Het internationale stotterkamp in Lemele staat niet in het teken van therapie, maar van ontspannen samenzijn met andere stotteraars. Dat blijkt een kantelpunt voor sommige deelnemers. ‘Ik kwam erachter dat mensen die stotteren ook heel cool kunnen zijn.’
Het masker van Tiago Conceicao dos Santos (27) is knalgeel. ‘Want vanbuiten lijk ik altijd positief’, verklaart hij. ‘Ik maak veel grapjes.’ Maar die lach, zo vervolgt hij, is ook een manier om te verbloemen hoe hij zich daadwerkelijk voelt. Hij stottert. De kleuren die Conceicao dos Santos in gedachten heeft voor de binnenkant van het masker, geven prijs wat voor impact dit heeft op zijn dagelijks leven. Rood staat voor boosheid, de spetters blauw voor de tranen die soms vloeien. En grijs? Hij lacht en slaat dan zijn ogen neer. ‘Ik voel me best vaak alleen.’
Outside the mask is het thema dat dit jaar is gekozen voor het internationale stotterkamp, dat deze week voor de zevende keer wordt georganiseerd met subsidie van Erasmus+. Zo’n vijftig jongeren uit acht Europese landen hebben zich verzameld in een groepsaccommodatie in het Overijsselse dorp Lemele.
Over de auteur
Irene de Zwaan is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jongerencultuur en onderwijs.
Verwacht hier geen emotionele therapiesessies in een kring. Het kamp richt zich op het ontspannen samenzijn met andere jongeren die stotteren. Er staan meditaties op het programma, evenals wandelingen, sportactiviteiten, zang en dans. Iedere avond organiseert een groepje deelnemers een bijeenkomst in het teken van een land, waarbij de nodige biertjes worden genuttigd. ‘Dan praten we opeens een stuk soepeler’, grinnikt een deelnemer.
Familievloek
Toch schuilt er wel degelijk een serieuze boodschap achter het thema van dit jaar: mensen die stotteren proberen vaak te maskeren dat hun spraak hapert. ‘Vrijwel iedereen die stottert is daarmee bezig’, zegt Sybren Bouwsma, voorzitter van stottervereniging Demosthenes en de drijvende kracht achter het zomerkamp.
Zelf heeft het hem jaren gekost om in te zien dat hij meer is dan zijn gestotter. Ook trekt hij zich nu minder aan van wat anderen hiervan vinden. ‘Ik vind het nu juist wel interessant hoe iemand erop reageert’, zegt hij. ‘Als ik merk dat iemand ongeduldig is, spreek ik dat openlijk uit. Dat levert interessante gesprekken op.’
De deelnemers van het kamp herkennen zich in elkaars verhalen: de schaamte die ze voelen als ze niet uit hun woorden komen, het constant bezig zijn met de reactie van de toehoorder en het vermijden van situaties die gericht zijn op spreken in het openbaar.
De van oorsprong Indiase Benita Dsouza (24), die nu in Groot-Brittannië woont, vertelt dat haar ouders en grootvader ook stotteren. Of dit voor wederzijds begrip zorgde? ‘Helemaal niet’, luidt haar reactie. ‘Juist omdat ze wisten hoe zwaar het is om te stotteren in een samenleving waarin dit niet geaccepteerd is, legden ze heel veel druk op mij om niet te stotteren. Ze noemden het een familievloek.’
Inclusiever
Hoewel er grote culturele verschillen zijn in hoe de maatschappij naar stotteren kijkt, is er in algemene zin wel een kentering gaande, zegt universitair hoofddocent en klinisch linguïst-logopedist Marie-Christine Franken (Erasmus MC). ‘Het wordt nu meer gezien als een gesteldheid,in plaats van een spraakstoornis waar iemand van moet afkomen.’
Twee jaar geleden lanceerden stotterverenigingen wereldwijd The Declaration of the Right to Stutter, oftewel het recht om te stotteren. Dit past volgens Franken binnen de toenemende acceptatie voor neurodiversiteit en een inclusievere samenleving.
Ook de therapie voor stotterende kinderen van boven de 8 jaar is hierop aangepast: niet langer staat het verminderen van hun gestotter centraal, maar de vraag in hoeverre de persoon hier in zijn dagelijkse leven door wordt gehinderd. Franken: ‘Daar proberen we dan een oplossing voor te vinden, bijvoorbeeld door een gesprek met de leerkracht op school aan te gaan over hoe die er het beste mee om kan gaan.’ Pas in tweede instantie wordt gekeken of iemand baat heeft bij het aanleren van een techniek die het spreken vergemakkelijkt.
Zelfvertrouwen
In Nederland worden er jaarlijks meerdere bijeenkomsten georganiseerd voor mensen die stotteren, in de vorm van kampen, gezamenlijke vakanties en festivals - een trend die is over komen waaien uit Amerika. Hoe belangrijk dit is, blijkt wel in Lemele. Veel deelnemers omschrijven het kamp als een kantelpunt in hun leven.
‘Hiervoor had ik nog nooit iemand anders ontmoet die stotterde’, zegt de 25-jarige Oskali Piilonen uit Finland, die voor de derde keer aanwezig is. ‘Het was voor mij een heel gekke ervaring om erachter te komen dat mensen die stotteren eigenlijk heel coole mensen zijn.’
Piilonen, die binnenkort afstudeert als eerste stotterende logopedist in Finland, leidde lange tijd een teruggetrokken bestaan. Sinds zijn eerste zomerkamp durft hij meer van zichzelf te laten zien. Hij is zich extravagant gaan kleden, heeft een aantal piercings en tattoos laten zetten. Het stotteren werd er niet minder op, maar zijn zelfvertrouwen groeide.
Dat geldt ook voor de 25-jarige Willemijn Bolks. De ontmoetingen met andere deelnemers lieten haar inzien dat ze veel meer grip op haar leven heeft dan ze aanvankelijk dacht. ‘Ik kwam erachter dat het ook een optie is om te praten zoals ik praat, zonder dat ik m’n best hoef te doen om vloeiend te spreken’, zegt ze. ‘En ik besefte dat ik gewoon een baan kon krijgen. Er viel een last van me af.’ Bolks werkt inmiddels als succesvol illustrator en fotograaf.
Spanning
Terwijl Conceicao dos Santos zijn masker omdraait om de binnenkant te beschilderen, vertelt hij openhartig over zijn wens om in de media aan de slag te gaan. Het liefst als presentator. Hij heeft onlangs stage gelopen bij de Amsterdamse tv-zender AT5. ‘Ik weet alleen niet of ik genoeg zelfvertrouwen heb om voor de camera te staan’, zegt hij. ‘Er is altijd die interne spanning, zo van: shit, straks ga ik weer stotteren.’
Maar dit kamp is de plek waar hij zijn dromen openlijk kan uitspreken. De andere deelnemers luisteren bewonderend mee, terwijl de kwasten over hun maskers glijden. Niemand slaat acht op zijn gestotter. Voor hen zit een jongen met een ambitie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant