Home

Waarom radicalisering lastig te herkennen is: 'Bestaat geen profiel voor'

Radicalisering was afgelopen week veelvuldig in het nieuws. Veel lezers stelden de NU.nl-redactie daarom vragen over hoe radicalisering werkt en hoe het gesignaleerd kan worden. We beantwoorden de meestgestelde en belangrijkste vragen.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid maakte donderdag bekend dat signalen over mensen die mogelijk radicaliseren niet overal op dezelfde manier worden beoordeeld. Ook zijn woensdag drie concerten van Taylor Swift afgelast, omdat enkele geradicaliseerde jongvolwassenen een aanslag wilden plegen.

Hoe ziet radicalisering eruit?

In grote lijnen begint een radicaliseringsproces wanneer iemand zich identificeert met een bepaald gedachtegoed, legt Jelle Postma uit aan NU.nl. Daarna zet iemand zich af tegen andere ideeën. "Dan komt het wij-zij-denken om de hoek kijken."

Vanaf dat punt wordt het volgens Postma zorgelijk. Dan gaan mensen zich identificeren met het onrecht dat groepsgenoten wordt aangedaan. "Het onrecht van anderen is dan ook hun onrecht."

Vervolgens bewegen mensen zich richting het geweldsspectrum. Eerst steunt en begrijpt iemand geweldsuitingen van mensen uit de eigen groep. Daarna gaat iemand ook nadenken over zelf geweld gebruiken. Dat leidt tot mentale bereidheid, wat de deur opent voor de laatste stap: daadwerkelijk een aanslag plegen.

Hoe kun je zien dat iemand radicaliseert?

Herkennen dat iemand radicaliseert is niet makkelijk, zegt Postma. "Radicaliseren is een proces en daarbij treden gedragsveranderingen op. Maar die kunnen alleen opvallen als je iemand daarvoor al kent. Een korte momentopname, zoals een verkeerscontrole, is niet genoeg."

Vooral op sociaal gebied laten mensen die radicaliseren veranderingen zien. Zo komen ze bijvoorbeeld minder vaak buiten, stoppen ze plotseling met werken of naar school gaan, kijken ze naar beneden wanneer ze over straat lopen en begroeten ze hun buren niet meer. In andere woorden: ze isoleren zichzelf van de buitenwereld.

"Tegelijkertijd zoeken ze juist het contact op met gelijkgestemden", zegt Postma. "Dat kan online zijn, maar bijvoorbeeld ook in radicale moskeeën. Of ze wonen bijeenkomsten bij in iemands woonkamer."

Verder zijn vooral islamitische radicalen beter te herkennen aan uiterlijke veranderingen dan bijvoorbeeld links of rechts radicalen. Zo kan baardgroei bij moslims belangrijker worden en dragen ze meer traditionele kleding.

"Maar daar moeten we voorzichtig mee zijn. Want dat betekent niet dat alle moslims met een baard of traditionele kleding mogelijk een gevaar vormen. Een vast profiel voor radicalisering bestaat niet."

Hoe komen mensen die radicaliseren dan toch in beeld bij de instanties?

Volgens Postma blijft de "eenling die zich radicaliseert op zijn zolderkamer" moeilijk te detecteren door grotere instanties als de AIVD en NCTV.

Om radicalisering van mensen op tijd te signaleren en aan te pakken, wordt daarom een groot beroep gedaan op wijkagenten. Zij staan dicht bij wijkbewoners en zouden signalen van radicalisering kunnen opvangen.

Maar Postma benadrukt ook het belang van anderen uit de sociale omgeving, zoals collega's en leraren. "Radicaliseren is een optelsom van verschillende signalen over een verloop van tijd. Vaak is net dat ene aanknopingspunt nodig om zorgen op te wekken, zoals iemand die niet meer in de klas komt opdagen."

Een leraar neemt dan bijvoorbeeld contact op met de wijkagent, die op zijn beurt een melding kan maken bij de politie of gemeente. Van daaruit worden vervolgstappen bepaald. Als iemand al ver in het radicaliseringsproces is, wordt een melding gemaakt bij de AIVD. Anders gaat vaak eerst de wijkagent bij iemand op bezoek.

Hoe kun je ervoor zorgen dat iemand niet verder radicaliseert?

Als er een melding is gemaakt bij de AIVD, kan worden ingezet op onderzoek, monitoren en het voorkomen van een aanslag als daar sprake van zou zijn. "Je bent er dus het liefst al in een zo vroeg mogelijk stadium bij", zegt Postma.

Dan gaat de wijkagent poolshoogte nemen. En dat kan volgens Postma een groot verschil maken. Mensen die radicaliseren zijn vaak getraumatiseerd, zegt hij. Bijvoorbeeld omdat ze een dierbare zijn verloren, worden gepest in de klas of online schokkende content hebben gezien.

Het is dan vooral belangrijk dat iemand niet verder afglijdt in eenzaamheid. "In het beginstadium is een luisterend oor bieden daarom heel belangrijk. En daar zijn wijkagenten goed in. Ook kunnen zij iemand doorverwijzen naar andere hulpinstanties. Dat kan het tij keren."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next