Sinds de in Nederland geboren Mikael (11) te horen heeft gekregen dat hij en zijn moeder terug moeten naar Armenië, is het kinderpardon opnieuw onderwerp van gesprek. Maar wat was dat kinderpardon ook alweer? En hoe is de situatie nu?
Waarschijnlijk zo'n tweehonderd asielzoekers gaan zaterdagmiddag naar de Koekamp in Den Haag om aandacht te vragen voor het kinderpardon. Die stap valt samen met het einde van de hongerstaking van de 79-jarige Eduard Disch. Hij zat dertig dagen voor het kantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Den Haag. Hij zou pas vertrekken als er een kinderpardon is.
Ze doelen op de speciale regeling waardoor kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland verbleven, toch nog kans maakten op een verblijfsvergunning. Die kinderen waren al zo lang in Nederland, dat ze 'geworteld' raakten: ze spraken Nederlands, gingen naar school en hadden vriendjes. Hun ouders, of de kinderen zelf, hadden al asiel aangevraagd, maar dit was de eerste keer afgewezen. Dat ze nog altijd in Nederland waren, kwam doordat er (meermaals) in beroep is gegaan tegen dat besluit. En dat proces kon zo maar jaren duren.
Dat was ook het geval bij Mauro, wiens zaak in 2011 massale aandacht kreeg. De destijds achttienjarige Mauro moest terug naar zijn geboorteland Angola, terwijl hij al acht jaar bij zijn pleegouders Hans en Anita in het Limburgse Oostrum woonde. Uiteindelijk werd in 2013 het kinderpardon ingevoerd en kon ook Mauro blijven.
Maar kinderen kregen niet zomaar zo'n pardon. Zo moest het gezin al vijf jaar of langer onafgebroken in Nederland zijn, al die tijd contact hebben gehouden met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en terugkeerinstantie DT&V. Met die laatste instantie moesten ze ook actief hebben meegewerkt aan hun eigen vertrek.
Waren die regels niet te streng? Vele berichten in de media van kinderen die net buiten de boot vielen, riepen onder meer de discussie op wanneer er precies goed werd meegewerkt aan je eigen terugkeer. Kon het aanvragen van het kinderpardon bijvoorbeeld al worden gezien als tegenwerken?
In 2018 bereikte de discussie opnieuw een hoogtepunt in de zaak rond Lili en Howick. Zij waren in 2018 samen met hun moeder vanuit Armenië naar Nederland gekomen. Hun asielaanvraag werd steeds afgewezen, waarna een nieuwe aanvraag volgde. En tijdens dat proces groeiden Lili en Howick op. Ze wilden daarom ook niet weg toen het definitieve besluit werd genomen, en liepen vlak voor vertrek weg bij hun grootouders. En dus werkten ze niet mee aan hun vertrek, waarmee ze niet voldeden aan de voorwaarden van een kinderpardon.
Uiteindelijk besloot toenmalig staatssecretaris Mark Harbers (VVD) zijn zogenoemde discretionaire bevoegdheid in te zetten. De staatssecretaris mocht dat doen in zaken die "onevenredig hard uitpakten voor een individuele asielzoeker". Hierdoor mochten Lili en Howick blijven.
De situatie veroorzaakte veel discussie in Den Haag. Met veel moeite kwamen coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie begin 2019 met een compromis: de regels werden iets soepeler. Zo hoefde er niet meer actief meegewerkt te worden aan de terugkeer. Beschikbaar zijn voor de asielinstanties was voldoende. Daar stond tegenover dat het kinderpardon en de discretionaire bevoegdheid van de minister zouden worden geschrapt.
De soepelere regeling, de zogenoemde Afsluitingsregeling Langdurig Verblijvende Kinderen, kwam later dat jaar. Ook Mikael vroeg die aan, maar werd afgewezen omdat hij en zijn moeder niet de hele tijd beschikbaar waren voor de asielinstanties.
Kort gezegd: voor de kinderen die langer dan vijf jaar wachten op hun asielbesluit is nu geen speciale regeling. Ook de minister van Migratie, Marjolein Faber, zei meermaals niks te kunnen betekenen voor Mikael.
Er wordt wel gewezen naar de directeur van de IND, die in schrijnende gevallen alsnog een verblijfsvergunning kan geven. Maar dat kan alleen bij een eerste asielaanvraag.
Mikael is zeker niet het enige kind dat langer dan vijf jaar heeft gewacht op de definitieve uitspraak rondom een asielverzoek. De IND is nog aan het inventariseren om hoeveel kinderen het gaat.
Source: Nu.nl algemeen