Home

Iran zal wraak nemen op Israël, omdat het geen gezichtsverlies wil. Maar totale oorlog wordt niet verwacht

Escalatie Midden-Oosten Westerse landen roepen zowel Israël als Iran tot de-escalatie op. Maar het kost ze veel moeite om premier Benjamin Netanyahu te overtuigen.

In afwachting van de vergeldingsaanval van Iran en zijn bondgenoten draaien diplomaten in het Midden-Oosten overuren. Wanneer de aanval komt, dat weten ze niet – maar wel dát Iran en zijn bondgenoten zich willen wreken voor de brutale moordaanslag op Hamas-leider Ismael Haniyeh, vorige week in Teheran.

Israël heeft die liquidatie niet opgeëist. Maar het is niet verwonderlijk dat vriend en vijand dat land verantwoordelijk achten: de aanslag op Haniyeh past in een decennialang patroon van Israëlische moordaanslagen op vijandelijke leiders. Bovendien had premier Benjamin Netanyahu gezegd dat geen enkele Hamas-leider na de grootschalige aanval van 7 oktober ooit nog veilig zou zijn.

Diplomaten gaan ervan uit dat de verwachte aanval van Iran op Israël, al dan niet in samenwerking met bondgenoten als Hezbollah, Hamas en de Houthi’s, enigszins beheerst zal zijn. De aanval moet groot genoeg zijn om geen gezichtsverlies te lijden; Iran moet, zo is de gedachte, zich voldoende wreken voor de vernederende, vermoedelijk door de aartsvijand gepleegde liquidatie van een bevriende leider in een zwaarbewaakte compound in de eigen hoofdstad.

Tegelijkertijd zijn de gezanten ervan overtuigd dat Iran en consorten – die zichzelf als collectief ook wel als de ‘As van het Verzet’ omschrijven – niet uit zijn op een totale oorlog. Al was het maar omdat de theocratische machthebbers in Teheran zich dat helemaal niet kunnen veroorloven: als Israël en zijn grootste bondgenoot, de Verenigde Staten, dan nog harder terugslaan, zijn ze veel sterker dan Iran. Een volwaardige oorlog zou een regelrechte bedreiging vormen voor het regime.

Diplomatieke druk

Westerse landen, van de VS tot Australië, roepen op tot de-escalatie. Deze oproep gaat gepaard met diplomatieke druk: zo geven de Amerikanen openlijk toe dat zij zowel Israël als Iran onder druk zetten om escalatie van het conflict tegen te gaan. Ook verplaatsen de VS meer manschappen naar de regio, en dreigen ze met vergelding als er Amerikaanse soldaten aangevallen worden.

Het is urgent, zei de Amerikaanse minister Antony Blinken (Buitenlandse Zaken) aan het einde van een bijeenkomst met Australische leiders, „dat iedereen het risico van een verkeerde inschatting begrijpt en beslissingen neemt die de spanningen zullen kalmeren, niet verergeren”. Die oproep tot de-escalatie volgt de militaire logica dat er geen gewapende oplossing mogelijk is voor dit conflict. Als de één hard terugslaat, volgt de ander met een nog weer hardere vergelding – en voor je het weet, ontstaat er een grote regionale oorlog. Daar zit niemand op te wachten.

Intussen moeten Israël en zijn medestanders zich wel fysiek op een mogelijke aanval voorbereiden. De vorige keer dat Iran terugsloeg na een Israëlische aanslag, in april van dit jaar, hielpen de Britten en de Fransen mee met het onderscheppen van raketten die vanuit Teheran afgevuurd waren. Dat zullen ze nu weer doen, luidt de verwachting. Ook Jordanië, dat in 1994 een vredesakkoord met Israël sloot maar waarvan de bevolking zeer kritisch is op de Israëlische behandeling van Palestijnen, zal vermoedelijk helpen.

Verergering

Opvallend is wel hoe weinig Israël zich van Washington lijkt aan te trekken. De aanslag op Haniyeh was zélf al een forse, niet noodzakelijkerwijs door de grote bondgenoot gewenste verergering van het conflict. Israël is, zoals een diplomaat het verwoordt, geïsoleerd in zijn denkpatroon: de gedachtegang dat je een vijandelijke leider áltijd moet uitschakelen als je daartoe de kans ziet, welke gevolgen dat ook heeft.

Ook met de andere moordaanslag van vorige week, op Hezbollah-commandant Fuad Shukr, overschreed Israël een rode lijn. Die aanslag vond plaats in de Libanese hoofdstad Beiroet, en juist daarvan had Hezbollah gezegd dat het dat niet zou accepteren. Door toch in Beiroet toe te slaan, nam Israël willens en wetens het risico op verdere escalatie.

Israël bedoelde de aanslag op Shukr als vergelding voor de aanslag op een voetbalveld op de door Israël bezette Golanhoogten, waarbij twaalf kinderen omkwamen. Die aanslag was door Hezbollah gepleegd, zeiden Israëlische ambtsdragers meteen. Maar Westerse diplomaten betwijfelen deze lezing: de gedode kinderen waren Syrische druzen, en het voelt niet logisch dat Hezbollah op hun dood zou mikken. Als de militante beweging er al achter zat, dan zou het volgens deskundigen waarschijnlijk een afzwaaier geweest zijn. Toch is voor Israël maar een uitleg denkbaar waarmee het opnieuw laat zien dat het niet uit is op de-escalatie.

