Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: terwijl de meeste Nederlanders het spraakbericht verfoeien, kwebbelen de Spanjaarden er via Whatsapp juist een eind op los, ziet (en hoort) Dion Mebius.
Spanje is ‘een land van monologen’, schreef La Vanguardia onlangs. De krant doelde op de eeuwige tweedeling tussen links en rechts, politieke blokken die nauwelijks met elkaar praten en dus niet verder komen dan het houden van monologen voor hun eigen achterban, maar ik heb de uitspraak onthouden omdat ze ook in letterlijke zin waar is. Spanjaarden zijn namelijk geweldige verhalenvertellers; alleen gaat het luisteren ze minder af.
Nu is het probleem dat je voor gesprekken minstens twee personen nodig hebt. Erger nog: die andere persoon wil meestal ook graag iets kwijt. Gelukkig hebben de Spanjaarden, boven alles vindingrijk, daar iets op gevonden. Hier kun je gesprekken horen die bestaan uit meerdere, elkaar afwisselende monologen. De Argentijnse schrijver Julio Cortázar beschreef in zijn meesterwerk Rayuela hoe zo’n ‘typisch gesprek tussen Spanjaarden’ klinkt:
‘Ik heb een heel jaar in Madrid gewoond. Weet je, het was 1925, en…’
‘In Madrid? Nou, ik zei gisteren nog tegen dokter García dat…’
‘Van 1925 tot 1926, toen ik hoogleraar Literatuur was aan de universiteit.’
‘Ik zei tegen hem: man, iedereen die in Madrid heeft gewoond, weet hoe dat is.’
‘Een hoogleraarschap speciaal voor mij opgezet, zodat ik mijn lessen Literatuur kon geven.’
‘Precies, precies. Dus gisteren zei ik tegen dokter García, die een heel goede vriend van me is...’
Enzovoort. Mogelijk is het door deze neiging-tot-monoloog dat een recente ontwikkeling zoveel succes heeft in Spanje. Ik heb het over het via Whatsapp verstuurde spraakbericht. De meeste Nederlanders, zeker als ze niet tot Gen Z behoren, verfoeien het spraakbericht als een extreem irritante manier van informatie overbrengen, veel minder efficiënt dan simpele tekst. Dat is geen enkel bezwaar voor Spanjaarden, die juist efficiëntie verfoeien in de kunst van het praten.
Zij zien in het spraakbericht louter voordelen. Het eerste: anders dan in een telefoongesprek kan de tegenpartij tijdens het opnemen van het bericht niet terugpraten. Dit betekent dat je niet wordt onderbroken tijdens je monoloog en deze zo lang kunt laten duren als je wilt.
Het tweede voordeel: met een spraakbericht verplicht je de ander om geconcentreerd naar je hele monoloog te luisteren. Alleen jij weet immers waar je in je woordenbrij de brokjes belangrijke informatie hebt verstopt. (Het liefst luisteren de ontvangers deze berichten af op maximaal volume in een overvolle metro, is in ieder geval mijn stellige indruk.)
Als gevolg stroomt mijn telefoon vol met voicememo’s. Dat zijn zeker niet alleen informele berichtjes van vrienden, het type dat kijkers van de Netflix-serie Valeria (de Spaanse Sex in the City) zullen herkennen. In spraakberichten heb ik van mijn boekhouder slecht nieuws gekregen over een plotselinge belastingaanslag, gesteggeld met een huisbaas over de lekkage in onze badkamer, en de laatste details gekregen van een verkoopmakelaar rond de aankoop van ons nieuwe appartement.
Waar de stroom echter verandert in een angstaanjagende lawine, is in de groepsapp van onze vereniging voor eigenaren. Van ongediertebestrijding tot achterstallige schulden: het wordt allemaal besproken per krakerige voicememo. Het huidige record, twee weken geleden gevestigd door de onderbuurvrouw: een 6 minuten en 3 seconden durend bericht. Het hoofdonderwerp was een volgens haar belachelijk dure offerte, maar we weten nu ook dat haar dochter binnenkort gaat trouwen.
Zelf blijf ik vooralsnog per tekst reageren – niet alle verzet hoeft groots te zijn. De vraag is hoe lang ik het nog volhoud. Dat ik mezelf onlangs betrapte op het afspelen van een voicememo in een volle metro, kan maar één ding betekenen: het verval is ingezet.
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Daarvoor werkte hij op de politieke redactie. Hij woont in Madrid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant