Bestuurders moeten hun rug recht houden tegen het populisme en niet ‘knutselen’ met de democratie. Na tien jaar als commissaris van de Koning in Zuid-Holland gaat Jaap Smit met pensioen. ‘We moeten ervoor waken dat we dit land vanaf onze hurken besturen.’
Toen Jaap Smit in 2014 commissaris van de Koning werd in de provincie Zuid-Holland, was de dienstauto afgeschaft. Er was publieke onmin ontstaan over het gebruik daarvan voor nevenfuncties door zijn voorganger Jan Franssen. Smit kreeg te horen dat voor hij voor dienstreizen een taxi kon nemen.
Met deze ‘modieuze oplossing’ was Smit snel klaar. ‘Met een verkeerd middel proberen het vertrouwen terug te winnen’, noemt hij dat. Twee dagen nadat hij als commissaris was begonnen, moest hij in een van zijn gemeenten volgens het protocol aanwezig zijn bij een bezoek van koning Willem-Alexander. Hij werd weggestuurd toen de taxi door een afzetting wilde rijden om ter plaatse te komen.
De volgende dag zei Smit tegen de verantwoordelijke gedeputeerde: ‘Ik ben als commissaris van de Koning een beetje als Sinterklaas. Ik zal er niet in gaan geloven, maar Sinterklaas zet je ook niet op een pony. Vanaf morgen ga ik de dienstauto die nog beneden in de garage staat gebruiken, want zo kan ik mijn werk niet doen.’
Het is Jaap Smit ten voeten uit. Hij is de anti-populist in persoon. Een regent, zullen sommigen zeggen. Voor anderen de klassieke bestuurder, die de representatieve democratie te vuur en te zwaard verdedigt en zich verzet tegen ‘krachten die onze samenleving bedreigen en kapot willen maken’. Zeker, wie aan de knoppen zit, moet luisteren naar wat er leeft in de maatschappij. Maar vervolgens zelf beslissingen durven nemen. ‘Grote oren, grote mond’, was al die jaren zijn adagium.
Na tien jaar draagt Smit (67, CDA) zijn functie over aan Wouter Kolff (VVD), op dit moment burgemeester van Dordrecht. De afscheidsreceptie volgt nog, zijn laatste Statenvergadering heeft hij achter de rug. Smit heeft iedereen bedankt, ook de chauffeurs, die sinds die eerste week na zijn aantreden weer ‘in passend provinciekostuum’ de dienstauto besturen.
‘Het is veilig en efficiënt, je kunt bellen en stukken lezen, en op een lange dag kun je tussen twee afspraken door ook nog eens even je ogen sluiten’, zegt hij in een afscheidsgesprek op zijn werkkamer, boven in het provinciehuis, met uitzicht op het Malieveld en de torens van de ministeries daarachter. Ja, hij behoort tot het establishment en nee, het is hem nooit naar het hoofd gestegen. ‘Een gewone jongen in een bijzondere positie’, heeft hij zichzelf steeds voorgehouden.
Smit was achtereenvolgens dominee, consultant, directeur Slachtofferhulp Nederland en voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) voordat hij commissaris werd. Over zijn loopbaan schreef hij het deze maand te verschijnen boek Zonder kompas geen koers (Prometheus), waaruit de anekdote over de dienstauto afkomstig is. In zijn laatste nieuwjaarstoespraak, kort na de verkiezingsuitslag van 22 november, riep hij al op tot waakzaamheid. ‘Als je onkruid geen aandacht schenkt, overwoekert het je hele tuin’, luidde toen zijn metafoor.
Ruim een half jaar verder is hij er nog sterker van overtuigd dat er ‘iets ernstigs’ aan de hand is. ‘Ik zie een zoekende samenleving. Op het oog ziet het land er keurig aangeharkt uit. Maar er is leegte, en tegelijkertijd een kakofonie van geluid, op vooral sociale media. Dat zijn twee zijden van dezelfde munt. Leiders zijn volgers geworden. Ze zijn bezorgd of mensen nog wel tevreden zijn over wat ze zeggen, of ze genoeg likes krijgen. Dat laat ruimte om de leegte te vullen met het verkeerde soort verhalen en het verkeerde soort leiderschap.’
Wat is het goede verhaal?
‘Vroeger was men bang voor de strenge, bestraffende God. Nu is men bang voor de strenge, bestraffende publieke opinie. Ten onrechte. We moeten ervoor waken dat we dit land vanaf onze hurken besturen. Geen misverstand: natuurlijk moet je luisteren naar de straat en je niet elitair gaan gedragen. Maar politici en bestuurders moeten ook rechtop staan, durven uitleggen waarom zaken soms ingewikkeld zijn en dat een besluit moet worden genomen omdat het op langere termijn soelaas biedt.