Gemor

Ondanks al het gemor over het Israëlische optreden onderneemt het Westen geen maatregelen tegen zijn bondgenoot, bijvoorbeeld in de vorm van sancties of visumverplichtingen voor Israëliërs die naar Europa willen reizen. Ook gaan de leveranties aan Tel Aviv van wapens en munitie voor de Gaza-oorlog gewoon door. Die wetenschap maakt Netanyahu onaantastbaar: wat hij ook doet, hij komt ermee weg.

Die alleingang van de Israëlische premier manifesteert zich ook op een ander dossier: dat van een staakt-het-vuren in de Gaza-oorlog, die bevrijding van de ruim honderd overgebleven gijzelaars dichterbij zou kunnen brengen. Een groot deel van de Israëlische maatschappij, aangevuurd door familieleden van de gegijzelden, vindt dat Netanyahu zijn stijfkoppige verzet tegen die wapenstilstand zou moeten opgeven.

Ook in dit geval doet Netanyahu juist het tegenovergestelde. De liquidatie van de tot onderhandelen bereide Haniyeh plaatst een overeenkomst met Hamas juist verder uit het zicht – zeker nu Hamas de hardliner Yahya Sinwar als diens opvolger benoemd heeft.

Israëli in spanning Ondergrondse locatie ziekenhuis paraat, bewoners bereiden zich voor

„Is er nog iemand die geen schuilkelder of veilige ruimte heeft?”

„Een trappenhuis is ook oké.”

„Maar alleen als er geen ramen zijn. En veel trappenhuizen hebben juist wel ramen.”

De Facebookgroep voor Engelstaligen in Haifa is er een zoals veel steden met een internationale gemeenschap hebben. Gebruikers zoeken er woonruimtes of juist huisgenoten, verkopen er huisraad, delen er horecatips of geven raad over de beste plek om een andere taal te leren.

Maar sinds Israël vorige week Hamas-leider Ismail Haniyeh en Hezbollah-commandant Fuad Shukr uitschakelde, zitten er berichten van ernstiger aard tussen. Mensen vragen elkaar advies over waar te schuilen, herinneren elkaar eraan eerstehulpkits in huis te hebben of wensen elkaar veel gezondheid toe.

Ook in de rest van Haifa (285.000 inwoners) wordt spanning gevoeld voor zo’n aanval. De Libanese grens, waar Hezbollah en Israël elkaar over en weer met bommen bestoken, is nog geen 45 kilometer verderop. Het is niet ondenkbaar dat Haifa doelwit zou zijn van een tegenreactie vanuit Iran of Libanon.

Daarom is de afgelopen dagen ook de ondergrondse noodlocatie van het Rambam Medisch Centrum in paraatheid gebracht, zo meldt de Britse omroep BBC. Het noodziekenhuis telt honderden bedden, een kraamafdeling en meerdere operatiekamers. Patiënten zijn pas welkom als normale ziekenhuizen in Haifa vanwege een aanval onbruikbaar zijn geworden.

Gewoonlijk is de bunker een parkeergarage met meerdere verdiepingen. Binnen drie dagen kan de locatie worden omgetoverd tot ziekenhuis. „Wanneer, wanneer, wanneer gaat het gebeuren?”, zegt ziekenhuisdirecteur Avi Weissman tegen de BBC. „Niemand weet het. We praten er veel over.”

Ook rond Tel Aviv is de sfeer gespannen, ziet Tomer Mazya (37). Hij is tourgids in Tel Aviv, en woont zelf in de naastgelegen plaats Ramat Gan. „De sfeer hier in de stad wisselt. Sommige mensen zijn in paniek”, zegt hij telefonisch. „Ik ken mensen die Tel Aviv hebben verlaten omdat hun appartementencomplex geen schuilkelder heeft.”

Zelf is Mazya kalm, voorbereiden doet hij zich nauwelijks. „Ik probeer op een lichte manier te kijken naar de situatie, angstig zijn lost niet zoveel op”, zegt hij. „De laatste keer dat er raketten op Israël werden afgevuurd, werkte de Iron Dome [het Israëlische luchtverdedigingssysteem] heel goed. Dat was mooi om te zien. Vanuit Tel Aviv leek het net vuurwerk.”

Heeft hij zelf eigenlijk een schuilkelder? „Dat weet ik eigenlijk niet zeker. Ik dacht eerst van niet, maar laatst zag ik ineens traptreden naar beneden lopen, dus misschien dat er toch een kelder is. Ik heb het nog niet gecheckt.”

„Mijn familie is ook rustig onder de situatie. Mijn ouders wonen noordelijker, zo’n twintig minuten van de stad Haifa”, zegt Mazya. Zijn vader, 68 jaar oud, gaat eens in de week naar het uiterste noorden van Israël, tegen de grens met Libanon aan, om vrijwilligerswerk te doen op een boerderij. In die regio vallen geregeld over en weer bommen. „Zelfs ík vraag me af of dat nou zo’n goed idee is… Maar mijn vader is koppig, hij blijft gaan.”

Source: NRC

Previous

Next