Hoe kan het dat beurshandelaren de ene dag in paniek aandelen in de verkoop gooien, op basis van slecht nieuws, en de volgende dag even zo snel weer bij kopen? Net als gewone mensen laten handelaren zich gemakkelijk meeslepen door de waan van de dag.
‘Wees bevreesd als anderen hebzuchtig worden en wees hebzuchtig als anderen bevreesd raken.’ Het is een van superbelegger Warren Buffetts bekendste adviezen: koop aandelen als anderen in paniek verkopen, verkoop als anderen in paniek kopen.
Als Buffett dit de afgelopen week zelf heeft gedaan, heeft de kassa flink gerinkeld. Want koop- en verkooppaniek wisselden zich heel snel af. Maandag kelderden de koersen, dinsdag explodeerden ze. Woensdag ging de beurs weer iets omlaag, donderdag iets omhoog. Kortom: er was geen peil op te trekken.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Voor de koersval die maandag begon op de beurs van Japan, werden meerdere redenen gegeven. In de VS zou een recessie dreigen. De rente in Japan was verhoogd. De Amerikaanse centrale banken zouden te lang twijfelen over een renteverlaging, terwijl de markt daar al op had geanticipeerd. Het is hommeles in het Midden-Oosten, waar het overigens altijd hommeles is.
Maar al die redenen waren er op de vrijdag daarvoor ook al, en toen gaf de beurs geen krimp. Geen analist zag de klap van maandag aankomen. Pas toen die kwam, werden allerlei rationele redenen er met de haren bijgesleept. Beleggers willen nu eenmaal graag een economische verklaring hebben en willen niet horen dat zij zich door angst of hebzucht hebben laten leiden.
Beleggers laten zich graag meeslepen door de waan van de dag. Het is massapsychologie, geen economie. Emoties spelen een grote rol op de effectenmarkt en leiden tot onder- en overwaardering van aandelen en obligaties. Als de koersen omhooggaan, wil niemand de boot missen. Net als in de jaren negentig, toen half Nederland ging beleggen.
En als de koersen kelderen, wil iedereen er zo snel mogelijk vanaf, ongeacht of de stand van de economie of de winstgevendheid van bedrijven. Als één grote partij ineens om onduidelijke redenen gaat kopen of verkopen, kan dat tot een koop- of verkoopspiraal leiden.
Buffett zegt niet aan de waan van de dag mee te doen. Hij staart zich niet blind op koersbewegingen. ‘Als je een aandeel niet voor tien jaar wilt hebben, moet je het al helemaal niet tien minuten willen hebben.’ Beleggen onderscheidt zich in zijn ogen van handel. Maar de meeste beleggers zijn ongeduldig. Zij luisteren liever naar hun eigen gevoel of volgen als een kuddedier het gevoel van de buitenwereld.
De beurs is geen goede indicator van de economie. Irving Fisher, de bekendste econoom uit de jaren twintig van de vorige eeuw, verklaarde op 15 oktober 1929: ‘De prijzen van aandelen hebben iets bereikt wat op een blijvend hoog niveau lijkt.’ De economische modellen gaven hem helemaal gelijk.
Negen dagen na deze voorspelling stortte de beurs van New York in en brak wereldwijd paniek uit. Binnen vijf jaar waren de koersen 90 procent gekelderd en verkeerde de wereld in de Grote Depressie met massawerkloosheid en armoede. Maar de crash zelf was daarvan niet de oorzaak. De reactie van centrale banken en politici veroorzaakte de koersdaling, die na de crash overgingen op bezuinigingen, protectionistische maatregelen en het redden van de eigen munt.
Op Black Monday, 19 oktober 1987, gingen de koersen nog harder omlaag dan op Black Thursday, 24 oktober 1929. De Dow Jones verloor op één dag bijna een kwart van zijn waarde. Maar dit keer was er economisch geen vuiltje aan de lucht, en er brak geen paniek uit. Pessimisme bleef uit, ook omdat in de jaren tachtig op veel minder grote schaal met geleend geld aandelen waren gekocht, centrale banken de rente verlaagden en de overheden de grenzen open hielden. Binnen een jaar was de daling goedgemaakt, net zoals de daling van maandag al in een week is goedgemaakt.
Effectenbeurzen zelf zijn niet de oorzaak van hoog- of laagconjunctuur. Als de beurzen worden verboden, raakt de wereld van de regen in de drup. Zij spelen wel een sleutelrol in de kapitalistische markteconomie. Op deze plek wordt vraag en aanbod van kapitaal bijeengebracht, net als op een groenteveiling die voor sla. Geen slateler zou zonder zo’n centrale marktplaats kunnen, omdat hij anders zelf alle andere groenteboeren in het land zou moeten bellen om de beste prijs voor zijn product te achterhalen. En de groenteboeren zouden niet weten of zij de beste inkoopprijs hebben.
Alleen wordt die prijsvorming steeds meer verstoord door allerlei speculanten die zich niets gelegen laten liggen aan de wijsheden van Buffet, ‘het orakel van Omaha’. Zij zien de beurs niet als een instrument om geld over te maken van de ‘ongeduldige’ naar de ‘geduldige’, zoals Buffett het noemt, maar als een middel om heel snel geld te verdienen door gebruik te maken van koers-, rente- en valutaveranderingen.
De speculatieve handel nam een grote vlucht na de liberalisering van de effectenmarkten in de jaren tachtig. Er kwamen allerlei afgeleide instrumenten waarmee met hefbomen enorme bedragen konden worden ingezet op koersbewegingen van aandelen, obligaties en goederentermijncontracten. Er kwamen ook allerlei nieuwe partijen zoals hedgefondsen die zich gedroegen als aasgieren of sprinkhanen.
In het begin van deze eeuw vormde ‘flitskapitaal’ - geld voor kortlopende transacties van fracties van seconden tot enkele dagen - al 98 procent van de totale geld- en kapitaalmarkt. Slechts 2 procent van alle financiële transacties zijn nodig voor de ‘echte’ economie – de handel en financiering van bedrijven.
In principe zou de financiële sector die echte economie moeten dienen, zodat bedrijven kunnen produceren en investeren, en consumenten kunnen sparen en geld kunnen lenen. Naast banken is echter een hele bedrijfstak opgestaan van ‘shadow banking’, waaronder financieringsmaatschappijen, equityfondsen, trusts, geldmarktfondsen, hedgefondsen en fintech. Voor hen maakt het niet uit wat de wereldeconomie doet. Zij loeren op kansen om snel geld te verdienen voor ongeduldige beleggers, en dat kan net zo goed bij dalende beurzen en economische krimp als bij stijgende beurzen met economische groei.
Zij maken gebruik van allerlei gekunstelde transacties, zoals derivaten (opties) en shorttransacties (verkopen op termijn). In de jaren nul gingen banken hun hypotheekleningen herverpakken in bundels. Die werden verhandeld over de hele wereld en gekocht en verkocht door speculanten die geen idee hadden over de daadwerkelijke waarde van het onderpand op tienduizenden kilometers van huis. Uiteindelijk leidde dat tot de beruchte kredietcrisis, waarbij belastingbetalers moesten opdraaien voor het redden van de grote systeembanken.
De speculanten dragen ook bij aan allerlei hypes door miljarden te steken in bedrijven die nog nauwelijks een cent verdienen. Dat gebeurde begin deze eeuw met internetbedrijven, wat leidde tot de dotcom-zeepbel. Nu gebeurt hetzelfde met zogenoemde AI-bedrijven die na de lancering van ChatGPT in de belangstelling zijn komen te staan. Maar van vandaag op morgen kunnen ze die beleggingen ineens ook weer terugtrekken, waarna een nieuwe beurscrisis ontstaat.
De momenten waarop dat gebeurt, zijn nooit te timen. In de laatste jaren zijn er steeds meer gedragseconomen gekomen. Gedragseconoom Richard Thaler won zelfs de Nobelprijs voor zijn publicaties over het irrationeel aan- en verkoopgedrag van burgers – die de beurzen beter denken te begrijpen dan macro-economen.
Intussen is de internationale geldhandel losgezongen van de economische realiteit. Het probeert overheden en centrale banken zijn agenda op te leggen en te bepalen wanneer rentes moeten worden verhoogd en valuta’s zouden moeten worden gedevalueerd. Maar misschien zouden die overheden juist de financiële sector hun wil moeten opleggen met meer regulering.
Warren Buffett wordt eind deze maand 94 jaar. Hij zal de financiële sector niet meer kunnen veranderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant