Home

Hoe een schoonheidsrace de ongelijkheid vergroot: ‘De rijke mensen worden steeds mooier, de mooie steeds rijker’

Schoonheid mag van alle tijden zijn, ‘werken’ aan je uiterlijk is een relatief nieuw fenomeen. Door een ‘uitdijend schoonheidsregime’ veranderde er mooi uitzien van iets dat mag in iets dat moet. Over de schoonheidsrace als ongelijkmaker.

Een stagiair op de Volkskrant-redactie vertelde dat zij (26) al botox gebruikt. Dit hakte er wel een beetje in bij oudere collega’s (m/v). Zelf kopen ze crèmes, ze werken aan spieren, nemen manicures, gellak, kleurspoelingen, iemand draagt dure Londense overhemden, je hoort weleens wat over ooglidcorrectie of fillers voor een jeugdig uiterlijk en ja over botox, maar nauwelijks zo hardop. De ouderen noemen het liever ‘noodzakelijk onderhoud’.

De ‘babybotox’ van de stagiair en het ‘noodzakelijk onderhoud’ van collega’s laten het groeiende belang van schoonheid zien. Wetenschappers doen daar onderzoek naar en kijken ook naar de gevolgen. Daarbij hebben ze ook aandacht voor de groeiende kloof in wat verschillende klassen onder schoonheid verstaan.

Wij/zij-maatschappij
Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij

Kijk bijvoorbeeld nog eens naar de bordesfoto van de nieuwe ministersploeg van het kabinet-Schoof. We zien de vicepremiers Mona Keijzer met blonder haar dan vroeger en Fleur Agema in een opvallend uitbundig zalmroze ensemble. Dat is waarschijnlijk niet per ongeluk, zal blijken.

Het aantal cosmetische klinieken in Nederland verdubbelde alleen al tussen 2019 en 2022 ruim, van 93 naar 193. In 2020 besteden Nederlanders volgens het CBS 3,7 miljard euro aan cosmetica en parfum, bijna 9 procent meer dan in 2017. Een gemiddeld Belgisch gezin besteedde in 2018 al 15 procent van het inkomen aan het uiterlijk: meer dan wat er naar voedsel en niet-alcoholische dranken ging (14 procent).

Dit soort feiten somt de Nederlandse socioloog Giselinde Kuipers zo op. Kuipers is hoogleraar aan de KU Leuven en werkt aan twee wetenschappelijke boeken over schoonheid als ongelijkmaker, die komend jaar verschijnen. Werktitels: The Handbook of Beauty and Inequality en Beauty as Taste and Duty: schoonheid als smaak en plicht.

Kuipers onderzocht de sociale verschillen rond schoonheidsidealen in vijf landen en maakte zichtbaar hoe die variëren afhankelijk van etniciteit en klasse. Het leverde haar een grote Europese onderzoekssubsidie op, waarmee ze nu vijf jaar lang schoonheidsopvattingen en kansengelijkheid onderzoekt in vijf wereldsteden: Accra, Buenos Aires, Brussel, Hongkong en Teheran, ‘omdat vooral in steden schoonheid steeds belangrijker wordt’.

Teheran overigens, omdat de cosmetische chirurgie daar zo omvangrijk is, ook voor mannen, ‘die veel neusoperaties laten doen’.

Hoe kon het belang van schoonheid zo toenemen? Waarom komt de lat steeds hoger te liggen? Welke invloed heeft schoonheid op je kansen in de maatschappij en welke gevolgen kan dat hebben? Vijf inzichten.

Over de auteur
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen en maatschappij. Eerder trok zij tien jaar als columnist door Nederland.

1. Schoonheid is een inkomensfactor

Toen de destijds net gekozen Amerikaanse president Barack Obama in 2009 de gezondheidszorg begon te hervormen, zocht hij naar manieren om dit te bekostigen. Een daarvan was een ‘bo-tax’: een belastingverhoging van 5 procent op botox en cosmetische chirurgie.

Maar uit de hoek waar je dit het minst zou verwachten kwam een harde lobby tegen: de National Organization for Women, nota bene opgericht om feministische idealen te promoten. De voorzitter noemde bo-tax ‘een belasting op de middelbare leeftijd’. De feministen kregen hun zin en de belasting is uit het zorgplan geschrapt.

Zonder mooi uiterlijk, wisten Amerikaanse feministen toen al, nemen de economische kansen van oudere vrouwen flink af. Wie nog met de mannen mee wil doen, werkt daar dus aan. De toenmalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, is het levende bewijs van deze stelling.

Vijf jaar later besteedde ook het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voor het eerst ruimschoots aandacht aan de factor uiterlijk in Verschil in Nederland, de doorlopende rapportage over ongelijkheid.

Grootschalig Amerikaans onderzoek had al aangetoond dat vrouwen inkomen verliezen als ze dik zijn. Dat verschil loopt op naar de top: dikke leidinggevende vrouwen verdienden gemiddeld 16 procent minder dan leidinggevende vrouwen met een medisch ‘normaal’ gewicht. Tussen dikke en niet-dikke mannen is dit verschil veel kleiner.

De Amerikaanse econoom Jason Fletcher berekende in 2009 dat schoonheid meer invloed heeft op het salaris dan intellectuele vermogens. En in 2014 promoveerde de Amerikaanse econoom David Lempert op een spraakmakend onderzoek waaruit bleek dat het inkomen van een Amerikaanse vrouw 6 procent afnam bij iedere 10 procent dat haar lichaamsgewicht toenam. Wie veel afviel, zou evenveel in inkomen kunnen compenseren als de waarde van een masterdiploma.

De ‘boete’ op dik zijn werd hoger naarmate meer mensen overgewicht kregen en een dun uiterlijk dus schaarser werd. Internationale onderzoeken tonen aan dat dikke vrouwen ook elders aanzienlijk minder verdienen dan vrouwen met een ‘normaal’ gewicht.

2. Schoonheid is belangrijker dan vroeger

Schoonheid was natuurlijk altijd al een factor van betekenis, sla er het Hooglied in het Oude Testament maar eens op na (‘U bent mooi, uw ogen zijn als duiven’). Wetenschappers zijn het erover eens dat schoonheid niettemin nog belangrijker werd. Het is pas relatief kort vanzelfsprekend om aan je schoonheid te ‘werken’.

Toch geven vooral oudere mensen moeilijk toe dat ze hun uiterlijk een handje helpen: ‘Opeenvolgende golven van feminisme hebben slimme vrouwen verteld dat ze zich hadden moeten emanciperen van ijdelheid – net zoals ze dat hebben gedaan van huishoudelijke dienstbaarheid en een bestaan ​​dat wordt bepaald door voortplanting’, was de verklaring van het Britse tijdschrift The Economist twee jaar geleden.

Giselinde Kuipers beschreef datzelfde jaar in een artikel hoe het ‘uitdijende schoonheidsregime’ van vrouwen én mannen in pakweg tweehonderd jaar kon ontstaan. Neem de spiegel, zegt ze. De oude Egyptenaren maakten al handspiegels en in Versailles hingen ze ook, maar die waren voor de elite. Voor gewone mensen waren spiegels totdat ze rond 1800 grootschaliger werden geproduceerd onbetaalbaar. De meeste mensen hadden er dus geen in huis. ‘Die wisten tot die tijd helemaal niet hoe ze eruitzagen.’

Je zag ook maar zelden afbeeldingen van anderen, dat begon pas met de opkomst van de visuele beeldcultuur rond 1920: eerst hooguit een paar stijve geposeerde portretten van familie, daarna de opkomst van film en het geïllustreerde tijdschrift.

Nu staan de huizen vol spiegels, hangen overal billboards en reclames, plus een telefoon vol beelden van jezelf en anderen. Dit dankzij maatschappelijke factoren die in de tussentijd belangrijk werden.

Om te beginnen de diensteneconomie: vanaf de Tweede Wereldoorlog gingen in Europa minder mensen op het land of in fabrieken werken en meer in winkels, achter een bureau of in de bediening. ‘Een representatief uiterlijk werd belangrijker’, zegt Kuipers.

De opkomende consumptiecultuur in de jaren zestig leidde tot een explosie van schoonheidsproducten: tientallen soorten tandpasta, shampoo en crèmes, plus bijbehorende reclames met mooie mensen om die aan de man te brengen.

Zo werd een mooier uiterlijk gedemocratiseerd: een spiegel aan de muur, betaalbare producten. Kuipers: ‘De verkoop van lippenstift ging in de jaren zestig fors omhoog.’

Wat het belang van schoonheid de laatste decennia nog eens versnelde, stelt Kuipers, was de factor zelfoptimalisatie in het neoliberale tijdperk, plus de opkomst van een nieuwe mediacultuur.

Een voorbeeld van zelfoptimalisatie: werkgevers mogen niet discrimineren op uiterlijk (‘lookism’), dus noemen we het er ‘verzorgd’ uitzien. Nederlandse sociologen beschreven in 2019 verplichte adviezen voor werklozen: wie zijn uiterlijk niet op orde had, kon zijn uitkering verliezen. Kuipers vat deze ontwikkeling als volgt samen: ‘Eerst mocht het en toen moest het.’

Bovendien werd iedere voormalige toeschouwer met een account op sociale media opeens zelf maker en een bekeken persoon tegelijk. Kuipers: ‘Gewone mensen gingen zo ook meer naar zichzelf kijken met een objectiverende blik. Want op sociale media kun je een betere versie van jezelf maken: net iets mooier en zorgvuldig gecureerd.’

De jonge Duitse feministische schrijfster Sophie Passman (26) schreef vorig jaar in Die Zeit over alle plastische chirurgie die ze had ondergaan: ‘Vrouwen hebben geen keus.’

3. Mooie mannen hebben het meeste voordeel van hun uiterlijk

Economen spreken van de ‘schoonheidspremie’ en sociologen noemen het voldoen aan een breed geldend schoonheidsideaal al ‘esthetisch kapitaal’ sinds schoonheid in de jaren zeventig onderwerp van onderzoek werd. Die wijzen keer op keer uit dat mensen die aantrekkelijk worden gevonden een voorsprong hebben, van partnerkeuze tot uiteindelijk een langer leven.

Waarom? Volgens evolutiebiologen en -psychologen verbinden mensen schoonheid met ‘goede genen’ en vruchtbaarheid, terwijl nog lang niet vaststaat dat een mooi uiterlijk daar werkelijk op wijst, schrijft Kuipers in haar komende overzichtsbundel.

Sociologen en economen zijn het erover eens dat schoonheid in alle culturen vooral een denkfout triggert, die in de psychologie bekend is als het halo-effect, genoemd naar de halo rond het hoofd waarmee heiligen vroeger werden afgebeeld: de meeste mensen zijn geneigd om anderen bij een eerste positieve indruk meer positieve eigenschappen toe te dichten. Omdat schoonheid bij uitstek zo’n eerste positieve indruk kan veroorzaken, krijgen knappe mensen vaker het voordeel van de twijfel.

Britse en Amerikaanse wetenschappers lieten dit twee jaar geleden nog zien in een onderzoek waarvoor proefpersonen in 45 landen werd gevraagd om kaartjes met 120 gezichten te beoordelen. Als ze het gezicht aantrekkelijk vonden, noemden de proefpersonen de gefotografeerden meestal ook zelfverzekerder, emotioneel stabiel, intelligent, verantwoordelijk, sociaal en betrouwbaar.

‘Waarmee dus niet gezegd is dat dit ook klopt’, zegt Giselinde Kuipers. ‘Er bestaan daarom al trainingen voor HR-functionarissen om niet in het halo-effect te tuinen.’

Ook op plaatsen waar je zou verwachten dat ‘brains’ boven ‘beauty’ gaan, bijvoorbeeld aan universiteiten, werkt het halo-effect. Meerdere onderzoeken toonden al aan dat studenten hun docenten een betere beoordeling geven wanneer ze hen aantrekkelijk vinden.

Anders dan meestal wordt aangenomen, doet het halo-effect op de werkvloer overigens meer voor mooie mannen dan voor mooie vrouwen, zegt Kuipers, want mooie vrouwen ontlokken ook het ‘bimbo-effect’. In Kuipers woorden: ‘Als mensen een mooie vrouw zien, komt het vrouw-zijn van die persoon al snel in hun denken voorop te staan. Dat kan stereotiepe denkwijzen over vrouwen veroorzaken. Dat ze dommer zouden zijn bijvoorbeeld.’ In twee recente Finse onderzoeken hadden mooie mannen op de werkvloer daarom het meeste voordeel van hun uiterlijk.

Een bijzonder mooie vrouw is kortom niet per definitie beter af, zoals wel wordt gedacht, zegt Kuipers: ‘Een beetje mooier dan anderen werkt beter. Geen tien, maar een acht.’

Sociologen noemen schoonheid daarom een ‘positioneel goed’, net als diploma’s. Kuipers: ‘Je hebt er iets aan vanaf het moment dat je er net wat beter in bent dan anderen.’

Het heeft kortom zeker zin om iets aan uiterlijk te doen. Zo kon ook rond schoonheid een onuitgesproken ratrace ontstaan. In de sociologie heet dit een collectieve-actieprobleem. Kuipers: ‘Je kunt het individuele mensen eigenlijk niet kwalijk nemen dat ze zich voegen naar een systeem. Maar dat meegaan in het systeem is wel wat de boel in stand houdt.’

4. Schoonheid werd een vorm van cultureel kapitaal

In de gunstigste uitleg zou je het ‘werken’ aan wat extra schoonheid om het hoofd professioneel boven het maaiveld uit te laten steken dus een verstandige beslissing kunnen noemen: goed voor het inkomen, net als een extra masterdiploma.

Alleen houden de effecten van het uitdijende schoonheidsregime daar niet op, zegt Kuipers: ‘Net als rond diploma’s ontstaat er een tweedeling in de samenleving tussen mensen die zich het werken aan hun uiterlijk in meer of mindere mate kunnen veroorloven.’

Niet iedereen heeft tijd en geld om naar de sportschool te gaan, laat staan fillers te nemen. En mensen met een sociaal-economische achterstand hadden altijd al meer kans ‘lelijke’ trekken te ontwikkelen, zoals slechte tanden of een ouder uiterlijk.

Bovendien zijn mensen het onderling vaak niet eens over wat mooi is. De schoonheidsstandaarden van groepen met meer macht voeren net als hun smaakstandaard of cultureel kapitaal (kennis van de juiste schrijvers, muziek, kunst) al snel de boventoon.

Neem, in het geval van welvarende hoogopgeleide carrièrevrouwen, hun voorkeur voor slankheid, subtiele fillers en ‘natuurlijk’ gemengde kleurspoelingen van een dure kapper.

Voor de meeste mensen is dat onhaalbaar en dat zie je, bijvoorbeeld, aan goedkope cosmetische chirurgie waar nog maar weinig subtiel aan is. Dit, schrijft Kuipers in haar inleiding, is in zekere zin ook waar de beter gesitueerden naar streven: ‘In mijn eigen onderzoek vond ik bijvoorbeeld dat hogeropgeleide stedelingen foto’s van mensen die door lageropgeleiden aantrekkelijk werden gevonden, snel weglegden.’

Hogeropgeleiden noemden die foto’s vaak ‘saai’ en leken de smaak van lageropgeleiden vaak doelbewust af te wijzen, bijvoorbeeld door over iets ongrijpbaars als ‘authentieke schoonheid’ te beginnen. ‘Zij bleken vooral op zoek naar gezichten waarmee ze hun eigen ontwikkelde smaak over het voetlicht kunnen brengen.’

Mensen kiezen ook als partner liefst iemand die op hen lijkt: soort zoekt soort, weet de socioloog. Kuipers vertelt over de Amerikaanse onderzoeker Elisabeth McClintock, die aantoont dat het fenomeen ‘trophy wife’ (oude rijke man trouwt jonge, beeldschone vrouw) dan ook maar weinig voorkomt: ‘Elisabeth krijgt daar woedende reacties op omdat het tegen de aannamen van mensen ingaat, maar het is echt zo.’

Naarmate schoonheid belangrijker wordt, zullen mensen hun uiterlijk dan ook niet alleen vaker inzetten om boven het maaiveld uit te steken, maar ook om zich als lid van een groep of klasse van andere groepen te onderscheiden, betoogt Kuipers. ‘Het uitdijend schoonheidsregime verdiept de kloof tussen die groepen. Niet alleen worden de rijke mensen steeds mooier; de mooie worden ook steeds rijker.’ Belgisch onderzoek liet zien dat kinderen van 7 jaar op basis van uiterlijk al kunnen thuisbrengen bij welke klasse iemand hoort.

Maar wat daaraan te doen? Je kunt mensen moeilijk verbieden er mooi uit te zien. ‘Uitleggen hoe het werkt’, zegt Kuipers. ‘En tegengas geven als je kunt.’ Talkshowhost Sophie Hilbrand, die weigert rimpels weg te botoxen, is een mooi voorbeeld.

5. Een bordesfoto is een boodschap

Terug naar de bordesfoto van het nieuwe kabinet-Schoof. Of nee, zegt Kuipers, ‘haal je eerst nog even die van het vorige kabinet voor de geest.’ Wopke Hoekstra, Rob Jetten, Mark Rutte, Kajsa Ollongren, Micky Adriaansen – Sigrid Kaag ontbrak door corona maar hoort ook in het rijtje thuis. Kuipers: ‘De meeste politici vanaf pakweg 2010 zijn slank, gezond en lang. Ze hebben hun uiterlijk keurig onder controle. Rutte IV was ook een soort overwinning van het juiste kapsel.’

Kiezers die praktisch geschoold zijn (60 procent van de Nederlanders) ervaren een grote culturele afstand tot zulke hoogopgeleide politici (tijdens het vorige kabinet 90 procent van de Tweede Kamerleden). Toen socioloog Kjell Noordzij in zijn onderzoek video’s van een politicus met een hoogopgeleid uiterlijk liet zien (gespeeld door een acteur) spraken ze iets meer steun uit voor gewelddadige en agressieve acties tegen de overheid.

Voor het kabinet-Schoof tellen de meer praktisch geschoolde kiezers extra. Daarom bleekt een vicepremier haar haren nu net wat witter (drogisterij-blond) of draagt ze voor de bordesfoto een roze ensemble dat het goed zou doen in het André Rieu-orkest: ‘Dat is geen vergissing. Dat is doelbewust laten zien dat de rollen nu zijn omgedraaid.’

Mensen die daar grappen over maakten, die getuigen in een gepolariseerd land van veel dedain en weinig inzicht, zegt Kuipers: ‘Want van beneden kijken de mensen naar boven. En zij zien heel goed hoe de wereld werkt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next