"We hebben het aantal fabrieksmotoren uiteindelijk verlaagd omdat we van acht naar zes motorfietsen gaan", verklaart Gigi Dall'Igna de keuze van Ducati om in 2025 drie fabrieksmotoren in te zetten in de MotoGP. De afgelopen jaren waren dat er nog vier, want naast de rijders van het fabrieksteam beschikte ook Pramac over het nieuwste materiaal uit Bologna. De renstal van Paolo Campinoti vertrekt eind 2024 echter naar Yamaha, waardoor het aantal Ducati's op de grid krimpt van acht naar zes stuks. "Het beste compromis voor ons is om drie fabrieksmotoren te hebben en drie motoren van het voorgaande jaar", vervolgt Dall'Igna, die de GP25's in 2025 toevertrouwt aan Francesco Bagnaia, Marc Márquez en Fabio di Giannantonio.
Di Giannantonio krijgt bij VR46 dus een actuele Ducati, maar zijn toekomstige teamgenoot bij het team moet het doen met de GP24. Dat geldt ook voor Álex Márquez bij Gresini Racing en dus ook voor Fermín Aldeguer, die volgend jaar debuteert in de MotoGP. Er was eerst sprake van dat de jonge Spanjaard meteen over het nieuwste materiaal zou beschikken, maar dat vindt Dall'Igna eigenlijk niet nodig. "Dit is ook belangrijk voor ons, want de reden dat we satellietteams hebben is om rijders te laten groeien. Uiteindelijk heeft een nieuwe rijder of een nieuwkomer geen fabrieksmotor nodig, want dat zorgt voor meer druk en meer belasting. Soms is het beter om te beginnen met een motorfiets van vorig jaar."
Op papier loopt Ducati door de nieuwe aanpak tegen een achterstand op de concurrentie aan. Alle andere fabrikanten zetten in 2025 vier fabrieksmotoren in, het merk uit Bologna dus drie. Toch verwacht Dall'Igna niet dat de prestaties van Ducati hieronder gaan lijden. "We willen graag winnen en we moeten ons best doen om de potentie van de motor te behouden. Ik denk echter niet dat het hebben van vier fabrieksmotoren zo belangrijk is voor de prestaties van de fabrieksrijder", legt de Italiaanse manager uit. "Ook met de motorfiets van vorig jaar kunnen we ontwikkelen en achterhalen welk pad je moet volgen om de motor te verbeteren."
Regerend wereldkampioen Bagnaia is het echter niet helemaal eens met de lezing van Dall'Igna. Hij had liever gezien dat Ducati had vastgehouden aan vier fabrieksmotoren. "Het is geen groot verschil en geen groot nadeel, maar vier motoren zijn beter dan drie. Vier motoren geven je meer data, waardoor je meer dingen begrijpt. Ik vind het dus beter, maar ik neem geen besluiten over dergelijke zaken", aldus de Italiaan. "Het was beter met vier motoren, want tijdens de tests kun je alle vier de rijders iets laten doen. Op deze manier moeten we meer dingen doen tijdens een test. Dit jaar kon ik het werk al niet afronden tijdens de test, dus ik denk dat het beter was geweest om vier motoren te hebben en om beide fabrieksteam dezelfde motor te geven."
Source: Motorsport