Home

Niet gek dat jongeren steeds meer stress ervaren, scholen zijn cijferfabrieken geworden

Mijn zoon (12) eet hele appels. Toen hij klein was, probeerde ik hem hierin te corrigeren: je moet het klokhuis niet opeten. Op zijn vraag waarom niet, mompelde ik iets over appelbomen die in je buik groeien als je de zaadjes opeet, want zo was mij vroeger verteld (ook al besefte ik inmiddels heus wel dat dit onzin was). Hij was niet onder de indruk. Een appelboom in zijn buik leek hem wel wat, dan kon hij onbeperkt appels plukken. Ik gaf het op, dacht dat het wel over zou gaan, maar vooralsnog eet hij hele appels. (En hij leeft nog.)

Natuurlijk is het opeten van klokhuizen geen halszaak. De meeste mensen doen het vermoedelijk niet, omdat ‘we’ dat niet doen. Heel veel van wat we doen en wat we normaal vinden, is aangeleerd. De appel staat dan ook symbool voor iets groters: mijn zoon is een original. Hij neemt niet zomaar iets van een ander aan en doet dingen op zijn eigen manier. En als hij ergens het nut niet van inziet, doet hij het simpelweg niet.

Over de auteur
Aisha Dutrieux is oud-rechter en schrijver en (gast)columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Mijn middelbareschooltijd was vergeven van dingen waarvan ik het nut niet inzag. Wat ik interessant vond, deed er niet toe. Ik moest gewoon Duitse woordjes stampen; Frans, Latijn, Grieks. Talen die ik vandaag de dag geen van alle nog beheers, zoals ik destijds al vermoedde. Bij aardrijkskunde leerde ik over aardlagen en het steppeklimaat. Gewoon, omdat dit nu eenmaal tot de verplichte stof behoorde. Over de slavernij leerde ik bij geschiedenis dan weer bar weinig.

Ik besloot al snel dat zesjes voldoende waren, spijbelde veel en mijn eindexamenlijst was er niet een om in te lijsten. Ik zag dit (excuses voor mijn puberbrein) niet als mijn schuld: in al die jaren had niemand mij immers écht uitgedaagd of gevraagd wat ik eigenlijk wilde leren.

Zo anders is het binnen het agora-onderwijs, een type onderwijs dat sinds 2014 in Nederland bestaat. Op deze scholen wordt niet gewerkt met roosters, vakken, toetsen of cijfers, maar met challenges: persoonlijke projecten, bedacht en uitgevoerd door de leerling. Kennis hoeft tegenwoordig niet meer gebracht te worden door de docent, zo is de gedachte hierachter. Kennis is immers overal.

Docenten, coaches genoemd, begeleiden. Zij leren de kinderen hoe ze kunnen vaststellen of een bron van informatie betrouwbaar is, of – zéér belangrijk in deze tijd – juist niet. De vraag wat de leerlingen zelf interessant vinden, wordt niet alleen gesteld, maar is zelfs leidend.

Na de zomer gaat mijn zoon naar het Agora. Hij wil regisseur worden en heeft al allerlei plannen voor zijn middelbareschooltijd. Zo wil hij zijn eigen scripts leren schrijven (een mooi aanknopingspunt voor het verbeteren van zijn grammatica) en vloeiend Engels leren, zodat hij later in Hollywood aan de slag kan. Het lijkt mij een heel mooi streven. Er is tenslotte niets mis met dromen als je 12 jaar oud bent. Of überhaupt.

Online zijn TED-Talks te vinden van Sir Kevin Robinson. Hij noemt de manier waarop we kinderen vandaag de dag onderwijs geven industrieel. Als de bel gaat, begint de les, net zoals in een (ouderwetse) fabriek de werkdag begint. Leerlingen worden ingedeeld in batches, simpelweg omdat ze in hetzelfde jaar geboren zijn. En aan het einde van de rit moet iedereen een vastgestelde ondergrens halen, waarna je de school mag verlaten. Het onderwijs, is zijn stelling, zou organischer moeten zijn: wat heeft elke individuele leerling nodig om te groeien?

Johannes Visser beschrijft in zijn boek Is het voor een cijfer? hoe jongeren steeds meer stress ervaren door school. Niet zo gek, stelt hij, want scholen zijn
cijferfabrieken geworden, waar leerlingen gemiddeld om de dag een cijfer krijgen. Hij ziet agora-onderwijs als een antwoord op de prestatiemaatschappij.

Bij het Agora in Leiden werd er dit jaar geloot. Meer kinderen zouden dit type

onderwijs willen volgen, maar de school hanteert een maximum zodat de leerlingen goede begeleiding kunnen krijgen van hun coaches. Ik hoop dat de capaciteit van het agora-onderwijs in Nederland snel wordt opgeschaald en dat het op meer plekken beschikbaar komt. Want ik gun alle kinderen een middelbareschooltijd waarin ze hun eigen nieuwsgierigheid mogen volgen, terwijl er door hun coaches – al dan niet stiekem – allerlei leerzaams in hun projecten wordt gefietst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next