Al jaren moet Italië de sector van strandtenthouders hervormen, omdat er volgens Brussel sprake is van te weinig concurrentie. Regeringen schuiven het probleem steeds weer voor zich uit, omdat de strandtenthouders zich hevig verzetten. ‘We zijn gewone ondernemers.’
Aan het zandstrand van Anzio, een uur rijden ten zuiden van Rome, staan de rijen donkerblauwe strandbedjes strak opgesteld op het schroeiende zand. Hier is alles en iedereen, inclusief de brandende zon, klaar voor vakantiemaand augustus.
De daghuur voor een bedje bedraagt 8 euro, een parasol kost hetzelfde. Sommige klanten reserveren hun plek voor het hele seizoen, van mei tot september, vertelt strandtenthouder Umberto Succi (64) trots. ‘Families komen hier vaak al generaties lang, van de grootouders tot de kleinkinderen.’
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Naast beddenverhuur heeft Succi ook een bar waar de badgasten hun espresso’s halen, en een restaurant dat een onmisbare strandlunch van pasta met vis serveert. Hij bestiert de zaak al 25 jaar, maar mogelijk is dit Succi’s laatste zomer aan zee. Dat geldt niet alleen voor hem: op papier verlopen de vergunningen van Italiaanse strandtenthouders op 31 december, als het systeem een ingrijpende hervorming zou moeten ondergaan.
Dat is nog niet meteen reden tot paniek op het strand van Anzio: de Europese Commissie nam de zogeheten Dienstenrichtlijn al in 2006 aan, en de hervorming heeft nog steeds niet plaatsgevonden. Het voornaamste dat Brussel de afgelopen achttien jaar op de Italiaanse stranden voor elkaar heeft gekregen, is dat iedereen de naam ‘Bolkestein’ kent – en met enige afschuw uitspreekt.
VVD-Eurocommissaris Frits Bolkestein was namelijk het brein achter de richtlijn, die lidstaten verplicht om de dienstensector open te stellen voor aanbieders uit andere EU-landen. Door de concurrentie te vergroten, dalen de prijzen en gaat de kwaliteit van de diensten omhoog, zo luidt de achterliggende logica.
Maar op het strand van Anzio geldt een heel andere logica: van de Italiaanse economie die sterk drijft op kleine familiebedrijven, waar men de gegarandeerde werkplek het liefst overdoet aan de volgende generatie. Dat geldt overigens ook voor veel klanten, die traditie en persoonlijke banden met de eigenaar beschouwen als toegevoegde waarde.
‘Dit zijn allemaal kleine familiebedrijven’, zegt Succi om zich heen gebarend. Zelf heeft hij tweehonderd strandbedjes te huur, de omliggende aanbieders zijn van eenzelfde orde van grootte. Tussen de strandtenten door liggen ook ‘vrije’ stukken zand, waar mensen niet betalen en hun eigen parasols meenemen, allemaal in verschillende kleuren.
De regering van Giorgia Meloni hoopt die vrije stukken strand nu te gebruiken als wisselgeld in de onderhandeling met Brussel. De rechtse coalitiepartijen, die traditioneel opkomen voor de strandtenthouders, lieten namelijk in kaart brengen dat de ruim twaalfduizend bestaande strandtenten slechts 33 procent van de Italiaanse kust beslaan. Dat betekent volgens hen dat het vergunningensysteem niet op de schop hoeft, omdat er nog genoeg ruimte is voor nieuwe aanbestedingen.
Maar Thierry Breton, Eurocommissaris voor de Interne Markt, liet zich dit voorjaar kritisch uit over de Italiaanse kaart, die bijvoorbeeld ook havens, rotskust en industrieterreinen schaart onder de 67 procent ‘vrij strand’. Brussel gaat voorlopig dan ook gewoon door met de inbreukprocedure die het is gestart tegen Italië, wat kan leiden tot miljoenenboetes.
Het lijkt ondertussen onwaarschijnlijk dat de vergunningen van de strandtenthouders dit jaar daadwerkelijk verlopen. Plausibeler is het scenario waarin de strandondernemers op Oudjaarsdag voor de zoveelste keer in het zogeheten ‘decreet duizend-verlengingen’ belanden. Het is een trucje dat de Italiaanse politiek al sinds 2001 toepast, waarmee het een stapel hoofdpijndossiers nog eens twaalf maanden verder voor zich uitschuift.
Voor familiebedrijven zoals dat van Succi, die de strandtent samen met zijn jongere broer runt, betekent het grote onzekerheid. Hij somt ideeën voor de toekomst op: nieuwe strandbedjes, een moderner restaurant en een lift, zodat mensen die slecht ter been zijn op het laaggelegen strand kunnen komen. ‘Maar we moeten zien of investeren nog zin heeft.’
Net als veel collega’s maakt hij zich nu vooral zorgen over gedane investeringen. Want de bar en het restaurant heeft Succi er zelf neergezet, en het is nog onzeker hoe – en óf – de strandtenthouders daarvoor worden gecompenseerd bij verlies van hun vergunning.
Eén vernieuwing lijkt onvermijdelijk: de lage canon die de strandtenthouders nu betalen voor hun vergunning moet omhoog. Umberto Succi haalt zijn schouders erover op. Hij vindt de 15.000 euro per jaar die hij nu betaalt niet weinig, maar weet dat sommige collega’s maar zo’n 3.300 euro betalen. ‘Dat zijn vaak grotere bedrijven dan wij.’
Want in Anzio wordt niemand overdreven rijk van het verhuren van strandbedjes, benadrukt hij meermaals. ‘We zijn gewone ondernemers.’ Maar, zo erkent ook Succi, vooral in beroemde badplaatsen als Rimini en Jesolo (bij Venetië) is de strandverhuur wel degelijk big business.
Dat is ook grote investeerders niet ontgaan, die de Italiaanse stranden volgens de strandtenthouders overnemen in het door Brussel gewenste systeem. Dat is inderdaad niet helemaal ondenkbaar. In Jesolo won bijvoorbeeld de oprichter van schoenenbedrijf Geox recente aanbestedingen van het strand.
Die realiteit staat mijlenver van het strand van Anzio af, waar voetballende jongetjes de afbladerende pijlers onder Succi’s restaurant als doelpalen gebruiken. Toch kijkt men ook hier met enige vrees naar de kapitaalkrachtige hogere stand uit de hoofdstad, voor wie een strandtent een interessante investering zou kunnen zijn.
Laat hij hier straks nog wel een baan voor zijn zoon achter, vraagt Succi zich af. ‘We moeten afwachten’, zucht hij. Tot die tijd is Umberto Succi gewoon op het strand te vinden. Iedere dag, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, in elk geval nog één bloedhete zomer lang.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant