Home

De jeugd van olympisch kampioen Harrie Lavreysen: een rustig menneke, maar niet te houden

Harrie Lavreysen jaagt in Parijs op drie gouden medailles in het baanwielrennen. Maar hij begon in een andere discipline, op de BMX-baan van De Durtrappers in Luyksgestel. Daar zijn ze hem niet vergeten.

Dit is vruchtbare wielergrond. Tussen twee rijen eikenbomen - de processierups wil zich er weleens in nestelen - liggen de lussen van een BMX-baan met kombochten en springbulten, geplaveid met een laag granulaat. Ernaast is onkruid hoog opgeschoten, als gevolg van de natte maanden was er geen houden meer aan.

Het is het domein van FCV De Durtrappers in Luyksgestel. Voorzitter Christian Heesemans somt in de kantine de sterren van de club op. Joris Harmsen was meervoudig Nederlands kampioen en olympiër in Tokio. Joyce Bax greep in mei de wereldtitel bij de challengers in Rockhill, USA. Riccardo de Bie haalde op internationale kampioenschappen meermaals het podium. Niels Verrijt was nationaal kampioen, Europees kampioen en wereldkampioen in de cruiser-klasse.

Over de auteur
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen.

Maar met afstand het bekendste lid is Harrie Lavreysen (27), alias de Lichtflits uit Luyksgestel, Hattrick Harrie, die op de Olympische Spelen in Parijs deze dagen aast op drie keer goud. Maar zijn jachtterrein ligt al lang niet meer op het fijngemalen grind. Hij stampt als topsprinter de splinters uit het dennenhout van de wielerbaan, hij is dertienvoudig wereldkampioen en sinds dinsdagavond na winst op de teamsprint in Parijs drievoudig olympisch kampioen.

Hier is het toch echt begonnen, weten ze bij De Durtrappers. De beeltenissen van Lavreysen en Harmsen prijken op de gevel van het clubgebouw. Harrie komt soms langs, als hij Apeldoorn heeft verlaten, waar hij niet ver van wielerbaan Omnisport woont, om zich in Noord-Brabant bij familie en vrienden te voegen. In het krachthonk kan hij nog even honderden kilo’s wegzetten. Moeder Loes draait soms bardiensten.

Het epicentrum van een olympische koorts op de schaal van De Kempen ligt deze avond toch even 500 meter zuidwestelijker, in een zaal van café De Drie Linden. Daar hebben honderd dorpsgenoten zich verzameld achter statafels en voor een groot scherm. ‘Het leeft hier heel erg’, verzekert eigenaar Joost van Breda. ‘Harrie zit hier nog geregeld op het terras.’ Als Lavreysen, Roy van den Berg en Jeffrey Hoogland in een wereldrecord naar het goud razen, klinkt een oorverdovend gejuich, gevolgd door het leitmotiv van Seven Nations Army. ‘O, Harrie Lavreysen.’

Wenkbrauw kapot

Zijn ouders, sinds eind vorige week al in Parijs, herinneren zich dat hij als 4-jarige jochie van de startheuvel aan Kruisboomweg af wilde. Met drie meter is de hoogte bescheiden genoeg. Meteen bij de eerste bult schoof hij onderuit. Een wenkbrauw was kapot, er moesten vier hechtingen in.

Eerder had hij van vader Peter een crossmotortje gekregen, van 50 cc. ‘Ik had de stille hoop dat Harrie via de BMX in de motorcross terecht zou komen. Het was een passie die ik zelf nooit heb kunnen beoefenen.’ Hij is zelf later ook op het crossfietsje gestapt.

Harrie was 6, toen zijn ouders hem inschreven. Hij zou zich hebben laten inspireren door de zes jaar oudere Joris Harmsen, die vlakbij woonde. Die nuanceert dat. ‘Ik heb hem nooit overgehaald of zo. Mijn broer en ik fietsten voortdurend over straat met onze vrienden, stoepranden op en af. Ik denk dat hij dat wel leuk vond.’ Terzijde: enkele percelen verderop woonde Rudi van Houts, meervoudig olympiër op de mountainbike - nog een bewijs van vruchtbare bodem.

De keuze was toch niet vanzelfsprekend. De voetbalvereniging en de korfbalclub zijn onder de jeugd van Luyksgestel veel populairder. Harmsen: ‘Op de basisschool was ik de enige die BMX’te.’ Durtrappers-voorzitter Heesemans: ‘Ik snap het wel, het is natuurlijk een behoorlijk extreme sport. We eisen dat de ouders erbij blijven. Er wordt nogal eens gevallen, negen van de tien keer blijft het bij een schrammetje of de schrik. Maar wij vinden dat het aan vader of moeder is om het kind te troosten.’

Harrie probeerde meer sporten: basketbal, tennis, judo. Het werd turnen, waarvoor hij naar het nabijgelegen Lommel moest, in België. Maar het was de wereld van airtime en bunnyhop die snel de meeste tijd begon op te slokken. Voor internationale wedstrijden ging het gezin - Harrie heeft twee oudere zussen - met de caravan naar het buitenland: Duitsland, Zwitserland, Italië.

Niet te houden bij BMX

Serieus werd het vanaf zijn 11de. Hij sloot zich aan bij het team van Jos Verrijt, Verlu, voluit Verrijt Luyksgestel. De oprichter had hem al als jochie op de baan gezien. ‘Een rustig menneke. Maar zoals die startte! Hij was meteen niet meer te houden.’

Harmsen was het ook opgevallen: ‘Harrie was heel krachtig, terwijl zijn beensnelheid heel hoog lag. Oudere jongens legden het in de sprint geregeld tegen hem af.’ Maar hij zag ook dat het menneke meer moeite had met de techniek: het nemen van de bochten, het springen over de heuveltjes. ‘Ik denk dat de overstap naar het baanwielrennen voor hem de perfecte keuze was. Op de BMX was hij niet zover gekomen.’

Het blijft niet bij beschrijvingen van zijn vroege fysieke talenten. Discipline en gedrevenheid kenmerkten hem in zijn jonge jaren net zo goed. Moeder Loes: ‘Hij was altijd supergemotiveerd. Toen het met BMX’en steeds beter ging, kwam de turntraining in de knel. De enige optie was zich aan te sluiten bij een keurgroep. Dat betekende nog meer trainen. Hij plakte er op de zaterdag gewoon wat extra uren aan vast.’

Resterende programma baanwielrennen

Donderdag, vanaf 17.00 uur: finale keirin vrouwen, omnium mannen

Vrijdag, vanaf 14.00 uur: finale sprint mannen (met Lavreysen), finale madison vrouwen, kwalificaties sprint vrouwen

Zaterdag, vanaf 17.00 uur: finale madison mannen, keirin mannen (met Lavreysen), herkansingen sprint vrouwen

Zondag, vanaf 11.00 uur: finale sprint vrouwen, finale keirin mannen

Peter: ‘Het moet allemaal wel kloppen. Hij wilde niks missen. Als het ernaar uitzag dat wij druk bezet waren, vroeg hij al heel vroeg: brengt oma me dan weg?’ Loes: ‘Ik weet zeker dat hij naar Lommel was gaan lopen voor het turnen als niemand met hem mee kon.’

Tijdens zijn eerste jaar op het vwo in Eersel kregen ze op de ouderavond te horen dat Harrie altijd de tien minuten in de lessen benutte die waren vrijgemaakt voor huiswerk. Hij trok zijn klasgenoten daarin mee. Van wie hij dit heeft? ‘Van allebei, denken we.’

Niels Verrijt, zoon van teambaas Jos, was onder de indruk van Harrie’s instelling. Hij nam hem als coach onder zijn vleugels. ‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat hij iets niet wilde. Het was altijd 100 procent.’

Het sterkste staaltje maakte hij mee in 2013, op het EK in Dessel, België. In de kwartfinale kwam hij ten val, waarbij zijn schouder uit de kom schoot. Verrijt: ‘Hij kwam een beetje oenig over de streep. Ik heb een arts gezocht, die zijn schouder weer terugzette. Hij riep: ik wil door, ik wil door! Een fysiotherapeut heeft de zaak met tape vastgeplakt. Hij is nog Europees kampioen geworden ook.’

Als Verrijt, Harmsen en Lavreysen elkaar tegenkomen, gaat het al snel over wat ze ‘de roadtrips’ noemen. Terwijl Luyksgestel als Stekkegat een week het carnaval vierde, trokken zij jaren aaneen met vijf, zes jongens - Harrie als de jongste van het stel - in een camper naar Frankrijk, naar Sainte-Maxime aan de Côte d’Azur, weg van de sneeuw en de nattigheid. Daar was het warmer en, belangrijker, lag een BMX-baan. Vandaar trokken ze naar het noorden, meer banen langs. Ze belandden per ongeluk in gure buurten of reden zich vast in nauwe stegen. Met lange tanden maalden ze zelf bereide maar mislukte maaltijden weg. Ze wisten zeker dat het niet veel mooier zou worden.

De problemen met zijn schouders betekenden het einde van Lavreysens carrière op de BMX. Ze waren al tientallen keren uit de kom geschoten, toen hij op 18-jarige leeftijd tijdens een wedstrijd in Valkenswaard weer onderuitging en nu beide schouders er los bij hingen. De toenmalige bondscoach Bas de Bever zei dat hij moest stoppen, dit was niet verantwoord meer.

Loes: ‘Onderweg naar het ziekenhuis zei hij dat hij iets anders ging doen. Hij wilde heel graag topsport blijven doen, dat gedisciplineerde leven beviel hem zo goed. Renners uit de baanploeg hadden hem al eerder benaderd, ze hadden zijn wattages gezien. Een dag later meldde hij zich aan.’

Was ze toch ook niet opgelucht? ‘Natuurlijk was ik vaak bang dat hem iets zou overkomen. Harrie vroeg me vaak om hem te filmen. Dat vond ik prettig, je bent met iets anders bezig. Maar ik heb ook heel wat tijd achter de tribune doorgebracht.’

Ze weet dat het baanwielrennen veiliger is. Maar nog altijd verbergt ze tijdens de wedstrijden in haar gezicht achter de Nederlandse vlag. Dan hoort ze wel van de anderen of ze ’m weg kan halen. Nog twee keer in Parijs, vrijdag op de sprint en zondag op de keirin, dan is het wel weer even mooi geweest - voorlopig althans. Hij wil nóg meer, begreep ze.

Wat is er nog te zien bij het baanwielrennen?

Sprint: een klassiek nummer. Twee renners die het tegen elkaar opnemen. Degene die twee van de drie onderlinge duels wint, wordt kampioen.

Keirin: een groepssprint met zes renners, overgewaaid uit Japan waar er veel op wordt gegokt. Een derny, een speciaal brommertje, brengt de groep op gang.

Madison: de koppelkoers is een van de onoverzichtelijkste disciplines in het velodroom. Duo’s lossen elkaar steeds af, met een flinke armzwaai, en proberen onderweg zoveel mogelijk punten in de tussensprints en in de eindsprint te veroveren.

Omnium: op de Spelen een relatief nieuw onderdeel. Het is een klassementswedstrijd over vier onderdelen. 1. een afvalkoers, waarbij steeds de achterste renner afvalt. 2. een scratch, een korte pelotonswedstrijd. 3. een puntenkoers, waarin renners punten kunnen verdienen bij tussensprints en aan de finish. 4. een temporace, waarbij er punten te verdienen zijn door het peloton een ronde in te halen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next