Femke Bol wilde bij de olympische finale op de 400 meter horden haar beste race ooit lopen. Het werd een van haar slechtste ooit, met brons als schrale troost. Onthutst en ontredderd zocht ze naar verklaringen, maar ze vond die nog niet.
In het volgepakte Stade de France wilde Femke Bol de beste race van haar seizoen lopen. Ze had de vorm, ze had de benen, maar het gebeurde tot haar afgrijzen niet. ‘Dit was een van mijn slechtste races ooit’, vertelde ze na afloop. Haar stem is dunnetjes en onvast door het verdriet, de schok dat haar dat juist op deze avond was overkomen. Derde, in 52,15 op bijna twee seconden van Sydney McLaughlin-Levrone. En dezelfde kleur medaille als in Tokio.
250 meter lang lag ze op schema. Omdat McLaughlin links van haar in de binnenbocht was gestart en tot de laatste bocht schuin achter haar liep, kon Bol onderweg niet zien hoe ze steeds bijna gelijktijdig met de Amerikaanse favoriet over de hordes ging. Alles leek uitstekend te verlopen. ‘Maar vanaf horde zeven voelde ik de vermoeidheid.’
Dat McLaughlin op dat moment haar aan de binnenkant passeerde, dat kwam niet als een verrassing. ‘Ik wist dat zij kon komen. Daar was ik niet van geschrokken of zo. Maar ik baal gewoon. Als ik een tijd van 50,9 had gelopen en brons had veroverd, dan was ik trots geweest’, zei ze. En dan, wat hulpeloos. ‘Ik had een race gewild waar ik trots op kon zijn.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Ze was ‘als een gek’ gestart. Dat was geen zelfoverschatting, dat was het raceplan. Ze deed het al eerder dit jaar, in Londen. En ze deed het in het Zwitserse La Chaux-de-Fonds, waar ze haar persoonlijk record tot 50,95 aanscherpte en plots binnen handbereik van McLaughlin leek te komen, het gat was nog maar 0,3 seconden groot. ‘En daar ging ik niet dood. Vandaag wel. Waarom? Ik snap het niet.’
De spanning kon het niet geweest zijn, de ontlading na het gewonnen goud op de gemengde 4x400 meter evenmin. ‘Op de WK van vorig jaar was ik gevallen, voelde ik de druk van favoriet zijn en toen kon ik ook 51,7 lopen. En nu ben ik sterker, beter. Ik kan het niet begrijpen, behalve dan dat de verzuring toesloeg. Misschien dat ik de eerste 250 meter niet efficiënt genoeg liep. Misschien heb ik gewoon echt een slechte dag.’
Na de klap die ze in de benen voelde bij het opkomen van het laatste rechte eind, was er de mentale dreun toen ook nog Anna Cockrell haar voorbij stak. Het deed denken aan de schok die ze voelde toen ze vorig jaar bij de WK in Boedapest bij de gemengde 4x400 meter zo schrok van de Amerikaanse Alexis Holmes dat ze ten val kwam. ‘Dit leek erop, dat er iemand langskomt die je echt niet verwacht. Even daarvoor dacht ik nog: dit gaat niet goed, maar misschien kan ik nog naar Sydney toe lopen. Ik ga strijden tot de finish.’
Strijden was het wel, maar soepel ging het al lang niet meer. De manier waarop Bol met moeite de laatste horde overkwam, contrasteerde hevig met haar normaal zo vloeiende stijl. Hotsend en bonkend ging ze over de streep. ‘En toen ik over de finish kwam, dacht ik zelf dat ik vierde was geworden omdat ik ineens nog iemand naast me zag.’
Zo groot was de ramp niet. Ze bleef de Amerikaanse Jasmine Jones (52,29) nog wel voor. Bol haalde brons. Dat bood nog een heel klein beetje troost. ‘Brons op een hele slechte dag, daar mag ik wel trots op zijn, denk ik.’
Ze had tijd nodig om zich te herpakken. Dat lukte niet volledig, ook een klein uur na de race zijn uiteindelijk de tranen haar de baas. Maar ze hervond zichzelf genoeg om nog een ereronde door het Stade de France te maken, het stadion dat voor ongeveer een derde met oranjefans gevuld leek. Voor de start had ze hun toejuichingen over zich heen laten spoelen en ervan kunnen genieten.
Ze wilde wat terugdoen voor iedereen die haar had aangemoedigd. Voor haar ouders, die ze meteen even had opgezocht om haar ontsteltenis mee te delen, maar ook alle andere Nederlanders op de tribunes. ‘Ik heb een medaille en als ik geen ereronde had gedaan, had ik mezelf dat later niet vergeven. Om dan alsnog een staande ovatie te krijgen van zoveel Nederlandse mensen is bijzonder.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant