Het zou zilver worden, of toch tenminste zilver. Dat werd van Femke Bol op de 400 meter horden verwacht. Zij zou jagen op wereldrecordhouder Sydney McLaughlin-Levrone, maar werd prooi van haar en Anna Cockrell. Brons was wat restte.
Het zou een groots duel worden, hoopten de duizenden Nederlandse fans die het Stade de France oranje kleurden. Het zou hoe dan ook zilver worden, met zelfs nog een heel klein kansje op goud, verwachtten Femke Bol en haar coach. Het werd geen van beide. Geen knetterende strijd, geen zilver of goud.
Ver achter winnares Sydney McLaughlin-Levrone, die naar een nieuw wereldrecord van 50,37 snelde, zag Bol tot haar schrik in de slotmeters nog Anna Cockrell voorbijkomen. De Amerikaanse zette 51,87 op het scorebord, Bol bleef in 52,15 met brons achter. Van haar mogelijke aanval op McLaughlin was niets gekomen.
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
De afgelopen jaren wist Bol het gat naar McLaughlin flink te verkleinen. Dat gebeurde vooral op papier, want ze nam het tot donderdagavond maar twee keer eerder direct tegen de Amerikaanse op. Voor het eerst in olympisch Tokio, toen McLaughlin 0,57 seconden sneller was. De tweede keer was bij de WK in 2022, toen was het gat groter: 1,59 seconden. Maar ook zonder directe tweestrijd bleef Bol haar persoonlijk record verbeteren. In juli kwam ze tot 50,95. De achterstand op McLaughlin, in 2019 nog 3 seconden groot, was teruggebracht tot 0,3 seconden.
Maar, waarschuwde bondscoach Laurent Meuwly na de halve finale: zelfs toen McLaughlin bij de Amerikaanse trials het wereldrecord aanscherpte tot 50,65 zaten er nog veel foutjes in. Zij heeft de potentie om de grens van 50 seconden te slechten, terwijl hij dat voor Bol op dit moment niet mogelijk achtte. De twee zijn van een ander niveau.
‘Als Sydney een andere discipline beoefende of van een andere generatie was, dan zou Femke één van de grootste atleten ooit zijn. Ze zou behalve op de 400 meter indoor, ook wereldrecordhouder op de 400 meter horden zijn’, stelde Meuwly eerder dit jaar. Ze zou het zijn, maar ze ís het niet.
Bol is een loopster zoals er meestal maar eentje per generatie opstaat, maar nu een leeftijdsgenoot treft die nog net iets meer in huis heeft. ‘De hiërarchie is duidelijk’, zei Meuwly. McLaughlin staat op één, Bol is de enige die mocht hopen dat ze van een fout van de Amerikaanse zou kunnen profiteren. De rest van de deelnemers telt niet werkelijk mee.
Een moment van zwakte bij de Amerikaanse was het enige scenario dat van tevoren nog iets van een kans bood aan Bol. Als McLaughlin, die ondanks snelle tijden dit jaar zelden een perfect passenpatroon tussen de horden uitvoerde, onder de olympisch druk haar ritme volkomen kwijt zou raken. Anders niet, oordeelde Meuwly.
De 400 meter horden is traditioneel gezien geen bijzonder populair onderdeel voor de af-en-toe-atletiekvolger, maar met Bol als medaillekandidaat veranderde dat. Na haar brons in Tokio en haar ongeslagen status in de prestigieuze Diamond League groeide de verwachting dat ze in Parijs voor goud kon gaan. Helemaal toen ze, bij afwezigheid van McLaughlin, in 2023 wereldkampioen werd.
In Parijs haalde ze ook al goud, een kleine week geleden op de gemengde 4x400-meter. Zij loodste in de slotmeters de Nederlandse ploeg van de vierde naar de eerste plaats. De Amerikanen moesten het in die race zonder McLaughlin stellen, maar de media in de VS, waar atletiek alleen tijdens de Spelen echt telt, waren wel wakker geschud toen ze zagen dat Bol haar ronde in de estafette in 47,93 seconden liep. Zou die Nederlandse het McLaughlin toch moeilijk gaan maken? The New York Times voorzag een ‘epic showdown’.
Bol, die zichzelf nadrukkelijk als underdog presenteerde, gaf eerder al een draai aan de gouden glinstering die ze al maanden in de ogen van de Nederlandse fans zag. ‘Ik merk aan de ene kant wel dat mensen denken: zij is wereldkampioen en zal ook wel goud winnen. En dat ze soms vergeten dat er een heel bijzondere atleet is, die de wereldrecordhouder is. Maar aan de andere kant voel ik daardoor ook dat ik heel erg gesteund word door alle Nederlanders.’
Ze is eraan gewend geraakt, dat heel Nederland meeleeft, dat er altijd journalisten zijn die haar willen spreken terwijl zij liever haar bed of ijsbad opzoekt om zich op een volgende race voor te bereiden. In de mixed zone, de plek waar de pers atleten aan kan spreken na een wedstrijd, blijkt telkens opnieuw dat ze een soort intern wekkertje bezit.
Zeker na voorrondes of halve finales, als er niets gewonnen of verloren is. Na twee minuten praten beweegt ze zich, zonder dat iemand haar aangeeft hoe lang ze al bezig is, vanzelf al een beetje weg van de vragende monden tegenover haar. Zet een stapje achteruit en iedereen weet: dit gesprekje zit erop. Ze is op en top professional, probeert de tijd die ze aan iets anders dan haar sport besteedt tijdens toernooien te minimaliseren.
Wat in Tokio nog bestond, het gevoel van niets te verliezen hebben, bestaat al lang niet meer. ‘Die onbevangenheid was altijd iets heel fijns. Tegelijkertijd heb ik zoveel meer ervaring en al op zoveel verschillende manieren goed gepresteerd, dat dat ook juist heel veel zelfvertrouwen brengt.’
Maar zelfvertrouwen en routine is niet genoeg. Net zoals een ‘epic showdown’ niet te voorspellen valt. Het gat met McLaughlin bleef groot, groeide zelfs weer wat. Dat was geen verrassing. Veel onverwachter was dat Bol ook achterom moest blikken, merkte dat zij behalve jager ook de prooi was.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant