heeft al best veel ervaring buiten de baan: ‘Ik loop zes keer in de week hard en doe mee aan 5 kilometerwedstrijden op de weg, met volwassenen. Meestal eindig ik in de top-10, soms op het podium.’

Hij wil graag professional worden, en denkt bij Altis veel te kunnen leren. ‘Als ik mijn snelheid kan vergroten op kortere afstanden, is dat volgens mij ook goed voor de 5 kilometer. Vanochtend vond ik het inspirerend, trainen met leeftijdsgenoten. Bijvoorbeeld tijdens de estafettes, aan het einde. Ik kon ze goed bijhouden.’ Maar Timothy moet het nog wel bespreken, thuis. ‘Ik kom uit Kootwijkerbroek, en Amersfoort is een half uur rijden met de auto.’

Sven (18), die al tien jaar lid is, zou hem een lidmaatschap aanraden. ‘Ik loop ook lange afstanden, en zit nu bij de subtop: bij het NK onder 18 was ik elfde op de 5.000 meter. Kijk naar Femke Bol, we hebben goede trainers. Zoveel succes is voor mij onhaalbaar, maar ik vind het heel vet om te zien. En dan denk ik toch even: hoe zou het zijn om zelf zoiets mee te maken?’

Aanmoedigingen

Uren later, om vijf voor negen, zitten er 22 clubleden in het clubhuis, voor een groot beeldscherm. ‘Normaal gesproken zouden het er veel meer zijn’, zegt trainer Van de Mast. ‘Maar een stuk of vijftig mensen van Altis zijn nu in Parijs, onder wie haar vader, moeder en broer, om alles van dichtbij mee te maken. Ik ben er zelf ook geweest, om de sfeer te proeven. De hele club leeft met haar mee.’

Als in het Stade de France het startschot klinkt, beginnen de aanmoedigingen in de kantine. Eerst voor Lieke Klaver, de startloopster, dan voor de rest. Amerika loopt gaandeweg steeds verder uit, maar Nederland haakt aan bij de belangrijkste andere concurrenten. Als Bol als vierde het estafettestokje krijgt, roept de voorzitter: ‘Dit wordt zilver!’, vooruitlopend op haar sterke eindschot. Hij krijgt gelijk; in de slotmeters snelt ze voorbij de nummers drie en twee, aangemoedigd door het hele clubhuis. ‘Femke, Femke, Femke!’

Van de Mast vindt het een prachtige prestatie. ‘We zijn hartstikke trots op het team, en op Femke. Ze komt met drie medailles terug uit Parijs: goud, zilver en brons. Als het even kan, organiseert Altis in oktober weer een Femke-dag, met een huldiging, clinics en een handtekeningensessie. Dan staan een heleboel kinderen voor haar in de rij, en is ze heel toegankelijk. Want ze geeft graag iets terug aan de jeugd.’

Het is een mythe dat aansprekende prestaties op de Spelen of een WK zorgen voor een (snellere) groei van het ledenaantal van sportverenigingen. Dat zegt sportsocioloog Maarten van Bottenburg, die verbonden is aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft het vaak onderzocht, onder meer in het vrouwenvoetbal en mannenturnen (Epke Zonderland). ‘Ik durf best te voorspellen dat er geen sprake zal zijn van een Femke-effect’, zegt hij.

‘Zulk succes maakt veel aandacht en enthousiasme los, maar dat wil niet zeggen dat tv-kijkers zich daarna aanmelden bij een sportclub. Zien is iets heel anders dan doen. Vaak zijn ze ook al te oud om nog een nieuwe sport te beginnen. En kinderen laten zich niet zozeer laten inspireren door tv, maar door hun vrienden en ouders.’

Een enkele keer zie je wel een trendbreuk, als sporten relatief nieuw zijn in Nederland. Dat gebeurde in het judo, na het olympisch goud van Anton Geesink in 1964, en darten, eind jaren negentig, na het succes van Raymond van Barneveld. ‘Nu zou dat kunnen gebeuren met 3x3 basketbal of breaking, dat voor het eerst te zien was in Parijs.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next