Het zal ermee te maken hebben dat de plek waar ik momenteel B&B vol liefde bekijk Frankrijk is, maar ik denk ineens over het programma na in verheven termen.
Ik zal u trouwens niet lastigvallen met de intriges tussen de hoofdpersonen, of met inside grappen zoals ‘Jammas!’ en ‘Bitches!’. of ‘Jammas, bitches!’, want die grappen zijn niet leuk als je tot de twee personen behoort die dit programma niet bekijken.
Ik zal het hebben over het diepe onvermogen van de mens. Ik bedoel: de man. Sorry. Er zit ook veel over het onvermogen van de vrouw in de serie, waarin vrijgezelle Nederlandse B&B-houders in het buitenland geïnteresseerde vrijgezellen ontvangen, om op dag twee van het verblijf dwingend te vragen: ‘Hoe zie jij je leven hier voor je?’ Maar daar is nu geen ruimte voor.
Omdat ik dus in Frankrijk verblijf, waar ze alles een kunst noemen, zie ik dat de hele serie draait om de kunst van de conversatie. Die beheersen vrijwel alle vrijgezelle mannen in de serie niet. De kunst van de conversatie, lees dit even als een kort handboek, valt uiteen in drie elementen: leuk vertellen, goed luisteren en nieuwsgierig zijn naar anderen.
De mannen lukt alleen element één, minus de component ‘leuk’. En dan is er nog een belangrijk vierde element: weten wanneer je even je bek moet houden.
Er is slechts één man in de serie die de kunst van het bek houden beheerst, en dat is oud-zeeman Peter. Hij heeft de hele serie gezwegen, wat weer wat veel is, maar goed, kniesoor. Slechts drie keer zei hij iets, namelijk: ‘Oké’, ‘Ik wil wel houtjes kloven’ en nog iets, maar dat is een spoiler.
De andere vrijgezelle mannen zouden een voorbeeld kunnen nemen aan Peter, en eens een keer stoppen met praten over vissen, fietsen, hoe goed je sushi kunt maken, ‘echt lekkere koffie’ of goochelen (allemaal waargebeurde voorbeelden uit eerder genoemde serie). Dus: stoppen met praten, kijken naar degene die tegenover je zit en bijvoorbeeld vragen: ‘Maar genoeg over vissen, hoe is het eigenlijk om in de outback van Zuid-Afrika te wonen, hoe komt het dat je gescheiden bent en waar koop je al die stijlvolle rangerkostuums hier in de bush?’
In die bush van Zuid-Afrika is nu een man aangekomen, een Nederlandse vrijgezel die onhandig genoeg helemaal in Nieuw-Zeeland woont, dus hij heeft er een jaar over gedaan om bij de Nederlandse B&B-houder Mirjam aan te komen. Mirjam bestiert een aantrekkelijk stel hutten in een gebied met de intrigerende naam Hoedspruit.
Deze net aangekomen vrijgezelle man zit vooral te zingen en gitaar te spelen. Soms zingt hij ook over Mirjam. Dat mag ook: alleen maar zingen. Of zingen, en heel soms een vraag stellen. ‘Mirjam, waar komt de naam Hoedspruit eigenlijk vandaan?’