Met Yahya Sinwar, het brein achter de terreuraanslag van 7 oktober, staat er en onbuigzame scherpslijper aan het hoofd van Hamas. Een staakt-het-vuren in Gaza is nu nog verder in het slop geraakt.
De man die achter de schermen al jaren aan de touwtjes trok, is definitief de baas. Yahya Sinwar, het 61-jarige Hamas-kopstuk dat zich vermoedelijk diep ondergronds ophoudt in Gaza, is door de organisatie naar voren geschoven als de nieuwe politiek leider en de opvolger van de vermoorde Ismail Haniyeh. Met Sinwars uitverkiezing is de richtingenstrijd binnen de Palestijnse beweging voorlopig beslist in het voordeel van de onbuigzame scherpslijpers.
Na de moord op Haniyeh (naar alle waarschijnlijkheid door de Israëlische geheime dienst Mossad) in de Iraanse hoofdstad Teheran, vorige week woensdag, vergaderden functionarissen van Hamas in Doha (Qatar) twee dagen lang over zijn opvolging. Grofweg kent de beweging twee stromingen: de een is enkel gericht op confrontatie en strijd met de Israëlische bezetter, de ander staat met één been in de diplomatie. Haniyeh behoorde tot die laatste school (en pleitte bijvoorbeeld voor een tweestatenoplossing), terwijl Sinwar te boek staat als een hardliner.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Samen met Mohammed Deif, hoofd van de gewapende tak, was hij de bedenker van de terreuraanval van 7 oktober. Voor beide mannen heeft de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) om arrestatiebevelen gevraagd. Dat Sinwar nu de leiding krijgt, betekent een nieuwe terugslag voor de toch al in het slop geraakte onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Gaza – enige flexibiliteit wordt er niet van hem verwacht.
Dat het Sinwar zou worden, stond niet bij voorbaat vast. Volgens de interne regels moet de politiek leider zich eigenlijk buiten Gaza bevinden, zodat hij de beweging kan vertegenwoordigen in de rest van de regio. Iemand die daaraan voldeed, was Sinwars rivaal Khalid Meshal, tot 2017 de politiek leider. Een deel van de Hamas-leiding pleitte voor hem (samen met landen als Qatar en Turkije), maar legde het af tegen het andere deel.
‘Met Sinwar willen ze Israël – en premier Benjamin Netanyahu persoonlijk – een boodschap sturen van onverzettelijkheid’, zegt Mkhaimar Abusaada, universitair hoofddocent politicologie aan de Al Azhar-universiteit (Gaza), aan de telefoon. Abusaada die Gaza aan het begin van de oorlog met zijn gezin ontvluchtte, denkt dat Netanyahu zijn wens om Hamas op de knieën te krijgen, nu als een boemerang in zijn gezicht krijgt. In plaats van een verzwakt Hamas krijgen de Israëliërs nu te maken met een ingegraven en nog radicalere organisatie. Kort samengevat: meer tunnels en bunkers, minder driedelige pakken. ‘Als het om een gevangenenruil gaat, zullen ze geen enkele concessie meer doen’, aldus Abusaada.
Een tweede verschuiving speelt zich af op het regionale schaakbord. Hamas heeft altijd meerdere bondgenoten gehad, met uiteenlopende politieke wensenlijstjes. De belangrijkste: Qatar, Turkije en Iran. Haniyeh wist ieder van die landen enigszins tevreden te houden, terwijl Sinwar al zijn kaarten op Iran heeft gezet.
Hij bezocht Teheran in 2012 en werd de architect van een pro-Iraanse koers. Met de Qatarezen, die sinds jaren de gastheer zijn voor Hamas’ politieke tak, kan hij naar verluidt niet opschieten. Naar verwachting zal Sinwar de beweging nog dieper verankeren in de door Iran geleide ‘as van het verzet’, waar ook Hezbollah (Libanon) en de Houthi’s (Jemen) lid van zijn. ‘Aan die organisaties heeft Hamas tijdens deze oorlog het meest gehad, dus in strategisch opzicht is die verankering slim’, aldus Hamas-kenner Jeroen Gunning (King’s College London), schrijver van een boek over de beweging.
Waar Sinwar exact verblijft, weet niemand, behalve dat hij zich – in de woorden van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Blinken – ergens ‘tien verdiepingen’ onder de grond bevindt. Aan de gesprekken (afwisselend in Caïro en Doha) over een gevangenenruil en een staakt-het-vuren neemt hij deel via handgeschreven briefjes die door zijn loopjongens worden doorgestuurd aan de onderhandelaars.
Toen Sinwar in de jaren negentig vier levenslange celstraffen uitzat in een Israëlische gevangenis (hij kwam vrij bij een gevangenenruil in 2011), genoot hij volgens Gunning het respect van rivaliserende Palestijnse politieke partijen. Destijds was hij in staat bruggen te slaan. Of dat nu nog steeds het geval is, is onduidelijk. In Israël denken sommige analisten dat hij aan een messiascomplex lijdt, en zichzelf beschouwt als een moderne Salah al-Din, de man die in 1187 de kruisvaarders versloeg en Jeruzalem innam. ‘Hij probeert zichzelf te presenteren als iemand die door God is uitgekozen om namens de moslims voor [de herovering van] Jeruzalem te vechten’, zo zei een veiligheidsbron enkele jaren geleden tegen dagblad Ha’aretz.
Mocht dat kloppen, dan zal hij er weinig moeite mee hebben zich desnoods dood te vechten. Ironisch genoeg heeft hij dat gemeen met zijn vijanden aan Israëlische kant. ‘Er is maar één plek die Yahya Sinwar verdient’, zei de Israëlische legerwoordvoerder, ‘en dat is naast Mohammed Deif (volgens Israël gedood bij een luchtaanval, red.). Dat is de enige plek die we voor hem hebben gereserveerd en die we hem toewensen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant