Home

Babyboomers laten honderden miljarden aan erfenissen na – en de ongelijkheid is al zo groot

De rijkste generatie ooit laat de komende jaren een fortuin na. Hebben de kinderen van babyboomers gewoon recht op die honderden miljarden, of moet de ‘sterftaks’ misschien omhoog?

Er zijn twee zekerheden in het leven: de dood en de belastingen. Dat oude gezegde van de Amerikaanse staatsman Benjamin Franklin kan de komende tijd worden afgestoft, want de grootste vermogensoverdracht in de historie is aanstaande. De babyboomers (geboren tussen 1946 en 1960), de ruim drie miljoen Nederlanders die nu 63 tot 78 jaar zijn, vormen de meest welvarende generatie ooit, door het succes van de naoorlogse wederopbouw. Zij zullen de komende decennia hun vermogen overdragen aan hun kinderen.

Om hoeveel geld het daarbij precies gaat, hoe daarover belasting gaat worden betaald en wat dat zal betekenen voor de ongelijkheid in Nederland: naar die vragen is nog relatief weinig onderzoek gedaan. Maar Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen (Universiteit van Amsterdam) en medeauteur van het boek Voor wie is de erfenis? (2018), wil op verzoek van de Volkskrant wel wat cijfers op een rij zetten over het aanstaande intergenerationele miljardenbal.

De Beer (67) wijst erop dat we nog maar aan het begin staan van de enorme vermogensoverdracht. De oudste babyboomers (geboren in 1946) zijn immers nog maar 78 jaar; van hen zijn nog velen in leven. Op dit moment hebben we vooral nog te maken met de vermogensoverdracht van de vooroorlogse generatie (1925-1945, de 80-plussers) aan hun kinderen, de huidige 55- tot 75-jarigen. Voor een deel dus aan die toch al vermogende babyboomgeneratie.

Zowel de vooroorlogse generatie als de babyboomers bezitten per huishouden een gemiddeld vermogen van rond de 4 ton, zegt De Beer op basis van de vermogensstatistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vermogensongelijkheid is al groot

Hoeveel miljarden de komende jaren van eigenaar gaan wisselen, is het resultaat van een complexe rekensom, zegt de hoogleraar. Omdat het om een grote groep (toekomstige) bejaarden gaat, is een enorme toevloed aan vermogen naar hun kinderen te verwachten, maar uiteraard valt niet exact te voorspellen wanneer de dood zich bij de schenkers aandient. Rekening houdend met de statistische levensverwachting van babyboomers, becijfert De Beer dat het om een damdoorbraak zal gaan: de komende tien jaar zal het deel van hen dat komt te overlijden ongeveer 230- tot 240 miljard euro nalaten. Van 2010 tot 2020 was dat volgens het CBS ‘slechts’ 178 miljard euro.

Dat bedrag loopt de decennia erna nog verder op, omdat dan steeds meer babyboomers komen te overlijden. In totaal hebben de huidige 55- tot 75-jarigen nu 1.160 miljard euro aan vermogen in de vorm van onroerend goed en bank- en spaartegoeden.

Het uitdelen van zo’n bedrag is leuk voor de individuele ontvangers, maar een overdracht van deze omvang heeft ook vergaande economische en maatschappelijke gevolgen. Met name vanwege de vermogensongelijkheid, die in Nederland toch al groot is. Nederland mag een egalitair land lijken – de inkomensverschillen zijn internationaal gezien niet groot, en redelijk stabiel – maar bij de vermogens ligt dat anders. De rijkste 1 procent van de huishoudens bezit 26 procent van het totale vermogen, bleek twee jaar geleden uit onderzoek van een ambtelijke werkgroep in opdracht van het kabinet. De rijkste 10 procent heeft 60 procent. Aan de onderkant heeft een kwart van de huishoudens juist schulden.

Die vermogensverschillen hebben consequenties. Zo leven Nederlanders uit de hoogste welvaartsgroep acht tot negen jaar langer dan Nederlanders uit de laagste, berekende het CBS al eens. Vermogenden wonen in grotere huizen, in betere buurten, hebben goede banen en een gezondere levensstijl en kunnen hun kinderen naar betere scholen sturen.

40 procent komt van erfenissen

Ongeveer 40 procent van de particuliere vermogens komt van erfenissen, bleek zes jaar geleden uit Van wie is de erfenis? – er is geen reden om aan te nemen dat dit sindsdien erg is veranderd. Door de aanstaande stroom nalatenschappen zal, als er geen maatregelen worden genomen, de vermogensongelijkheid nog verder toenemen, verwacht hoogleraar De Beer. Hij wijst erop dat het aannemelijk is dat het vermogen van kinderen en ouders positief samenhangt: rijke ouders krijgen vaak rijke kinderen.

Een flink deel van de nalatenschappen zal gaan naar personen die zelf ook veel vermogen hebben opgebouwd, (mede) dankzij de voorsprong en grote kansen die lid zijn van een bemiddeld gezin met zich meebrengt. Deze nabestaanden ontvangen hun erfenis bovendien vaak als ze tussen de 50 en 60 jaar zijn en veelal een gesetteld bestaan leiden, met een goed salaris, een mooi huis en kinderen die de deur uit zijn, of gaan.

De huidige erfbelasting belast zulke erfgenamen niet zwaar en is ook maar beperkt progressief (hoe hoger het ontvangen bedrag, hoe hoger het belastingpercentage). Nu betalen ontvangers, met een vrijstelling van 25 duizend euro, 10 procent erfbelasting over de eerste anderhalve ton. Daarboven wordt het 20 procent, ook als het een miljoen euro of nog meer is. Een derde, vierde of vijfde belastingschijf bestaat hier niet.

Kinderen niet zwaar belast

Ooit nam de fiscus een grote hap uit de erfenissen om publieke uitgaven te financieren, maar sinds de neoliberale opmars in de jaren tachtig zijn de tarieven steeds lager geworden. Sinds 2010, de laatste wijziging onder het kabinet-Rutte 1, betalen kinderen over de eerste anderhalve ton 10 procent erfbelasting, met een belastingvrije voet van 25.187 euro. Boven de anderhalve ton is het 20 procent. Dat is minder dan de 37 of 49,5 procent inkomstenbelasting die over het salaris moet worden betaald.

Erfbelasting levert een schijntje op

In 2021 (het meest recente jaar waarover cijfers beschikbaar zijn) werd er volgens De Beer voor 1,6 miljard euro erfbelasting geïnd, op bijna 25 miljard euro aan nalatenschappen. Dat komt neer op een gemiddeld belastingtarief van 6,4 procent. Als dat percentage de komende tien jaar gelijk blijft, zal de 230- tot 240 miljard euro circa 15 miljard euro aan erfbelasting opleveren. Dat is 1,5 miljard per jaar, een schijntje op een totaal aan jaarlijkse overheidsinkomsten van ruim 400 miljard.

Volgens een Oeso-rapport uit 2021 zit Nederland van de landen die erfbelasting innen eerder aan de lage dan aan de hoge kant, zegt Wouter Leenders. De 29-jarige promovendus aan de Universiteit van Californië, Berkeley doet al geruime tijd onderzoek naar de vermogensoverdracht van babyboomers in Nederland. De vraag of een scheve vermogensverdeling erg is en of die via de erfbelasting verholpen moet worden, vergt volgens de promovendus een politiek oordeel. ‘Maar in algemene zin kan de erfbelasting een rem zijn op dynastievorming van families. Het kan ook helpen voorkomen dat de maatschappelijke positie van iemand vooral wordt bepaald door het vermogen van diens ouders.’ Leenders wijst erop dat de allerrijksten de middelen hebben om (erf)belasting te ontwijken. Een groeiend leger ‘estate planners’ adviseert hen hierover.

De berekening van Paul de Beer komt plausibel over op Leenders. ‘Aangezien de berekening geen verdere vermogensgroei veronderstelt, verwacht ik zelfs dat de schatting aan de conservatieve kant zit.’

Woningmarkt

De vermogensverschillen in Nederland worden voor een belangrijk deel bepaald door de woningmarkt. Het gat tussen mensen met een eigen woning – zes op de tien huishoudens – en huurders wordt door de stijgende huizenprijzen steeds groter. De komende golf aan erfenissen krijgt ook gevolgen voor die financiële kloof tussen kopers en huurders. Maar niet een-op-een, zegt de Tilburgse hoogleraar vastgoedeconomie Dirk Brounen. ‘Het is niet zo dat mensen met een huis met drie slaapkamers een huis met vier slaapkamers willen als ze een goede erfenis krijgen. Die zetten ze eerder op een spaarrekening voor de oude dag. Of ze kopen een recreatiewoning.’

Brounen verwacht dan ook niet dat de huizenprijzen omhoog zullen schieten door de erfenissen van de babyboomers. ‘Het meeste vermogen zit bij de rijkste 10 procent. Bij hen gaat het soms om miljoenen. Maar bij de andere huizenbezitters gaat het hooguit om tonnen, geld dat eventueel ook met andere kinderen gedeeld moet worden.’

Nabestaanden van huurders zullen dat soort bedragen niet tegemoetzien, bevestigt de hoogleraar. Dit tot grote frustratie van huurders, voor wie het steeds moeilijker wordt om een huis te vinden, laat staan om vermogen op te bouwen.

Stimulerende werking van erfbelasting

Veel economen zijn voorstander van (het verhogen en progressiever maken van) de erfbelasting om publieke voorzieningen als onderwijs en zorg te kunnen blijven betalen. Maar niet alléén omdat er dan meer geld binnenkomt voor de schatkist. De belasting stimuleert ook om de erfenis over meer kinderen en andere partijen te verdelen: hoe lager het bedrag per persoon, hoe lager de belasting. In dat geval zijn er niet enkele individuen die heel veel ontvangen, maar is er een beperkter bedrag voor een groter aantal erfgenamen.

Een hogere erfbelasting stimuleert ook ouderen om hun meestal goed gevulde spaarpotten bij leven al aan te spreken. Hoe meer nu al wordt uit- of weggegeven, hoe minder er straks na het overlijden afgerekend hoeft te worden met de fiscus. Dat leidt tot meer consumptie, wat goed zou zijn voor de economie. Veel ouderen sparen echter stug door. Dat doen ze momenteel vooral omdat ze voldoende geld willen overhouden om op late leeftijd goede zorg te kunnen ontvangen, iets wat door onder meer personeelstekorten steeds minder vanzelfsprekend wordt.

De platina eeuw van de filantropie

Wie zeker reikhalzend uitkijken naar de golf erfenissen, zijn de goede doelen. De giften van Nederlanders zijn op het laagste punt ooit beland, bleek onlangs uit het rapport Geven in Nederland, vooral doordat bedrijven en rijken minder doneerden. Maar door de nalatenschappen gloort er toch een mooie toekomst.

Het percentage mensen dat nalaat aan goede doelen gaat groeien door een toename van het aantal vermogende ouderen zonder kinderen dat komt te overlijden. Nalatenschappen voor goede doelen komen vrijwel uitsluitend van mensen zonder kinderen – in de praktijk vooral van vrouwen, omdat die vaak langer leven.

Tien jaar geleden werd er al gesproken van een ‘gouden eeuw voor de filantropie’, maar met dank aan de babyboomers gaat het nu ook over een ‘platina’ of zelfs ‘diamanten’ eeuw. Geschat wordt dat de inkomsten uit nalatenschappen de komende kwarteeuw oplopen naar 2,1- tot 6,7 miljard euro per jaar, tegen 1 miljard in 2022. Vooral goede doelen op het gebied van gezondheid, internationale hulp en cultuur gaan hiervan profiteren, aldus Geven in Nederland.

Maar pleiten voor een hogere erfbelasting is impopulair: het volk gruwt van de ‘sterftaks’. Het is de met afstand meest gehate belasting, die veel emoties oproept omdat het gezien wordt als ‘burgertje pesten’ of ‘diefstal’ van geld waarover bijvoorbeeld al inkomstenbelasting is betaald.

‘Weerzin tegen de sterftaks is begrijpelijk en redelijk’, verwoordde commentator Gerry van der List dat gevoelen vorig jaar in EW (voorheen Elsevier). ‘Ze tast de intergenerationele solidariteit (tussen ouders en kinderen, red.) en keuzevrijheid (om als ouders te doen met je nalatenschap wat je wilt, red.) fors aan. De fiscale hebzucht gaat hier echt te ver’, aldus het weekblad, dat veel oudere en behoudende lezers heeft.

Emeritus hoogleraar en zelfverklaard erfbelastinghater Jan Latten (72) sloot zich daar recentelijk van harte bij aan. Hij noemde ‘de verticale solidariteit tussen kinderen en ouders’ in Het Financieele Dagblad ‘de basis van alles’. ‘Daar moet je niet aan tornen. Maar als ik kijk naar de huidige samenleving, dan zal die verhoging er wel komen. De jongere generatie ziet babyboomers immers als profiteurs, van wie ze best wat mogen afpakken.’

Tegenstanders van de erfbelasting voeren ook vaak aan dat er al belasting is betaald over de nalatenschap. Dat klopt voor degene die het geld nalaat, via onder meer de inkomstenbelasting. Maar niet voor degene die het ontvangt. Voor hen is het ‘onverdiend vermogen’ – geld dat niet is verdiend met werken, maar door geboren te worden in de juiste familie.

De laatste jaren klinkt steeds luider de roep om (vererfd) vermogen – dat nu relatief licht is belast – zwaarder aan te slaan en arbeid – dat relatief zwaar is belast – minder. ‘Waarom blijft de sterftaks buiten schot?’, vroeg het progressieve weekblad De Groene Amsterdammer zich een paar jaar geleden op de cover af. ‘Waarom zou je een loon zwaar belasten, en een erfenis die je aan komt waaien niet?’

Onwaarschijnlijke hervorming

Om nog meer ongelijkheid door de toekomstige golf nalatenschappen te voorkomen, moet volgens Paul de Beer de erfbelasting worden hervormd. Voor de hoogte van de erfbelasting gaat dan bijvoorbeeld meetellen hoeveel vermogen de ontvanger van de erfenis al heeft, en hoeveel die er nog bijkrijgt uit de nalatenschap. Dat is nu niet of nauwelijks het geval. Ook mogen van de hoogleraar de tarieven wel wat hoger worden dan de huidige 10 en 20 procent. Iets progressiever mag ook: hoe hoger het nagelaten bedrag, hoe hoger het percentage; 30 tot 40 procent boven een miljoen, bijvoorbeeld.

De hoogleraar verwacht echter niet dat het radicaal-rechtse kabinet-Schoof van PVV, VVD, NSC en BBB stappen gaat zetten op dit gebied. ‘Bovendien: juist bij mensen die weinig tot niets zullen erven, is de erfbelasting, en een verhoging ervan, zeer impopulair. Zij hebben vaak met veel moeite zeg eens 50 mille bij elkaar gespaard, en willen dan absoluut niet dat de overheid daarvan na overlijden een deel opeist. Begrijpelijk misschien, maar als je de tarieven progressief maakt, worden juist zulke kleine erfenissen ontzien.’

En zo dreigt de komende explosie aan erfenissen de vermogensverdeling nog schever te maken, met meer spanningen in de samenleving tussen mensen uit welgestelde kringen en mensen die moeten sappelen voor hun bestaan en alleen maar kunnen dromen van een flinke nalatenschap. De Tilburgse hoogleraar Dirk Brounen ziet het met lede ogen aan. Maar de erfbelasting verhogen en progressiever maken lijkt hem geen verstandige route. ‘Dat is te plat. Mensen zullen dat toch als een straf ervaren, dat iets van ze wordt afgepakt waarvoor ze hard gewerkt en gespaard hebben.’

Afzien van AOW

Dat betekent volgens de hoogleraar niet dat er dan maar niets hoeft te gebeuren. ‘Voor meer solidariteit lijkt het me beter om als overheid breder te kijken naar wat je kunt met het vermogende deel van de samenleving voor de komende tien, twintig, dertig jaar’, suggereert Brounen. ‘Bijvoorbeeld dat vermogende mensen afzien van hun AOW, die voor steeds meer ouderen moet worden opgebracht door steeds minder werkenden, als ze die toch niet nodig hebben omdat ze een goed pensioen hebben. En dat ze voor dat afzien van de AOW (waaraan jaarlijks 44 miljard wordt uitgegeven, red.) worden beloond met een wat lagere erfbelasting.’

De bestaanszekerheid die bij de verkiezingen zo’n grote rol speelde, zou op deze manier vormgegeven kunnen worden, zegt de hoogleraar. ‘Je hebt dan een Joop den Uyl-achtig verhaal nodig (verwijzend naar de PvdA-leider die de natie toesprak bij de oliecrisis van 1973, red.). Dat dit nodig is om Nederland de komende decennia sterk te houden, om de kloven en maatschappelijke spanningen niet nog groter te laten worden. Het moet een breed verhaal worden, de partijen overstijgend. Als het op zo’n manier wordt gebracht, denk ik dat vermogende mensen best meer willen gaan bijdragen.’

Pien Wit (82), gepensioneerd psychotherapeut, vrijwilliger in Flora’s Hof, historische tuin in Utrecht

‘Mijn zoon heb ik kunnen helpen met de aanschaf van een huis met tuin. Dat is al een deel van mijn nalatenschap, zou je kunnen zeggen. Niet dat ik een groot vermogen zal nalaten, hoor. Bovendien moet ik oppassen dat ik genoeg overhoud voor de rest van mijn leven. Wellicht moet ik nog betalen voor zorg op mijn oude dag, zoals voor het aanpassen van mijn woning, mocht ik ooit de trap niet meer opkomen. Je weet niet wat je nog te wachten staat.

‘Maatschappelijk gezien zit er wel iets scheefs in al die mogelijke erfenissen, natuurlijk. Niet iedereen heeft een ouder die kan helpen met het kopen van een woning, of bijvoorbeeld een klein of groter bedrag kan nalaten. Maar laat de erfbelasting zoals die is. Of verzwaar die trapsgewijs voor de grotere vermogens. Maar overdrijf het niet. Ik heb mijn hele leven hard gewerkt voor dat geld en heb er ook al inkomstenbelasting over betaald. Bovendien is het heel leuk om je kind zo te kunnen helpen, in plaats van het geld op te maken aan reisjes of andere dingen.’

Wybo Vons (61), tekstschrijver en maker van wandelpodcast Witrood

‘Schenken met de warme hand, bij leven, is altijd beter dan schenken met de koude hand, als erfenis. Dat heb ik wel gemerkt toen we onze twee kinderen konden helpen met de aankoop van een eigen woning. We waren heel blij dat we dat konden doen.

‘Voor allebei was die bijdrage heel welkom, in de jungle van de woningmarkt van vandaag. Ongelooflijk om te bedenken dat wij ons huis in Hilversum ooit kochten voor 152 duizend gulden, zo’n 70 duizend euro. Met angst en beven, hoor. Ik dacht toen: hoe komen we dat bedrag ooit te boven? Nu is het heel normaal geworden om belachelijk zware hypotheeklasten te hebben. Gelukkig vallen die van onze kinderen door onze schenkingen nog mee.

‘Dit soort schenkingen en erfenissen heeft jammer genoeg wel nadelen. Ze drijven de huizenprijzen verder op, bijvoorbeeld. Ook de vermogensongelijkheid in Nederland neemt verder toe. Heb je niet het geluk om te zijn geboren in een welvarend nest, dan ziet je woontoekomst er een stuk minder aantrekkelijk uit. Dat is schrijnend, maar de erfbelasting hoeft van mij niet omhoog. Over dat geld is immers al belasting betaald.’

Digna Schade van Westrum (77), gepensioneerd sales consultant, vrijwilliger bij onder meer het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds

‘Bij testament heb ik al geregeld waar het grootste deel van mijn nalatenschap naartoe gaat. Dat zal een leuk bedrag zijn, onder meer uit de verkoop van mijn huis in het historisch centrum van Amersfoort. Mijn antiek, kunst en het familiearchief gaan naar achterneven. De rest gaat naar drie goede doelen die mij na aan het hart liggen.

‘Ik ben de laatste van de oud-katholieke, Schiedamse tak van de familie Schade van Westrum. Mijn vader was distillateur, maar ook organist. Ik ben opgevoed met concerten, museumbezoek en pianoles. Op latere leeftijd realiseer je je pas wat een rijkdom je dan meekrijgt. Dan wil je graag iets terugdoen.

‘De vereniging Heemschut, die zich met bewonderenswaardig geduld inzet voor het behoud van cultureel erfgoed, kan op mijn steun rekenen. Dat geldt ook voor Het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds, dat kostbare instrumenten als violen ter beschikking stelt aan musici. Ook het Catharijneconvent, het museum voor religieuze kunst, krijgt mijn hulp. Zo blijf ik trouw aan mijn geloofsovertuiging en familiegeschiedenis.

‘En zo kan ik tegenwicht bieden aan de problemen die de overheid vaak zelf veroorzaakt. Nu ook weer met het korten op culturele subsidies. Door mijn nalatenschap weet ik zeker dat deze organisaties krijgen wat ze toekomt.’

Janny de Jong (72), gepensioneerd buschauffeur, medeoprichter Stichting Ondersteuning Sovata voor hulp in achterstandsgebieden in Roemenië

‘Mijn insteek is: geld weggeven doe je bij leven. Ga je geld niet zitten oppotten. Help je medemens nú! Wacht niet tot je er niet meer bent en een ander iets uit je erfenis naar een goed doel moet overmaken. Als je nu geeft, kun je met eigen ogen zien wat er met je geld gebeurt.

‘Met mijn echtgenoot Cees (77) ben ik in rond 2006 in contact gekomen met de armoede in Roemenië. We waren diep onder de indruk. De leefomstandigheden zijn daar werkelijk tenhemelschreiend. We zijn nu betrokken bij de Stichting Ondersteuning Sovata (SOS), vernoemd naar een regio in dat land. We gaan twee tot vier keer per jaar die kant op, in een bus met hulpgoederen. Het is indrukwekkend om te zien wat onze steun daar betekent.

‘Die reis maken we overigens op eigen kosten. We rijden zelf. Cees is ook buschauffeur geweest, zo heb ik hem leren kennen. De rest van onze nalatenschap gaat ook naar de stichting. Daar zijn onze kinderen het overigens van harte mee eens. Zij zijn even enthousiast over dit werk als wij en vinden het even belangrijk.’

Met medewerking van Marc van den Eerenbeemt

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next