‘We hebben het de laatste tijd veel over crises. Maar dat zijn in werkelijkheid vooruitgeschoven beslissingen. Het mestprobleem bestaat al jaren. Het hele stikstofprobleem ook. Woningnood en asielopvang idem. Dat zijn geen crises, dat is het gevolg van een probleem niet kunnen aanpakken. Terwijl: wie als bestuurder of politicus in het zadel is gehesen, moet niet bang zijn de straat te verliezen. Hij moet met zijn mandaat de verantwoordelijkheid nemen om het algemeen welzijn te dienen.’
In uw boek gaat u uitgebreid in op de erosie van de vertrouwensrelatie tussen burger en overheid. Daar bent u toch zelf onderdeel van?
‘Ja, maar dat raakt aan een ander aspect, aan wat ik noem de rot die is ontstaan in onze democratie. Het new public management, het denken over de overheid als bedrijf, wat ik in mijn tijd als consultant heb zien ontstaan en waartegen ik mij altijd heb verzet. De ‘BV Nederland’, wat een pesthekel heb ik aan die uitdrukking! Nederland is een samenleving waarin heel veel bv’s gelukkig bakken met geld verdienen, waaraan wij een hoog welstandsniveau danken. Maar Nederland is geen bedrijf. Een bedrijf praat klanten naar de mond, de overheid moet burgers durven tegenspreken.’
Het kenmerk van klanten is dat ze kunnen klagen?
‘Zo is het ja. En nu burgers klanten zijn, doen ze dat volop. Dat voedt het wantrouwen. In mijn tijd als vakbondsman bij het CNV, toen de bedrijfsmatige overheid al volop haar intrede had gedaan, zat ik vaak in zaaltjes. Dan werd er geroepen: ‘De overheid is onbetrouwbaar.’ Dan riep ik terug: ‘Van wie is die overheid eigenlijk?’ Vervolgens werd het stil, totdat iemand zei: ‘Ja, die is van ons.’ Dat is precies mijn punt. Daar ben je geen klant van, daar ben je mede-eigenaar van.’
Is Dick Schoof als minister-president van een kabinet met de PVV het soort leider dat Nederland nodig heeft om het vertrouwen in de overheid te herstellen?
‘Dick Schoof en ik zijn op dezelfde dag geboren. Op onze verjaardag bellen we elkaar en maken we elke keer dezelfde grap: ‘Weer een jaar ouder, maar je zou het niet zeggen, jongen.’ Ik ken hem natuurlijk uit die torens hier. Ik heb respect voor de stap die hij heeft gezet en denk dat het goed is dat er in dit kabinet ook een paar mensen zitten die kunnen terugduwen.’
Zou u het zelf hebben gedaan als u door Geert Wilders was gevraagd? In 2010 was u tegen de samenwerking van het CDA met de PVV.
‘Ik had het moeilijk kunnen rijmen met de dingen die ik vind en die ik eerder heb gezegd. Aan de andere kant: het land moet wel worden bestuurd. Als ik het had gedaan, was het in de hoop geweest er een positieve draai aan te kunnen geven. Ik ben ervan overtuigd dat een zwijgende meerderheid zit te wachten op een goed verhaal, op wat ik ‘omgekeerd populisme’ noem.’
U werd in 2012 door Maxime Verhagen gepolst voor het CDA-leiderschap. Toen het uiteindelijk om een lijsttrekkersverkiezing bleek te gaan, zag u van deelname af. Waarom?
‘Omdat dat flauwekul-democratie is, die een verwoestende werking kan hebben. Niet alleen bij het CDA, ook bij de VVD en PvdA is dat voorgekomen. De leden van een partij hebben een bestuur gekozen en moeten erop vertrouwen dat dat bestuur een goede lijsttrekker aanwijst. Bovendien krijg je bij een verkiezing alleen maar kandidaten die al in het circuit zitten. Ik was CNV-voorzitter, als ik mijn vinger had opgestoken was ik subiet mijn positie kwijt geweest. Zonder de garantie dat ik het zou worden.’
De ongekozen Jaap Smit, dat hebt u in deze functie ongetwijfeld vaak te horen gekregen?
‘Ja, maar zullen we dan even kijken hoe ik hier terecht ben gekomen? Er waren indertijd tien fracties, die uitvoerig hebben vergaderd over een aantal benoembare kandidaten. Er is over mij langer nagedacht dan over heel veel andere functionarissen.’
U bent fel tegen de gekozen burgemeester en de gekozen commissaris van de Koning. Waarom?
‘Ja, ook al zoiets wat ik tegen de wind in blijf roepen. Van de 50 gemeenten in deze provincie hebben er de afgelopen tien jaar 49 een nieuwe burgemeester gekregen. Ik krijg hier de brieven binnen (formeel gericht aan de koning, red.), spreek kandidaten en maak een voorselectie voor de vertrouwenscommissie. Dat is een heel zorgvuldige procedure. De vertrouwenscommissie krijgt alles te zien en kan afwijken van mijn selectie. Ik vraag na afloop altijd: hebben jullie het idee gehad dat ik iemand door jullie strot wilde duwen? Dat is nooit het geval geweest.’
Toen de populaire Henk Westbroek burgemeester van Utrecht wilde worden, kwam hij niet langs de commissaris van de Koning. Dat is toch een feit?
‘Dat is gebabbel. Als de vertrouwenscommissie hem had gewild, hadden ze hem kunnen voordragen. Zelfs met een negatief advies van de commissaris. Er zijn zoveel misverstanden rond die procedure. Er is altijd een profielschets, ik scheid het kaf van het koren, maar de vertrouwenscommissie mag ad ultimo met alle sollicitanten gaan praten als zij daaraan behoefte heeft.’
De Kroonbenoeming is in 2018 uit de Grondwet gehaald. Dat maakt de weg vrij voor de gekozen burgemeester. Alleen: de grote partijen maken geen aanstalten. Ook niet in de huidige coalitie.
‘Ik was zeer teleurgesteld over die deconstitutionalisering. We moeten juist voorkomen dat de burgemeester een speelbal in gemeenteraden wordt van allerlei partijen met een of twee zetels. Het is net als bij het voetbal: de spelers bepalen niet wie de scheidsrechter is. Dat doet een deskundige commissie die zorg draagt voor een onafhankelijke figuur die het spel ordentelijk kan leiden.’
Hoe hebt u in dit verband naar de hoorzittingen met nieuwe bewindslieden gekeken?
‘Ook weer zo’n voorbeeld van knutselen met onze democratie. Dit houdt het risico in dat het tot iets gaat verworden wat we eigenlijk niet willen, namelijk een openbare sollicitatie.’
Als commissaris van de Koning hebt u vaak met koning Willem-Alexander te maken. Dit voorjaar was er op het paleis een gesprek met meerdere commissarissen over ‘de kwaliteit van het openbaar bestuur en het gezag van instituties’. Ook het vertrouwen in de koning, als onderdeel van de overheid, is afgenomen. Wat ziet u als remedie?
‘Vooral niet rommelen. Als ik lees over Prinsjesdag, dat er een popband in de Koninklijke Stallen moet komen, dan denk ik: zullen we eens investeren in kennis over wat Prinsjesdag nou precies is? Ik erger me ook aan zo’n uitzending over Koningsdag, in Emmen. Die begint dan met het rapportcijfer voor de koning. Hou toch op! Ik vraag toch ook niet elke vijf minuten aan mijn vrouw of ze nog van mij houdt? Laten we het gewoon eens een dagje vieren!’
Na een korte stilte: ‘Vindt u mijn verhaal reactionair?’
Nee, dat klinkt te negatief. Ik vind het eerder dapper in deze tijd. Maar behoudend is het natuurlijk wel.
‘Wees zuinig op wat je hebt. De vorige Amerikaanse ambassadeur, Pete Hoekstra, zei tegen mij: ‘Bij ons in de VS zijn alle functies politiek. Bij jullie is dat goddank niet het geval.’ Ik zeg: houden zo.’
CV Jaap Smit
8 maart 1957: Geboren in ’t Harde (gemeente Elburg)
1976-1983: studie theologie in Leiden
1979-1984: godsdienstleraar in Leiden
1984-1988: predikant in gemeente Rheden
1988-1992: geestelijk verzorger Koninklijke Landmacht in Seedorf
1992-1997: predikant in gemeente Heemstede
1994-2001: consultant bij KPMG
2001-2003: consultant bij Andersson, Elffers, Felix
2003-2010: directeur stichting Slachtofferhulp Nederland
2010-2013: voorzitter Crhistelijk Nationaal Vakverbond
2014-2024: commissaris van de Koning in Zuid-Holland
Smit is gehuwd, woont in Oegstgeest, heeft twee kinderen en vier kleinkinderen
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant