Home

Uit het overdonderende aanbod van het fotofestival van Arles is het lastig kiezen

Proeven van al het moois dat Rencontres d’Arles te bieden heeft is menselijkerwijs onmogelijk. Het fotofestival bewijst zich ook dit jaar (tot eind september) als toonaangevend. Zelfs de supermarkten van Arles veranderen in tentoonstellingslocaties voor fotografie uit vrijwel alle genres.

De warmste locatie van het 55ste fotofestival Rencontres d’Arles in het Franse Arles is de oude hangar naast het treinstation. Het broeit zó onder het platte dak dat de met spijkertjes bevestigde foto’s van een Chinese fotograaf opbollend loskomen van de wand. Zo heet is het dat zelfs de ventilatoren van 1,5 meter doorsnee nauwelijks verkoeling bieden. Zo heet dat je snakt naar het shirt met ingebouwde luchtkoeling dat het Amerikaanse leger ooit ontwierp – hier op manshoge foto’s getoond. En zo heet dat de locatie aan het begin van de middag moet sluiten, voordat bezoekers bezwijken.

Wie in augustus naar Arles gaat, moet niet zeuren over de warmte. Maar als je moet wegvluchten van tentoonstellingen vanwege de bloedstollende hitte, of besluit de trap naar een bovenste etage wegens uitputting te mijden, dan ga je soms twijfelen aan de toekomst, hier in hoogzomers Zuid-Frankrijk, op een van de grootste en belangrijkste fotofestivals.

In oude kloosters en middeleeuwse kerken, in onbruik geraakte industriële gebouwen en musea, overal in de oude stad: fotografie in uiteenlopende genres. Persoonlijk getint en over de grote maatschappelijke thema’s, nieuw en uit alle naoorlogse decennia; een wervelend geheel. Op prachtige locaties en vrijwel allemaal – om financiële en ecologische redenen – zonder airco.

Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur bij de Volkskrant en schrijft onder meer over fotografie en de manier waarop nieuwsfoto’s ons wereldbeeld bepalen.

Tegenover het station hangt een poster aan een muur: ‘BMW, official partner of climate chaos’, staat erop, het logo van het automerk tegen een achtergrond van oplaaiend vuur. Een protest van Extinction Rebellion, gericht tegen een hoofdsponsor van het fotofestival, die met zijn financiële steun een ‘groen’ voetje zou willen halen.

‘Wij geloven dat de groenwaspraktijken van BMW conflicteren met de ecologische doelen en de educatieve rol van Rencontres d’Arles’, schrijft XR. En het moet gezegd: wie de door BMW gepresenteerde installatie in het klooster Saint-Trophime bekijkt, voelt al zwetend het ongemak waaraan de actievoerders appelleren.

De zon als kleurenpalet

De installatie van de Marokkaans-Franse Mustapha Azeroual bestaat uit twee abstracte vlakken, samengesteld uit de kleuren op foto’s die Azeroual door zeelieden liet maken op verre oceanen. De bij zonsopkomst en zonsondergang gemaakte opnamen gebruikte Azeroual als kleurenpalet. Hun aanblik verandert met het daglicht en met het standpunt van de toeschouwer; de vlakken zuigen zijn blik op.

Het werk, dat aanzet tot reflectie over onze omgang met de aarde, wordt nadrukkelijk gepresenteerd als ecovriendelijk. Dit omdat Azeroual er zelf de wereldzeeën niet voor hoefde te bevaren en zo veel mogelijk gerecyclede en herbruikbare materialen benutte. Daar knelt natuurlijk de schoen, want mobiliteit blijft hoe dan ook de raison d’être van BMW, dat, als alle automerken, zijn imperium op fossiele brandstoffen heeft gegrondvest.

Tegenover BMW’s ongemakkelijke sponsoring staan talrijke tentoonstellingen waaruit juist maatschappelijke betrokkenheid, reflectie over het individu in de overspannen samenleving en empathie met mensen in kommervolle omstandigheden spreekt.

Ze zijn onder meer samengebracht in het onderkomen van de Fondation Manuel Rivera-Ortiz, waar twee panden zijn samengevoegd die tezamen in oppervlakte kunnen wedijveren met een museum als het Amsterdamse Foam.

Alle tentoonstellingen in de Fondation kunnen worden beschouwd als een hommage aan de Franse fotojournalist Camille Lepage. Zij deed onverschrokken verslag van de eruptie van geweld die de Centraal Afrikaanse Republiek in 2014 trof. Haar foto’s zijn gemaakt tussen de doden, gewonden en wanhopige burgers op de vlucht, ze getuigen van heldenmoed die ze, pas 26 jaar oud, met de dood moest bekopen. Tijdens haar werk werd ze vermoord.

Foto’s van tanden

Onder de exposanten bij de Fondation is de Nederlandse Maryam Touzani, die haar onbekende (Marokkaanse) familiegeschiedenis onderzoekt. Dat doet ze met dromerige en prozaïsche foto’s, waarbij die van haar gebit – dat immers iemands identiteit draagt – symbolisch de sleutel vormen tot de het familieverleden van de immigrantendochter.

Waar en hoe besteedt de bezoeker van Rencontres zijn dagen? In de Église Sainte-Anne, met een grandioos overzicht van (vooral Amerikaanse) graffiti vanaf de jaren zeventig (denk aan de beschilderde metrostellen van New York, Keith Haring, de verpauperde Bronx)? Of daalt hij af in de reusachtige Cryptoportique, het ondergrondse, uit de Romeinse tijd stammende stelsel van gewelven?

De Franse kunstenaar Sophie Calle pakt daar in het halfduister uit met portretten van blinden, aan wie ze vroeg wat zij onder schoonheid verstaan. Ook hun antwoorden verbeeldde ze met foto’s. De kelders geuren schimmelig, wat Calle tevens inspireerde tot installaties over de dood en ontbinding. Wel droevig en melodramatisch om de poëtische ontboezemingen van de blinden te paren aan het onvermijdelijke verval – het werk lijkt zo vooral over Calles eigen preoccupaties te gaan.

Zo bieden de Rencontres oneindig veel variatie. De Espace Van Gogh herbergt een retrospectief van de Amerikaanse documentairefotograaf Mary Ellen Mark (1940-2015), die met haar humanistische blik beeldbepalend was voor magazines als Life, Vogue en Rolling Stone. In de lommerrijke Jardin d’Été toont de Franse Marine Lanier haar werk over een unieke botanische tuin in de Franse Alpen. En ook op de bovenverdieping van supermarkt Monoprix is het festival aanwezig. Daar stelt de Amerikaanse Debi Cornwall met zinsbegoochelende foto’s de aanwezigheid van militarisme in de Amerikaanse samenleving aan de orde.

In plaats van zich te laten overdonderen door het aanbod, kan de bezoeker van Arles zich er beter meteen bij neerleggen dat álle exposities bezoeken menselijkerwijs onmogelijk is. Maar voor de avontuurlijke fotografiereiziger beveelt de Volkskrant nog vier gegarandeerde hoogtepunten aan.

Fashion Army, Ground Control (naast het SNCF-station), t/m 29/9.

Curator Matthieu Nicol maakte een selectie uit veertienduizend opnamen van een onlangs vrijgegeven beeldarchief van een Amerikaanse legerafdeling die vanaf de jaren zestig tot negentig uniformen en beschermende kleding voor militairen ontwierp en testte.

Hittewerende pakken en shirts met luchtkoeling, een uniform met ingebouwde latrine, een bril die beschermt tegen flitslicht, een isolerend pak met bijbehorend gasmasker, dat zijn oorsprong lijkt te hebben in de disco: ook militaire kledij is onderhevig aan mode. Het oogt hilarisch, maar de ondertoon – alles ontworpen voor oorlogstijd – is ernstig.

Speciale aandacht verdienen de modellen: overduidelijk geen professionals, kijken ze ongemakkelijk lachend, dan weer met een neutrale, onbewogen blik en showen zo de bizarre creaties. Onbedoeld roepen die portretten losjes associaties op met het werk van Rineke Dijkstra (meester in de ongrijpbare en daardoor meerduidige blik) en de fotografen die identiteit onderzoeken door zelf in steeds andere hoedanigheden voor de camera te poseren. Vaak geïnspireerd door de fameuze Untitled Film Stills van de Amerikaanse Cindy Sherman.

I’m So Happy You Are Here, 25 Japanse vrouwelijke fotografen van 1950-heden. Palais de l’Archevêché, t/m 29/9.

In de jaren negentig, schrijft fotografiekenner Mariko Takeuchi, kreeg zij van een beroemde mannelijke fotograaf het advies ‘met een rijke man te trouwen’, als zij fotograaf wilde worden. Haar collega herinnert zich hoe het werk van vrouwen in Japan in de jaren tachtig werd weggezet als ‘meisjesfotografie’. Schandalig onderschat is de vrouwelijke invloed op de fameuze Japanse fotografie, een geringschatting die wordt gecorrigeerd met deze indrukwekkende tentoonstelling.

Tegenover het grotestadsgevoel van mannen als Moriyama en Araki stellen de geselecteerde vrouwen intiemer werk, meer gericht op de binnenwereld. Maar dat betekent geenszins dat ze zich schikken naar de traditionele Japanse rolopvattingen. Zo presenteert Asako Narahashi grote kleurenprints van de woelige zee met spetters als de weerspiegeling van glinsterende sterren, en in de verte de Fuji.

Een tweede foto toont ook die golvende zee, erboven een landend vliegtuig: een beeld dat teruggrijpt op de historie van de Japanse fotografie en de studentenprotesten tegen de aanleg van vliegveld Narita bij Tokio. Dat symbool van ongebreidelde economische groei en vervreemding in de jaren zeventig was een van de thema’s in het fameuze, grofkorrelige underground fotoblad Provoke.

Provocerend zijn de feministische zelfportretten van Yurie Nagashima, zoals die waarop ze hoogzwanger, met sigaret in de mond, en geheven middelvinger onderuit hangt op de bank. Net zo indrukwekkend en van zelfbewustzijn getuigend zijn de geposeerde zelfportretten van Mari Katayama. Door een genetische afwijking raakten haar linkerhand en onderbenen niet volgroeid. Toen ze 9 was liet ze daarom haar onderbenen amputeren.

In haar werk presenteert Katayama haar lichaam als een sculptuur, waarvan de prothesen en het ontbreken van een paar vingers niet duiden op tekortkomingen, maar juist kenmerkend zijn, met hun eigen elegantie en toegevoegde waarde. Op een foto poseert ze languit op het strand met wel tien ledematen, als een octopus. Een manier om te bewijzen dat ze, althans als fotograaf, niet wordt beperkt maar juist volledig baas is over haar eigen lichaam.

Cristina De Middel: Journey to the Center of the World. Église des Frères Prêcheurs, t/m 25/8.

De Spaanse Cristina De Middel, voorzitter van het fameuze fotoagentschap Magnum, presenteert het Amerikaanse migratievraagstuk als een hedendaagse fotografische versie van Jules Vernes Naar het middelpunt der aarde. Met een mengeling van geënsceneerde en documentaire foto’s vertelt ze het epische verhaal van migranten die, in weerwil van dat enorme stalen gordijn langs de grens, proberen van Mexico naar de Verenigde Staten te komen. Een plaatsje in Californië, officieel (wat heet?) erkend als Center of the World, fungeert hierbij als magnetisch middelpunt.

Niet alleen de wanhoop en de talrijke sterfgevallen door uitdroging, oververhitting en verdrinking van migranten, maar ook hun culturele achtergronden krijgen aandacht. Zo brengt De Middel een ode aan hun veerkracht en doorzettingsvermogen en aan kleurrijke culturele aspecten waarvan de westerling geen weet heeft.

Over de totstandkoming van de foto van een vermoedelijk indiaanse vrouw, gezien op de rug, staand in het water bij een kale boom vertelt ze een García Márquez-achtig verhaal. De vrouw zat met een man aan de oever van het meer. De Middel zag haar naar het water lopen en pakte haar camera. Maar die weigerde dienst. Ze raakte aan de praat met de man, die haar vertelde dat ze broer en zus waren en dat ze zich op een heilige plek bevonden. Toen vroeg hij De Middel of ze nog een foto wilde maken: ‘Ik antwoordde dat mijn camera niet werkte. Hij zei me het opnieuw te proberen, en dat hij het na ons gesprek wél zou doen. En zo was het.’

Belongings door Miyako Ishiuchi, Salle Henri-Comte, t/m 29/9.

Een kleine, indrukwekkende tentoonstelling van de Japanse Miyako Ishiuchi waarin zij met foto’s van objecten de kunstenaar Frida Kahlo, de slachtoffers van de atoombom op Hiroshima in 1945 en haar eigen, in 2000 gestorven moeder eert. Van Kahlo zien we bijvoorbeeld rode laarsjes met ongelijke zooldikte en het korset dat ze moest dragen: beide stille getuigen van haar verminkende verkeersongeluk toen ze 18 was.

Van de Hiroshima-slachtoffers: een geschroeide japon, een elegant handschoentje en een marineblouse in kindermaat die de verzengende hitte doorstonden. Van haar eigen moeder legde ze de gebutste lippenstift, een onderjurk en kunstgebitten vast. Alle voorwerpen zijn zo delicaat gefotografeerd dat de ziel van de laatste gebruiker erin zichtbaar lijkt. Een eenvoudige en aangrijpende manier om voorbije beroemde en anonieme levens – in de dood alle gelijk – te gedenken.

Engagement als overkoepelend thema

De meeste exposities op Rencontres d’Arles verraden een langdurige voorbereiding. Het festival speelt vermoedelijk mede daarom maar mondjesmaat in op de actualiteit. Kwesties als de oorlog in Oekraïne en Gaza worden niet aangeroerd in de Fondation Manuel Rivera-Ortiz, hoewel daar het overkoepelend thema ‘engagement’ heet. Uit de grootste tentoonstelling aldaar spreekt wel degelijk grote betrokkenheid.

Met een team onderzocht de Franse Bénédicte Kurzen de vooralsnog ontembare stroom e-waste vanuit Europa naar Afrika en de Ghanese hoofdstad Accra. Afgedankte flatscreens, computers, auto’s, vrieskisten, zogenaamd voor recycling afgevoerd, in werkelijkheid grotendeels gedumpt op gigantische afvalbergen of verbrand in giftige vuren. Hamburg en Rotterdam spelen een sleutelrol in de afvalstroom.

Rencontres d’ Arles, t/m 29/9. Catalogus; € 48.
Catalogus I’m So Happy You Are Here; € 78.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next