Een tijdje terug hoorde ik van iemand die langs de Afrikaanse westkust was gereden dat Google Maps daar perfect werkte; zelfs in een land als Guinee stippelde Google de slimste routes uit. Ergens vind ik het mooi dat er nog een Europees land bestaat waarop Google geen grip krijgt. Dat is het land waar het absurde theater werd geboren, het land dat de wereld Eugène Ionesco schonk, het land waar ik vroeger correspondent was. Als er iets is waar Big Tech niets mee kan, dan is het absurditeit.
Het verhaal achter de Roemeense snelweg van de grens naar het binnenland waarvan een stukje van 12 kilometer in 2014 onvoltooid bleef, en in 2024 nog altijd onvoltooid is, valt zonder gevoel voor het absurde niet te begrijpen.
Maar pas echt absurd theater was het besluit midden in de zomer – als de enorme Roemeense diaspora in Italië op familiebezoek gaat – wegwerkzaamheden te beginnen op het tweebaansweggetje waar al dat snelwegverkeer 12 kilometer lang overheen moet. Conform de klassieke Roemeense asfalteringstraditie waren die werkzaamheden niet aangekondigd en stonden nergens omleidingsborden.
In de vervlogen analoge jaren dat hier dagelijks rondreed, was ik op zulke situaties ingespeeld. Nu geloofde ik Google Maps: dat toonde een klein stukje rode weg en meldde ‘twaalf minuten vertraging’. Die twaalf minuten waren al een keer of vijf verstreken toen langzaam het besef kwam dat twaalf minuten hier makkelijk twaalf uur konden worden; in een wereld die Google niet snapt, is Google een beroerde raadgever.
Daarom besloot ik te doen wat ik vroeger in dit soort situaties deed: ik pakte de papieren wegenkaart ‘România’ en liep een half uurtje langs alle stilstaande auto’s tot ik bij de opgebroken weg kwam. Daar staan bijna altijd verkeersagenten. Die weten bijna altijd alternatieve routes. De eerste agent die ik aansprak tekende met plezier met pen een vrij makkelijke omleiding op mijn wegenkaart uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns